Clinton kan twijfels over zijn persoon niet meer wegnemen

Na een jaar Lewinsky-schandaal is Amerika murw. Van de recente beschuldiging van Juanita Broaddrick aan het adres van president Clinton, lijkt niemand meer wakker te liggen. Maar haar relaas was pijnlijk geloofwaardig terwijl het met de geloofwaardigheid van Clinton pijnlijk is gesteld, vindt Juurd Eijsvoogel.

De beschuldiging zèlf was ernstig, maar niet het meest ontluisterende. Het verhaal van Juanita Broaddrick, de vrouw die zegt dat president Clinton haar in 1978 verkracht heeft, is niet te bewijzen. Je gelooft het of je gelooft het niet, veel alternatieven zijn er niet.

Maar wat dan? Als je het verhaal gelooft, dan ben je er dus van overtuigd dat de president van de Verenigde Staten een verkrachter is. Als je het niet gelooft, dan denk je dat de president in alle media ten onrechte van verkrachting is beschuldigd. In beide gevallen, zou je denken, reden tot enige opwinding.

Maar nee. Amerika is murw, na een jaar Lewinsky-schandaal, Starr-rapport en impeachment-proces. De beschuldiging blijft in de lucht hangen, als een wolk gifgas die misschien overdrijft, maar misschien ook niet. De president ontkent de aantijging niet persoonlijk, maar laat zijn advocaat David Kendall in één zinnetje verklaren dat Broaddricks verhaal ,,absoluut onwaar'' is. Zijn politieke tegenstanders halen na het mislukte impeachment-proces gelaten hun schouders op over deze nieuwe affaire. ,,Wat maakt het nog uit?'' verzuchtte Trent Lott, de leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, vorige week.

Wat het uitmaakt is niet meer of de president al dan niet aanblijft. Die strijd is beslecht. Nog tot januari 2001 zal Bill Clinton naar alle waarschijnlijkheid in het Witte Huis wonen. En de Amerikaanse bevolking lijkt nog altijd grote waardering te hebben voor de manier waarop hij zijn werk doet. Volgens een opiniepeiling van CNN, USA Today en het onderzoeksbureau Gallup blijft tweederde van de Amerikanen positief oordelen over Clinton als president. En slechts een derde hecht geloof aan de beschuldiging van Broaddrick.

Maar daarmee is de zaak niet afgedaan. Politieke schade is niet altijd te meten in opiniepeilingen en meerderheden. Meer dan op enig moment in zijn veelbewogen presidentschap staat Clinton dezer dagen alleen.

Geen van zijn politieke bondgenoten nam het voor hem op toen Broaddrick een kleine twee weken geleden met haar verhaal naar buiten trad. Afgezien van dat ene zinnetje van David Kendall heerste een doodse, beschaamde stilte. Wie durfde er nog te beweren dat dit verhaal belachelijk was, dat de president hiertoe nooit in staat zou zijn, of dat hij toch zeker een stuk geloofwaardiger was dan weer een vrouw uit Arkansas?

Niemand. Alleen de Democratische senator Tom Harkin, een paar weken geleden nog een van Clintons felste verdedigers tijdens het impeachment-proces, liet zich ontvallen dat hij misschien wel voor afzetting had gestemd als hij dit allemaal had geweten. En zwijgend besefte iedereen dat Clinton kon ontkennen wat hij wilde, maar dat zijn woord in dit soort zaken helemaal niets meer waard is.

Ook voor mensen die waardering hebben voor onderdelen van Clintons politiek, of voor zijn uithoudingsvermogen in de strijd met zijn fanatieke tegenstanders, is het moeilijk om de beschuldigingen van Broaddrick zo maar weg te wuiven. Ze lijkt geen politieke motieven te hebben. Jarenlang weigerde ze iets over de affaire te zeggen. En met het proces van Paula Jones wilde ze niets van doen hebben.

Haar verhaal bevatte wel enkele zwakheden, zoals het feit dat ze aanvankelijk tegenover de advocaten van Paula Jones in een schriftelijke verklaring onder ede ontkende dat de verkrachting ooit had plaatsgehad. Dat ze enkele weken na het vermeende incident met haar man toch nog een politieke bijeenkomst van Clinton bezocht. En vooral dat ze de zaak opeens tijdens het impeachment-proces in de openbaarheid wilde brengen.

Maar in het televisie-interview met NBC waarin ze haar verhaal vertelde, maakte Broaddrick een betrouwbare indruk. Ze verhulde niet dat ze de toenmalige minister van Justitie van Arkansas aanvankelijk bewonderde. Dat het naïef was geweest dat ze ermee had ingestemd om koffie met hem te drinken in haar hotelkamer, in plaats van de coffeeshop waar ze hadden afgesproken. Over de verkrachting zou ze zich schuldig hebben gevoeld. Ze sprak er indertijd wel met een aantal vriendinnen over, die dat nu bevestigen, maar diende geen aanklacht in. Al met al was het een pijnlijk geloofwaardig relaas.

Dat is een subjectief oordeel en daarom niet veel waard. En het is zeker niet genoeg om iemand voor verkrachter uit te maken. Maar het is wel voldoende om diepe twijfel te zaaien over de vraag: Wie is deze man eigenlijk? – zoals columnist Richard Cohen het gisteren in The Washington Post uitdrukte. Na alles wat het afgelopen jaar gebeurd is, heeft Clinton niet meer het gezag om de twijfels daarover weg te nemen. Ze zullen hem nog lang achtervolgen.

Juurd Eijsvoogel is correspondent in Washington voor NRC Handelsblad.