`Bescherm de ambtelijke klokkenluider'

Tachtig procent van de ambtenaren vindt dat de positie van zogeheten `klokkenluiders' dient te worden beschermd. Een op de drie ambtenaren vraagt zich wel eens af of informatie over een misstand `onder de pet' kan worden gehouden of naar buiten moet worden gebracht.

Dit blijkt uit een onderzoek van de ambtenarenbond AbvaKabo, dat is uitgevoerd onder vijfhonderd van haar leden. Uit het onderzoek blijkt ook dat zeventig procent van de ondervraagden in mindere mate, in geringe mate of in het geheel geen vertrouwen heeft dat de politiek verantwoordelijken – ministers, burgemeesters en wethouders – aan de kaak gestelde misstanden oplossen.

Volgens AbvaKabo-voorzitter Cees Vrins zijn de cijfers ,,absurd hoog''. ,,Er is iets goed mis tussen ambtenaren en het politieke bestuur. In de loop der jaren is de communicatie gaan haperen'', aldus Vrins. De werknemerskoepel wil afspraken maken met minister Peper (Binnenlandse Zaken) over een betere bescherming van ambtenaren en over meer mogelijkheden voor openheid binnen overheidsorganisaties.

Negentig procent van de ondervraagde leden denkt dat een onafhankelijk meldpunt waar misstanden kunnen worden aangekaart de positie van ambtenaren verbetert. Tachtig procent wil dat er wettelijke bescherming komt voor ambtenaren die misstanden in de publiciteit brengen. Volgens Vrins moeten werknemers van de overheid zich direct tot de commissies van de Tweede Kamer kunnen wenden. ,,Zodat Kamerleden zelfstandig een oordeel kunnen vormen.'' Recent lanceerde D66-fractievoorzitter De Graaf het idee van een vertrouwenspersoon binnen overheidsorganisaties.

Van de ambtenaren die wel eens worstelen met de vraag of ze iets naar buiten moeten brengen danwel loyaal moeten zijn aan de organisatie noemt ruim eenvijfde `onjuiste afwikkeling van procedures' en `vriendjespolitiek' als misstand. Achterhouden van gevoelige informatie (13 procent), fraude (9 procent) en onjuiste informatie geven aan publiek en politici (8 procent) worden ook genoemd.

De AbvaKabo voerde het onderzoek uit naar aanleiding van de parlementaire enquête over de Bijlmerramp en de daaruit voortgekomen discussie over het wel of niet `onder de pet houden' van informatie.