Wandelend standbeeld van Oostende

Oostende viert dit weekeinde feest. De schilder James Ensor is vijftig jaar geleden overleden en dat moet herdacht worden. Behalve een gekostumeerd bal en een Ensor-route, zijn er ook op verschillende plaatsen nog tentoonstellingen.

De Oostendse schilder James Ensor woonde in een souvenirwinkel, een erfenis van zijn oom en tante. In uitstalkasten stonden schelpen, waaiers en maskers. Aan het plafond hing gedroogd zeewier. De schelpen werden 's zomers aan toeristen verkocht, de maskers rond carnaval. Maar Ensor verkocht al gauw niets meer. Hij beschilderde de maskers, die op hun beurt zijn schilderijen bevolkten.

De souvenirwinkel in Oostende bestaat nog steeds, als Ensormuseum. In de etalage staan weer allerlei schelpen en een groot schildpaddenschild. In een achterkamertje hangen Ensors zwarte jas en hoge hoed. Boven is het Blauw Salon, waar de schilder woonde en werkte. Tussen de maskers hangen de reproducties van zijn schilderijen, zoals het grote doek De intrede van Christus in Brussel, een van zijn bekendste werken waarin de antiklerikale Ensor zichzelf als Christus afbeeldde.

Omdat het vijftig jaar geleden is dat de schilder op 89-jarige leeftijd overleed, is 1999 uitgeroepen tot Ensorjaar. Vooral in zijn geboorteplaats Oostende wordt dit uitbundig gevierd. Het Ensormuseum is elke dag open, galeries exposeren hommages aan Ensor, in het Museum voor Schone Kunsten wordt Ensorwijn verkocht, een Ensorkalender en een cd met de door hem gecomponeerde muziek bij het pantomimballet La Gamme d'Amour. Het Oostends carnaval staat dit jaar in het teken van Ensor, er worden concerten gegeven met muziek van de kunstenaar en zijn tijdgenoten en bij zijn graf heeft op 17 april een herdenking plaats.

Ensor heeft zijn leven lang in Oostende gewoond, uitgezonderd zijn studietijd in Brussel. Hij hield van de zee, maakte wandelingen langs het strand en protesteerde tegen het volbouwen van de duinen. Hij moest wel in de badplaats blijven wonen omdat zijn familie hem in zijn onderhoud voorzag. Pas na 1900 groeide Ensors faam, juist toen hij over zijn artistieke hoogtepunt heen was. In 1930 werd in de tuinen van het Oostends casino een borstbeeld van de schilder onthuld, dat hij naar verluidt regelmatig ging groeten.

Op vijftien plekken in Oostende zijn nu Ensorbakens geplaatst: reproducties van landschappen of stadsgezichten op de plek vanwaar hij ze schilderde. Naast het casino op de Westhelling bijvoorbeeld, maakte hij De baden van Oostende, een cynisch bedoeld portret van badtoestanden eind vorige eeuw, toen baders in wagens de zee in werden gerold zodat ze niet eerst over het strand hoefden en door het lage water. Boven op Ensors badwagens zitten mannen met verrekijkers te turen naar de vrouwen in zee. Volgens de schilder zou De baden van Oostende zijn verwijderd van een tentoonstelling in Brussel toen Leopold II op bezoek kwam. Het werd als te schokkend ervaren. Maar nadat de vorst het werk tòch had gezien, zou deze hebben geëist dat het een centrale plek kreeg op de tentoonstelling.

In het casino zelf heeft op zaterdag 6 maart het Bal du Rat Mort plaats, een jaarlijks gekostumeerd carnavalsbal, in 1898 mede door Ensor geïnitieerd. Dit idee werd geboren tijdens een nachtelijk uitstapje aan het Parijse Rat Mort, een cabaret in Montmartre. De nieuwe Compagnie du Rat Mort zou voortaan die gemaskerde bals en zonderlinge concerten organiseren. De opbrengsten gingen naar een goed doel. Nog steeds is het Rat Mort een `groot gekostumeerd liefdadigheidsbal ingericht door de Koninklijke Cercle Coecilia', een Ensoriaans dansfeest waar in ieder geval `stadskledij met strikje verplicht' is, avondkledij `gewenst' en `carnavalskledij aanbevolen'.

Een Ensortentoonstelling zonder Ensors is te zien in het Oostends Museum voor Schone Kunsten, met foto's van de schilder en `Ensorabilia'. De schilder, die genoot van de erkenning die hij na 1900 kreeg, liet zich graag fotograferen. In zijn Blauw Salon, bijvoorbeeld, gezeten achter het harmonium, met op de voorgrond een tafel bezaaid met paletten, kwasten en tijdschriften. Veel foto's ook van Ensor wandelend over de Oostendse kade, met zijn typische hoge hoed en baard. Hij maakte van iedere wandeling een show. Niet voor niets noemde schrijver Karel van de Woestijne hem `het wandelend standbeeld van Oostende'.

Ensor maakte in zijn leven meer dan zestig zelfportretten. Maar op de expositie zijn portretten te zien van de schilder door andere, bewonderende kunstenaars, zoals Roger Raveel en Rik Wouters. De tentoonstelling in het Oostends Museum voor Schone Kunsten is wel zeer volledig. Zo is er een exemplaar van Hugo Claus' Het Verdriet van België met op de kaft Ensors schilderij Muziek in de Vlaanderenstraat. In een andere vitrine ligt een hedendaags briefje van honderd naast een telefoonkaart – beide met afbeelding van de schilder. Zelfs het bidprentje dat na zijn overlijden werd gedrukt is er te vinden. Hij zou er vast van hebben genoten.

James Ensor. De foto's, de roem. Museum voor Schone Kunsten Oostende, Wapenplein. Van 10-12 uur en van 14-17 uur, di gesloten. Entree 125 franc. Tot 15/5. Ensorhuis, Vlaanderenstraat 27, dagelijks van 10-12 en van 14-17 uur. 50 franc. Route Ensorbakens verkrijgbaar bij Toerisme Oostende, Monacoplein 2. Tel 0032 597 011 99, e-mail toerisme@oostende.be. Bal Rat Mort, 6/3; reservering bij Toerisme Oostende.