De schone schijnis verbroken

Is de Öcalan-hype voorbij? Zo te zien in de media wel, maar achter de schermen van de minderhedenlobby is het maar net begonnen. De kidnapping van Öcalan heeft een eind gemaakt aan het comfortabele leventje van woordvoerders van Turkse organisaties: Koerden bestonden niet - en de Nederlanders zeurden er niet over.

Nul komma nul. Dat is het organisatiegehalte van Koerden in de Nederlandse inspraak. Er zijn, namens de Koerden, geen Koerden vertegenwoordigd in het Inspraak Orgaan Turken, in het Landelijk Overleg Minderheden en in adviesraden op gemeentelijk niveau. Hetzelfde geldt voor belangenorganisaties. Zij zeggen de Turkse gemeenschap te vertegenwoordigen of hun belangen te behartigen. En de Koerden? Eh...die vallen daaronder. De media bouwden mee aan de mythe van de onzichtbare Koerd: Koerden werden steevast Turken genoemd.

De schone schijn is doorbroken, nu de naar schatting zeventigduizend Koerden in Nederland, van wie het overgrote deel uit Turkije, luidkeels hebben aangekondigd dat ze bestaan. Het is aan de PKK te danken dat Koerden met hun identiteit naar buiten durfden te treden. Na de arrestatie van Öcalan is er geen houden meer aan: zelfs Koerden die daarvóór niets met de PKK of met de strijd voor onafhankelijkheid te maken wilden hebben, (her)ontdekken hun Koerdische identiteit. De Koerdische zuil is ophanden.

Illustratief is Gilgamesh (pseudoniem), Koerdisch kunstenaar te Amsterdam. Op 14– en 16–jarige leeftijd werd Gilgamesh gevangen gezet en gemarteld in de gevangenis te Elazig, Turkije. Hij verliet het strijdtoneel na zijn ontdekking dat de `linkse' beweging even turkistisch was als de `rechtse'. Hij studeerde af in Istanbul aan de faculteit der Schone Kunsten. Om de dienstplicht te ontvluchten kwam hij, acht jaar geleden, naar Nederland en bouwde voortvarend aan een bestaan als beeldend kunstenaar. Gilgamesh wenste geen Koerden en Turken op zijn pad. Gevraagd naar zijn afkomst, zei hij: ,,Nederlander met Koerdische ouders.'' Totdat Öcalan werd gekidnapt. Toen brak in de kunstenaar een wervelstorm los.

Gilgamesh besefte dat de Koerdische kwestie hem, net als zijn voorouders, zal blijven achtervolgen. In 75 jaar tijd brak 28 keer een opstand uit, opstanden die volgens het Atatürk-model werden `opgelost': het `pak en hang de leider en zijn aanhang'. Alleen al bij de Dersim-opstand (1937-1939) kwamen volgens staatsrapporten honderdzeventienduizend Koerden om.

Het lot van een Koerd is dat hij niet aan zijn lot kan ontkomen. De kunstenaar kan de Turkse staat niet ontlopen, zolang als die Turkse arm van Europa tot Kenia reikt. Gilgamesh kan niet zijn wie hij wilde zijn: zichzelf. Zoals Gilgamesh, koning van Uruk (Mesopotamië) ter bescherming muren om zijn stad liet bouwen, zo ziet kunstenaar Gilgamesh hoe de dijken in zijn Hollandse polder beginnen te bezwijken. In de polder probeerden Koerden als Gilgamesh een dijkje te bouwen om de bergen, duizenden kilometers verderop, niet te hoeven zien. Maar de aanblik van de gevangen Öcalan werd hun teveel. De dijken worden gesloopt. Nu de stofwolken beginnen op te trekken, zien Koerden dat zij alleen staan. Hun Turkse `broer' juicht om de val van Öcalan, hun Nederlandse buurman kijkt hen met een scheef oog aan: bent u relschopper, gijzelaar, hongerstaker?

In het mediacircus wilde zowat iedereen commentaar geven, op één partij na: Turkse organisaties in Nederland en hun woordvoerders - ook Turkse woordvoerders uit progressieve kring: zij die voorgaan in het minderhedendebat, de bruggenbouwers. Zij hielden hun mond of deden zeldzaam vage uitspraken. De reden? Zij vrezen de reactie van hun Turkse achterban of zijn bang voor polarisatie. En dan is er een categorie van Turkse progressieven die hun kaken stijf op elkaar houden omdat ze, diep in hun hart, nationalistisch zijn - en daarbij hun lunches met de consul niet willen missen. Koerden zijn teleurgesteld nu menig linkse vriend zich heeft ontpopt als een Rode Wolf. Hun Turkse broer verscheen niet op demonstraties en kwam niet publiekelijk voor hen op.

Bruggenbouwers verschuilen hun angst achter een doe-het-zelf-mentaliteit: Koerden moeten `hun' problemen zélf oplossen. Het gevolg is een complete non-communicatie. Net als in Turkije is in Nederland de dialoog tussen Koerden en Turken verder weg dan ooit.

Het zou wel heel gemakkelijk zijn om in zo'n complexe situatie de klus aan bruggenbouwers over te laten. Waarom houden overheid, maatschappelijke organisaties en politieke partijen zich afzijdig, met dezelfde doe-het-zelf-mentaliteit? Turken en Koerden moeten het zelf zien op te lossen. Een misstap eerste klas. Niet alleen Turkije staat aan de vooravond van een burgeroorlog, ook Nederland is al gewaarschuwd voor het risico van escalatie. Nederland, c.q. Europa, zal een gebaar moeten maken, en meer dan dat: ze moet werken aan het doorbreken van de militaire `oplossing' van de Koerdische kwestie en protesteren tegen het verbod van Hadep, de politieke partij waarvan de gearresteerde parlementariërs democratisch zijn gekozen. In Nederland zelf zal de overheid de Koerden als volk moeten erkennen. Niet dat dit Turken en Koerden dichterbij zal brengen, maar dat hoeft ook niet. Het mag niet gezegd, en daarom moet het gezegd: het is een illusie om te verwachten dat Koerden en Turken nog samen kunnen optrekken. Het gaat erom dat onafhankelijke partijen ervoor zorgen dat ze, zonder al te veel rancune, afscheid van elkaar kunnen nemen - om als aparte groeperingen in Nederland vreedzaam hun weg te zoeken.