Schoenafdruk leidt tot vervolging in zaak-Tjoelker

Het OM in Leeuwarden heeft besloten alsnog de vierde verdachte in de zaak-Tjoelker te vervolgen. De doorslag gaf het rapport van een voetspoordeskundige.

Het woord flinterdun wil hij niet in de mond nemen. Maar de Leeuwarder hoofdofficier H. Brouwer geeft toe dat het bewijs tegen de vierde verdachte in de zaak-Tjoelker, de 19-jarige Leeuwarder Dennis S. ,,niet uitpuilt''. ,,En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Niemand van de dertien getuigen heeft hem zien trappen, zelf ontkent hij en ook zijn drie medeverdachten ontkennen stelselmatig en consequent dat hij een aandeel had in de vechtpartij.'' Toch zit er volgens de hoofdofficier wel een ,,wettig bewijs'' in. ,,Of het ook overtuigend is, moet de rechter bepalen.''

S. zal in een besloten zitting op 30 maart medeplegen van doodslag op Meindert Tjoelker ten laste worden gelegd. Hierop staat een maximale gevangenisstraf van vijftien jaar. Als dit niet bewezen wordt geacht, zal hij vervolgd worden wegens openlijke geweldpleging de dood van Tjoelker tot gevolg hebbend of medeplegen van zware mishandeling.

Tjoelker kwam in de nacht van 12 op 13 september 1997 in Leeuwarden om het leven bij een vechtpartij. De twee verdachten zijn inmiddels in hoger beroep veroordeeld tot dertig maanden cel wegens zware mishandeling de dood tot gevolg hebbend. De derde verdachte kreeg een straf van 180 uur dienstverlening. Vijftien maanden geleden hief het hof de voorlopige hechtenis van de vierde verdachte op.

Het openbaar ministerie besloot hem niet verder te vervolgen. Zijn zaak werd geseponeerd. Vijftien maanden nadien wordt Dennis S. alsnog voor de rechter gebracht. De stelligheid van de Engelse voetspoordeskundige K. Barnett trok het openbaar ministerie in Leeuwarden over de streep om S. alsnog te vervolgen, zegt Brouwer.

Barnett concludeerde dat de afdruk in Tjoelkers hals is veroorzaakt door een Nike Air, een schoen die S. de bewuste avond droeg. Het gerechtelijk laboratorium oordeelde in december 1997 nog dat de huidbeschadiging in de hals van het slachtoffer ,,mogelijk'' veroorzaakt was door de zool van een Nike Air. Mede op grond hiervan besloot het OM de zaak tegen S. in december 1997 te seponeren. Verder speelde mee dat S. zelf elke betrokkenheid bij de vechtpartij ontkende en nog steeds ontkent, dat geen van de dertien getuigen die in totaal 56 verklaringen aflegden hem hebben zien vechten, dat de drie andere verdachten zijn betrokkenheid ontkennen en dat ook een spiegelconfrontatie niets heeft opgeleverd.

De raadsman van de familie Tjoelker schakelde een Duitse sporendeskundige in, die concludeerde dat de huidbeschadiging in Tjoelkers hals ,,met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid'' was veroorzaakt door een Nike Air. Het hof achtte de klacht gegrond en gaf het OM opdracht het onderzoek voort te zetten. Hierop werd Barnett ingeschakeld.

Volgens Brouwer is Barnetts conclusie dat de huidbeschadiging in Tjoelkers hals veroorzaakt is door de afdruk van een schoenzool waarvan het profiel overeenkomt met dat van een Nike Air ,,een nieuw gegeven''. ,,S. droeg op de bewuste avond Nike Airs. Er is met een flinke trap tegen Tjoelkers hoofd geschopt. Volgens de patholoog-anatoom was die trap dodelijk.

Een en ander kan een ander licht werpen op de rol van de vierde verdachte.'' Overigens is niet vast te stellen of de beschadiging veroorzaakt is door de Nike Airs van S. Hiervoor ontbreken typische en specifieke kenmerken in de hals en in de schoenzool, oordeelt zowel Barnet als het gerechtelijk laboratorium. Dit maakt de bewijslast volgens Brouwer niet eenvoudig.

De advocaat van S., W. Anker, noemt de ,,ommezwaai'' van het OM ,,verrassend''. ,,Het bewijs is heel mager.'' Volgens hem had het openbaar ministerie nauwelijks een andere keus dan vervolgen, gezien het arrest van het hof.