Coalitie verdeeld over vrijere benzinemarkt

De coalitiepartijen in de Tweede Kamer zijn verdeeld over de liberalisering van de benzinemarkt. PvdA en VVD ondersteunen de kabinetsplannen ,,op hoofdlijnen'', D66 wijst de voorstellen resoluut af. Ook CDA en GroenLinks zijn tegen.

De Kamer zou vanmiddag met minister Jorritsma (Economische Zaken) over de liberalisering debatteren. Doel van de operatie is het creëren van prijsconcurrentie langs de snelweg. Daartoe mogen er 150 nieuwe pompstations bijkomen. De locaties daarvoor zullen per opbod worden geveild, waarbij de vier grote oliemaatschappijen een `biedhandicap' krijgen. De minimale afstand tussen twee pompstations (nu twintig kilometer) verdwijnt, wegrestaurants en meubelboulevards worden aangemoedigd onbemande benzineautomaten te plaatsen. Ook wordt een eind gemaakt aan de `eeuwigdurende' contracten tussen oliemaatschappijen en pomphouders.

Volgens D66 wil de overheid onteigenen en discrimineren, ,,beide in strijd met de Europese en nationale regelgeving'', aldus D66-woordvoerder J. van Walsem. EZ meent volgens hem ten onrechte dat de markt niet vrij is. Jaarlijks lopen driehonderd vergunningen voor pompstations af, waar andere ondernemers naar kunnen dingen. ,,Dat is liberaal genoeg.'' EZ schrijft aan de Kamer dat die vergunningen ,,juridisch-technisch'' wel vrij verhandelbaar zijn, maar dat de praktijk uitwijst dat de grote oliemaatschappijen die meestal toch weer in de wacht slepen.

VVD-woordvoerder P. Hofstra ondersteunt de plannen van Jorritsma. ,,De animo van de wegrestaurants sterkt ons in het doorzetten van de liberalisering.'' Wel vindt hij dat ook moet worden gedebatteerd over pompstations die niet aan rijkswegen liggen.

VVD en PvdA vinden beide dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit de vermeende prijsafspraken tussen de grote oliemaatschappijen eens zou moeten onderzoeken. Een eerder onderzoek daarnaar van EZ liep op niets uit.