De postbode als reisgenoot

Het is zeven uur 's morgens, nog donker en er staat een snijdende wind. Ik zit in een koude postauto in een straat aan de rand van Dunbar, in Schotland, en staar naar de verdwijnende rug van Viv Cupples, postbode. Voortuintje in, voortuintje uit: ze verdwijnt steeds verder in de straat en uiteindelijk licht alleen haar Royal Mail-postzak met de reflecterende strepen nog af en toe op.

Er is een befaamde reclame van de Royal Mail die in een volkomen leeg landschap een heel klein rood postautootje laat zien. De boodschap is duidelijk: op de komst van de post kunt u altijd vertrouwen. Het is om die foto dat ik op een ochtend in februari bij Viv Cupples in de auto zit. Want Viv bezorgt niet alleen de post in een ontoegankelijk gebied op de flanken van de Lammermuir Hills, zij neemt ook passagiers mee. Buiten de zomermaanden vooral bewoners van afgelegen boerderijen en arbeidershuisjes, die 6 kilometer moeten lopen naar een bushalte. Maar 's zomers ook toeristen - meestal blij verraste toeristen. Want het feit dat de Britse post op zo'n driehonderd routes in afgelegen gebieden in het hele Verenigd Koninkrijk ook aan passagiersvervoer doet, is maar bij weinigen bekend. Zo kun je bij Viv een kaartje kopen voor een enkeltje Spott of Oldhamstock, of een retourtje Broxburns of Catgraig. De Dunbar-Innerwick postbus-route is de oudste in Schotland.

De Royal Mail kwam op het idee zijn posties ook passagiers te laten meenemen, toen zo'n dertig jaar geleden de klad in het openbaar vervoer begon te komen. Nu rijden er van Shetland tot Devon rode bestelautootjes van elk denkbaar formaat als logische vervanger van de verdwenen busdiensten. Twee keer per dag, want dit land kent nog twee bezorgingen per dag - eerste- en tweede klas bezorgingstarieven.

Boven de zee komt geleidelijk de zon op als Viv haar enige straat heeft bediend en aan haar route over het platteland begint. Zij zit voorin, met de postzak naast zich. Een stevig hekwerk van gaas scheidt haar van de passagiersruimte, met een krap bemeten capaciteit van negen personen. Het gaas is niet om de chauffeur te beschermen, vertelt Viv, maar om ,,de integriteit van de post'' te garanderen. Mijn aanbod om ook eens een brief af te geven, wordt dan ook vriendelijk afgeslagen.

,,Wij hebben de beste post ter wereld'', zegt Viv. Ongelijk kun je haar niet zomaar geven. Hier is geen sprake van de in Nederland voorgeschreven brievenbus vooraan bij de weg of de streng bemeten gleuf op gereglementeerde hoogte in de voordeur. Vif bukt en rekt, belt en klopt, verbergt in klaargezette koekblikken en achter hekpalen en maakt niet zelden een praatje met de man of vrouw die al naar buiten komt lopen als de postbus komt aanhobbelen. Dit keer heeft ze de pillen bij zich voor de man die haar collega's Tom-de Rijmer noemen - ,,hij is aan huis gebonden, maar hij heeft altijd een gedicht klaar voor een van ons'' - en het brood voor een dame wier naam me ontgaat. En ze weet wanneer mensen jarig zijn: veel kaarten te bezorgen. Al heeft ze zich één keer in haar veertien jaar postvrouwschap vergist, door iemand te feliciteren die veel kaarten kreeg omdat zojuist zijn moeder was overleden.

We rijden hobbelend langs weggetjes die in het niets lijken uit te komen. De dorpen die we passeren hebben grotendeels hun hart verloren: nog een kerk, maar vaak geen dorpswinkel, geen school en niet eens meer een pub. Veel van de fraaiere grijsgranieten huizen zijn opgekocht als tweede huis. Wie oud of slecht ter been is en het ongeluk heeft geen auto te rijden, zit opgesloten in een enclave zonder voorzieningen. Ze vergelijkt haar busdienst - 34 mijl 's morgens, 32 mijl 's middags - met een community service - een dienstverlening aan de landelijke samenleving. Voor velen is de komst van de postbus een verlossing.

De toeristen die Viv 's zomers oppikt zijn vaak van het serieus wandelende soort. Ze deponeert ze op het verste punt van haar route, waarna ze in de heuvels verdwijnen. Dit is het meest oostelijke deel van de `Scottish borders' en er zijn tal van wandelingen over kustpaden, door heuvellandschap, langs voormalige spoorlijntjes en door vlak boerenland. Wij rijden deze ochtend terug naar zeeniveau in een stralende zon die ons van over het water tegemoet schijnt. Jammer van de Torness-kerncentrale, die prominent op een landtong het landschap tekent. Eén van de passagiers op de terugweg is een jongen van vijftien, die me uitlegt dat je in de baai naast de centrale nu juist 's zomers lekker kunt zwemmen. ,,Het water'', zegt hij zonder een zweem van ironie, ,,is daar het warmste van de hele kust hier.''

Informatie alleen bij plaatselijke postkantoren en VVV's in Gr-Brittannië