Decadentie op Rhode Island

Cornelius `Commodore' Vanderbilt was de Bill Gates van zijn tijd. Begonnen als de uitbater van een pontje in de haven van New York bouwde deze afstammeling van straatarme Nederlandse emigranten in een halve eeuw een imperium op van rederijen en spoorwegen dat bij zijn dood in 1877 op ruim 100 miljoen dollar werd geschat. Met meer geld dan het Amerikaanse ministerie van Financien was hij zonder twijfel de rijkste man ter wereld. Maar de Commodore was de man er niet naar om dat geld te laten rollen: hij was een notoire vrek zonder vrienden die zelfs zijn familie niet liet profiteren van zijn rijkdom. Maar na zijn dood wisten zijn kinderen, en vooral kleinkinderen, wel raad met al die miljoenen. In drie generaties werd het Vanderbilt-fortuin er geheel doorheen gejaagd. De grootste kostenpost? `Summer cottages' - zoals ze eufemistisch werden aangeduid - in Newport, Rhode Island.

Halverwege de 19de eeuw was Newport een populaire badplaats bij rijke plantagehouders die aan de drukkend hete zomers in het zuiden probeerden te ontsnappen. Met de burgeroorlog verdwenen de zuiderlingen om plaats te maken voor de grootindustriëlen van New York. Deze decadente upper class voelde zich te goed voor hotels en bouwde `zomerhuisjes' aan de Atlantische kust bij Newport.In de laatste decennia van de vorige eeuw verrezen in sneltreinvaart de meest opzichtige buitenverblijven. Omdat de New-Yorkse nouveau riche eigenlijk niet goed wist hoe zich te gedragen, keek ze met afgunst naar de eeuwenoude tradities van de Europese adel, die vervolgens simpelweg werden gekopieerd.

Nergens is dat zo goed zichtbaar als in de bouwstijlen van de mansions van Newport. Neem Rosecliff, gebaseerd op het Grand Trianon van Versailles. Het optrekje kostte reder Herman Oelrichs 2,5 miljoen dollar en was berucht om de luisterrijke feesten die in de 400 m2 metende balzaal plaatsvonden (filmkenners zullen zich deze zaal herinneren uit The Great Gatsby uit 1974 en True Lies uit 1994). Of neem The Elms, een 1,5 miljoen dollar kostende kopie van het 18de-eeuwse Château d'Asnières nabij Parijs.

De ene na de andere New-Yorkse miljonair bouwde zijn buitenverblijf in Newport en de rijkste familie van het land kon natuurlijk niet achterblijven. Alva, de echtgenote van Commodore's kleinzoon William K. Vanderbilt, had al een privé-trein, juwelen die aan Catharina de Grote hadden toebehoord, een driemaster en een imitatie Frans kasteel aan Fifth Avenue (helaas begin deze eeuw afgebroken). Maar een zomerhuis in Newport ontbrak nog. En dus kreeg ze voor haar 35ste verjaardag van haar echtgenoot een mansion. Het huis was niet in eerste instantie bedoeld als comfortabel zomerverblijf, maar om haar positie in de hogere kringen van New York te verstevigen. Marble House moest het grootste en duurste `summer cottage' van Newport worden. Het pand werd, zoals de naam al suggereert, geheel uit marmer opgetrokken. Om al het steen uit Italië en Algerije te kunnen verwerken, moest de haven van Newport worden verbreed en uitgediept. Toen het huis in 1892 klaar was, was er een staf van 36 personen nodig om het gezin Vanderbilt terzijde te staan.

De entree tot Marble House wordt geflankeerd door vier metershoge Corinthische zuilen. De deur is opgetrokken uit brons en gietijzer en zo zwaar dat ze destijds door twee lakeien moest worden geopend. Alva had een merkwaardige, eclectische smaak: zo is er een gotische kamer, een kamer in rococo-stijl, kamers in Louis XVI-stijl en een Chinees theehuisje. En dan is er natuurlijk de balzaal, geïnspireerd op de spiegelzaal van Versailles. De kamer is van boven tot onder bedekt met bladgoud en de vele spiegels geven het toch al aanzienlijke vertrek een nog ruimere indruk. Voor de inhuldiging van het paleis organiseerde Alva een groots bal waarvoor iedereen in Louis XIV-kostuum moest verschijnen. Om haar decadente gasten te vermaken, had Alva een tafel laten opstellen met daarop een enorme berg zand. Iedere gast kreeg een schepje en mocht de tientallen verstopte juwelen opgraven. Zulke gimmicks waren overigens in het Newport van het fin de siècle niet ongebruikelijk: op het ene feest werd in elke opgediende oester een zwarte parel verborgen, terwijl op het volgende sigaretten werden uitgedeeld die van 100 dollar-biljetten waren gerold. Mrs. Stuyvesant Fish organiseerde eens een partijtje voor de verjaardag van haar hond, die voor de gelegenheid werd uitgerust met een parelketting ter waarde van 15.000 dollar (dat alles in een tijd waarin het gemiddelde jaarsalaris zo'n 500 dollar bedroeg).

Alva's schoonzus Alice - de echtgenote van William K.'s broer Cornelius - zag het allemaal knarsetandend aan. Alva had in New York al een groter huis gebouwd en nu werd Alice's woning in Newport ook nog eens overschaduwd door Marble House. Daar moest een eind aan komen! Alice droeg dezelfde architect op een huis te bouwen dat nog imposanter moest zijn dan Marble House. Het resultaat was The Breakers, een gigantisch bouwwerk waarvan het ontwerp werd ontleend aan Italiaanse paleizen uit de 16de eeuw. De omvang van The Breakers is schier onvoorstelbaar. Het gebouw heeft 70 kamers (waarvan de helft om het personeel te huisvesten). De keuken is zo groot als een gemiddelde doorzonwoning. Bij binnenkomst arriveert de bezoeker in de 15 meter hoge Great Hall, die met zijn balustraden op de eerste verdieping en trompe l'oeil plafondschildering de indruk wekt van een enorme binnenplaats. Vanaf de balkons kijk je kilometers ver over de oceaan. Het interieur bevat antieke Vlaamse wandkleden, imitatie Italiaanse Renaissance meubelen en tientallen Baccarat kroonluchters. In 1895 was het huis voltooid. De ironie wil dat de eerste eigenaar, Cornelius Vanderbilt, maar één zomer van zijn paleis kon genieten: hij overleed in 1896.

The Breakers vormde het hoogtepunt van de overdadige, kitscherige bouwstijl van Newport. Na de eeuwwisseling kwam de trend van de enorme mansions langzaam ten einde. Jaar na jaar stonden de huizen leeg en spoedig volgde het verval. In de jaren dertig hadden de Vanderbilt-erfgenamen hun kapitaal geheel verkwanseld en konden ze het onderhoud van Marble House en The Breakers niet meer betalen. Gelukkig belandden de twee meest bijzondere Newport Mansions in handen van The Preservation Society of Newport, die ze nog steeds beheert.