`Wij hier in Libanon krijgen alleen de klappen'

In Zuid-Libanon was gisteren maar weinig volk op straat. De angst voor zware Israelische vergeldings- aanvallen na de moord- aanslag van het weekeinde

op een Israelische generaal,

is nog niet geweken.

Als je van de hoofdstad van het Libanese zuiden, de havenstad Sidon, naar Nabatiyeh rijdt, passeer je bij de afslag een gigantisch bord met de vermelding `Al onze rampen worden veroorzaakt door de VS'. De door Iran en Syrië gesteunde fundamentalistische shi'ieten van Hezbollah laten er op die manier alvast geen twijfel over bestaan wie volgens hen schuld heeft aan de zoveelste escalatie van het geweld in het zuiden van Libanon. De VS en Israel zijn in hun ogen één en dezelfde. Het bord – een reusachtig Amerikaanse vlag – doet op het eerste zicht denken aan pop art, maar het handschrift is herkenbaar Iraans. De stars op de vlag zijn net zoals op muurschilderingen in Teheran, vallende bommen geworden.

Er wordt hier veel aandacht besteed aan de strijd om de ziel van het publiek. In Nabatiyeh verdringen grote afbeeldingen van wijlen de Iraanse Opperste Leider imam Khomeiny, het lichtend voorbeeld voor de pro-Iraanse Hezbollah, en van de leider van de pro-Syrische shi'itische Amal-beweging, Nabih Berri, elkaar.

De meeste winkels zijn ook vandaag dichtgebleven, de neergelaten aluminium rolluiken moeten bij eventuele Israelische bombardementen de ruiten beschermen. Volgens Rafiq Shahin, een gematigd shi'itisch parlementslid, is dit de normale gang van zaken als er zoals nu sprake is van een toestand van ,,kalmte met toegenomen spanning''.

In het café van Abu Mohammed Irani in het centrum van Nabatiyeh is maar weinig volk. Er zijn maar drie tafels met kaarters. In normale tijden zit dit café vol en is de rook te snijden. ,,We nemen al 27 jaar voorzorgsmaatregelen'', zegt Shahin. ,,Ik vertrek niet. Ik ben ook niet uit Nabatiyeh vertrokken in 1994 tijdens de zevendaagse oorlog of in april 1996 tijdens de veertiendaagse oorlog.''

Het verkeer is niet half zo druk als gewoonlijk en er zijn maar weinig mensen op straat. De meeste scholen blijven dicht. ,,Neen, geen oorlog vandaag, maar morgen weer wel. Kom, daar is mijn huis, we gaan koffie drinken'', zegt Abu Farouk. Hij is gehaast om bij zijn familie te zijn. ,,Zondag en maandag was het een echte nachtmerrie. We verwachtten hier in Nabatiyeh een zeer zware aanval. Veel gezinnen hebben hun koffers gepakt om naar Beiroet te vluchten.''

Abu Farouk (60) is chauffeur bij de EDL, de Electricité du Liban, die hier na de Israelische bombardementen van april 1996, de operatie `Druiven der Gramschap', het hele elektriciteitsnet heeft moeten vervangen. ,,De meeste mensen zijn sinds de oorlog voor Hezbollah'', zegt hij. Hij maakt zich vrolijk over het `paleis' dat Amal-leider Berri voor zichzelf heeft laten optrekken in de buurt van Sidon. ,,Hezbollah staat aan de kant van de kleine man, terwijl Berri de in de oorlog rijk geworden krijgsheer is.'' Het klinkt vol misprijzen.

,,Neen, dit zijn geen muqawameh, geen strijders'', zegt Abu Farouk geruststellend als drie auto's met hoge snelheid wegrijden. ,,Het zijn boeren die hier 's avonds toch maar liever vertrekken.''

Naarmate je de weg in oostelijke richting volgt, neemt de aanwezigheid van de radicale Amal- en Hezbollah-strijders meer dominante vormen aan. Overal zijn de rood, wit en groene borden van de Amal-militie en de gele en groene vlaggen van de partij van God, Hezbollah, bevestigd. Eenmaal voorbij Nabatiyeh is er letterlijk geen elektriciteitsmast zonder zwarte vlaggen en portretten van in de strijd tegen Israel gevallen martelaren. Op een bord staat een roos afgebeeld midden in een Davidster. Dikke druppels bloed lopen uit de bloem langs de stengel naar een portret van een jongeman met baard.

Midden in dit door de Libanese moslim-milities gecontroleerde gebied doemt de grimmige ruïne van een kruisvaardersburcht, het kasteel Beaufort, op. Hier begint de door Israel afgekondigde veiligheidszone. Bovenop de indrukwekkende burcht wappert de wit en blauwe Israelische vlag. De burcht staat op de top van een heuvel en overschaduwt de valleien en dorpen in de omgeving. Je ziet van ver de Israelische kanonnen.

Ooit was dit een Palestijnse vesting, die echter door de Israelische luchtmacht tijdens de invasies van '78 en '82 in Libanon zwaar onder vuur werd genomen. Op de hellingen eromheen staan alleen nog de ruïnes van kapotgebombardeerde huizen en de weg die van het naburige dorp Arnoun naar de burcht leidt, is door de Israelische troepen omgeleid en helemaal afgezet met een betonnen wal.

Of het gevaar van nieuwe Israelische bombardementen geweken is? ,,De mensen weten niet goed wat ze van de toestand moeten denken'', zegt Saad (36), een bankbediende. Saad heeft hier tien jaar voor het Rode Kruis gewerkt. ,,Ze zeggen dat het alleen de Israelische bezetting is die maakt dat Hezbollah acties uitvoert. De Libanezen staan achter het verzet.'' Volgens Saad zijn er geen Libanezen die er een andere opinie op na houden.

De mukhtar (burgemeester) van Arnoun, Afif Hassan Hamdan, is 70. Hij loopt er zeer kranig bij, met zijn getaande gezicht, een stevige sneeuwwitte baard en met blote voeten in plastic sandalen. Het is naarmate de duisternis komt opzetten ijskoud geworden, maar hij geeft geen krimp. ,,Je vraagt mij of er gevaar dreigt? Zeg jij het mij maar. Het zijn toch de Amerikanen, de Britten en de Fransen die het weten, wij hier krijgen alleen maar de klappen.''

Het wordt snel donker. ,,We gaan nu stenen dwars over de weg leggen om auto's tegen te houden'', zegt de mukhtar, ,,want we weten niet wat er kan gebeuren''. Enkele wagens die het dorp nog willen binnenrijden worden weggestuurd. ,,Niemand weet iets. Ik kan de verantwoordelijkheid niet op mij nemen om de mensen te zeggen of ze al dan niet binnen moeten blijven'', klaagt hij. Hij kijkt naar de burcht die nu luguber afsteekt tegen de nachtelijke hemel en hij wordt duidelijk zenuwachtig. ,,Je kunt maar beter vertrekken.''

Arnoun is voor het eerst in veertien jaar weer door de Israelische militairen opengesteld voor Libanese voertuigen. ,,Al die jaren kwamen de Israelische soldaten hier zomaar binnengewandeld, ze deden gewoon waar ze zin in hadden en de 4.000 inwoners moesten zich maar te voet zien te bevoorraden'', zegt Saad.

Een tiental dagen geleden werd het dorp door de Israeliërs zelfs met prikkeldraad afgesneden van de rest van het Libanese grondgebied. Maar die stap was voor een paar duizend studenten uit Beiroet en uit het zuiden aanleiding tot het organiseren van wat een ongelooflijke stunt zou worden. De student Ali Said was het die in Arnoun als een van de eersten, samen met nog vier studenten afkomstig uit de omliggende dorpen, eigenhandig de Israelische prikkeldraadversperring begon op te ruimen. Er viel bij die actie geen schot en binnen een paar minuten hadden de studenten gedaan gekregen wat de Libanese militairen nooit zouden hebben gedurfd.

,,Gewoon, omdat de bevolking van Arnoun niets te eten en te drinken had'', bromt Ali. ,,Dit is mijn land, en het is bekend dat de Israeliërs moeite hebben een begin te maken met een terugtrekking, ook als deze onvermijdelijk is.'' Sinds Ali zich een weg door het prikkeldraad heeft geknipt zijn de Israelische soldaten niet meer uit hun burcht gekomen.