Van der Valk wil wel benzine verkopen

Nieuwe pompen en nieuwe spelers moeten de benzineprijs verlagen, zo wil het kabinet. Morgen buigt de Tweede Kamer zich erover. Oliemaatschapijen verzetten zich heftig, maar enkele wegrestaurants willen wel benzine verkopen.

De consument moet minder gaan betalen voor de benzine langs de snelweg. De benzineverkopers, die nu nog klanten proberen te trekken met Air Miles, zegeltjes en cadeaus, moeten gaan concurreren op prijs. ,,De maatschappelijke kosten van het gebrek aan prijsconcurrentie bedragen enkele honderden miljoenen guldens per jaar'', meent het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Om die reden wil het kabinet de benzinemarkt openbreken, de prijsconcurrentie bevorderen en dominantie van de Big Four aanpakken. Naast deze gevestigde oliemaatschappijen – Shell, BP/Mobil, Texaco en Esso – krijgen andere spelers een kans. De hoop is daarbij gevestigd op de kleinere oliemaatschappijen, die nu nog nauwelijks pompen hebben langs de rijkswegen, en op wegrestaurants, meubelboulevards en supermarkten. Lichtend voorbeeld daarbij is Frankrijk, waar hypermarkten de benzine haast tegen kostprijs verkopen.

In de vrijdag door het kabinet goedgekeurde plannen van EZ wordt de minimale afstand tussen twee pompstations langs de snelwegen (nu 20 kilometer) geschrapt, zodat ook benzine kan worden verkocht op parkeerplaatsen en bij wegrestaurants. De `eeuwige vergunningen' voor bestaande pompen worden beëindigd en afgekocht. Er komen 155 nieuwe locaties bij, die op een vergelijkbare manier worden geveild als de GSM-frequenties vorig jaar. Deze zogeheten `asymmetrische' veiling, die door Brussel moet worden goedgekeurd, geeft ook kleinere partijen een kans bij de bieding.

De Tweede Kamer praat morgen met minister Jorritsma (EZ) over de liberalisering van de benzinemarkt. De afgelopen maanden hebben de grote oliemaatschappijen al een heftige lobby gevoerd tegen de plannen van Jorritsma, die volgens hen alleen maar zullen leiden tot duurdere benzine. ,,Zowel eigenlijke als oneigenlijke methoden worden gebruikt om ons van onze plannen af te brengen'', aldus een ingewijde bij EZ over de stroom rapporten die de Kamer heeft bereikt.

De kleinere maatschappijen en de witte pomphouders mochten op basis van hun totale marktaandeel in Nederland lang niet uitbreiden langs de zeer lucratieve snelweg. Hun klachten daarover vonden begin jaren negentig gehoor in de Kamer, maar dit leidde niet tot nieuwe benzineverkopers langs de Rijksweg. Een belangrijk obstakel voor potentiële nieuwe pomphouders, zo bleek uit onderzoek van EZ, is de bureaucratie bij gemeenten.

Ook is de benzine in Nederland naar Europese maatstaven duur, concludeerde hetzelfde EZ-onderzoek. Een poging van de overheid om te bewijzen dat de oliemaatschappijen prijsafspraken maken is in het verleden gestrand. Vandaar dat voormalig minister Wijers (EZ) de benzinemarkt heeft onderworpen aan de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW).

De oliemaatschappijen vinden hun benzine helemaal niet duur en wijzen erop dat hun marges niet exceptioneel hoog zijn. Sterker nog, door de veiling van de vergunning worden de maatschappijen op hoge kosten gejaagd en die moeten worden terugverdiend met de benzineverkoop. C. Bakker, voorzitter van de Commissie Benzinestations Rijkswegen, heeft nog een argument: ,,Met nieuwe pompen erbij worden die per definitie kleinschaliger en daarmee de kosten relatief hoger''.

Het grote verschil tussen kost- en verkoopprijs betekent volgens EZ dat er ergens in de bedrijfskolom overwinsten worden geboekt, of dat nu door de pomphouders of door de maatschappijen is. De ervaringen met mobiele telefonie leert volgens EZ dat de veilingen juist prijsdalingen mogelijk maken. Toch zijn behalve de oudgedienden ook de potentiële nieuwkomers langs of dichtbij de snelweg ogenschijnlijk niet erg enthousiast. Zo laten het Italiaanse Agip, het Belgische Fina, de Brits-Amerikaanse alliantie BP/Mobil, het Koeweitse Q8 en de zelfstandige pomphouders in Avia desgevraagd weten niet van plan te zijn mee te bieden op de nieuwe locaties. Total heeft interesse, maar voelt zich nog altijd in het nadeel ten opzichte van de Big Four: ,,Zij hebben kennis en expertise van de situatie op de Nederlandse wegen. Shell kan zo uitrekenen of een extra pomp langs bijvoorbeeld de A2 efficiënt is of niet. Wij weten niet of we die investering ooit terugverdienen.''

Ook de branchevreemde spelers staan niet te trappelen. Geen animo, kost te veel, luidt het commentaar van de bouwmarkten als Praxis en Formido. Ook de Federatie voor Wegverzorgende Horeca (FWH), van de wegrestaurants, zegt vooralsnog weinig te voelen voor het voeren van pompen. In totaal zijn er 115 wegrestaurants in Nederland. ,,Het vergt grote investeringen om als restaurant een pomp te gaan voeren. Dat doe je niet zo makkelijk. Daar komt nog bij dat de marges van de wegrestaurants niet dusdanig zijn dat de benzineprijzen laag gehouden kunnen worden'', aldus secretaris Boot van de FWH.

Dit weerhoudt de individuele wegrestaurants Van der Valk en Hajé echter niet. ,,Als we onbemande automaten neerzetten kunnen we de prijs laag houden door het uitblijven van personeelskosten en het inzetten van onze restaurantwinsten'', zegt Ben van der Valk. De noodzaak om dan met de grote oliemaatschappijen deals te sluiten vervalt daardoor. Precies wat EZ wil. Ook Hajé zegt interesse te hebben.

Een wildgroei van pompen is echter een schrikbeeld van Rijkswaterstaat, dat waakt voor de rust en veiligheid langs de snelweg. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat), die onlangs heeft aangegeven dat benzine juist duurder moet worden om de files te bestrijden, heeft bezwaar aangetekend tegen al te grote drukte langs de vluchtstrook. Jorritsma zei vorige week na de ministerraad vergoelijkend: ,,Bij het vaststellen van nieuwe locaties houden we ook rekening met de veiligheid.''