Republikeinen staan nu al te dringen

Pas over twintig maanden zijn er in de Verenigde Staten weer presidentsverkiezingen. Maar de Republikeinen verdringen zich nu al om de nominatie van hun partij in de wacht te slepen.

De Republikeinse gouverneur van Texas, George W. Bush, die al maanden geldt als een serieuze kanshebber voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het jaar 2000, heeft de eerste formele stap gezet op weg naar het Witte Huis. Ook de conservatieve commentator Pat Buchanan werpt zich in de strijd.

De twee voegden zich gisteren bij het snel groeiende veld van kandidaten die uit zijn op de Republikeinse nominatie. De enige twee Democratische kandidaten zijn tot nog toe vice-president Al Gore en Bill Bradley, de voormalige senator (en basketbalkampioen) uit New Jersey. Maar bij de Republikeinen verdringt zich al een klein dozijn politici met presidentiële ambities, onder wie oud-vice-president Dan Quayle, senator John McCain, miljardair Steve Forbes, oud-minister Elizabeth Dole en oud-gouverneur Lamar Alexander.

Maar Bush (52), de oudste zoon van de voormalige president, heeft meteen al een voorsprong op zijn rivalen. Hoewel hij geen ervaring heeft in de landelijke (laat staan internationale) politiek, geniet hij de steun van veel vooraanstaande Republikeinen. In Texas, waar hij in november met gemak werd herkozen, heeft hij bewezen dat hij een brede groep kiezers kan aanspreken: zowel Republikeinen als Democraten, zowel voorstanders als tegenstanders van abortus, zowel conservatieve nationalisten als zwarten, hispanics en immigranten. Binnen de Republikeinse partij is dat een zeldzame eigenschap, waaraan grote behoefte bestaat.

Aangeslagen door de tegenvallende uitslagen van de verkiezingen voor het Congres, in november, hebben Republikeinen in het hele land hun hoop op Bush gevestigd. Vorige week verklaarde bijvoorbeeld meer dan de helft van de 31 Republikeinse gouverneurs in een ongekend vroege stemverklaring dat ze de kandidatuur van Bush zullen steunen. Na het impeachment-proces van president Clinton, dat de Republikeinse partij bij veel Amerikanen een uitgesproken negatief imago heeft bezorgd, verwachten ze met Bush een kandidaat binnen te halen die de kiezers niet zullen associëren met de bittere strijd tegen de president. Opiniepeilingen suggereren dat Bush een tweestrijd met vice-president Gore kan winnen.

Waar Bush politiek precies staat, is nog niet erg duidelijk. Hij spreekt graag over een ,,conservatisme met gevoel'', over het belang van goed onderwijs en een krachtig rechtssysteem. Om mogelijk belastende onthullingen over zijn wilde jaren voor te zijn, zegt hij altijd: ,,Toen ik jong en onverantwoordelijk was, was ik jong en onverantwoordelijk.''

Gisteren kondigde Bush aan dat hij een verkenningscommissie instelt, die geld voor zijn campagne kan inzamelen. Hij zegt dat hij nog steeds niet besloten heeft of hij ook inderdaad kandidaat zal zijn, maar alles wijst erop dat hij die beslissing al genomen heeft. Het is langzamerhand gebruik dat politici hun kandidatuur in twee, drie of nog meer stappen aankondigen, waardoor ze even zoveel keer gratis het televisienieuws halen.

Pat Buchanan (60), die de afgelopen jaren als presentator van een politiek discussieprogramma van CNN bijna dagelijks op tv was, draaide er gisteren niet om heen. In New Hampshire, waar volgend jaar de eerste voorverkiezingen worden gehouden, maakte hij zonder omwegen bekend dat hij opnieuw een gooi naar het Witte Huis zal doen. In 1992 maakte Buchanan het de toenmalige president Bush in de voorverkiezingen bijzonder moeilijk. In 1996 versloeg hij in New Hampshire zelfs Bob Dole, die later desondanks de nominatie zou krijgen.

Bush mag de steun hebben van de gevestigde orde in de partij, Buchanan is een populist, die hoort tot de uitgesproken rechtervleugel en zich graag afzet tegen het Republikeinse establishment. Hij pleit voor een economisch nationalisme dat niet altijd van protectionisme en isolationisme valt te onderscheiden. Beter dan enige andere Republikein spreekt Buchanan, ook al is hij een miljonair uit de welgestelde Washingtonse voorstad McLean, tot de verbeelding van ongeschoolde werknemers, traditioneel kiezers die op Democraten stemden.

Maar er zijn meer conservatieve Republikeinen in de race, zoals Steve Forbes, die in 1996 ook meedeed. Door zijn enorme persoonlijke rijkdom heeft Forbes een bijna onbeperkte campagnekas. Met zijn pleidooi voor afschaffing van de belastingdienst en invoering van één uniform belastingtarief (flat tax), oogstte hij drie jaar geleden veel steun. Sindsdien heeft hij ook op meer levensbeschouwelijke terreinen standpunten ingenomen. Met zijn felle afwijzingen van abortus heeft hij zich geliefd gemaakt bij de belangrijke groep conservatieve christenen in de Republikeinse partij.

Ook Dan Quayle, de veelbespotte voormalige vice-president, mikt in de eerste plaats op die groep, evenals Garry Bauer, die als woordvoerder van de christelijke organisatie Family Research Council in conservatieve kringen een vertrouwd gezicht is. In dezelfde ideologische hoek staan Bob Smith, een senator voor New Hamsphire, en Alan Keyes, een zeer behoudende zwarte dominee die ook in 1996 meedeed (zonder een schijn van kans), en die nu zegt opnieuw deelname te overwegen.

Gematigder is John McCain, de senator van Arizona die de afgelopen jaren herhaaldelijk de buitenlandse politiek van president Clinton heeft gesteund. McCain, die tijdens de Vietnam-oorlog bijna zes jaar lang als krijgsgevangene in een Noord-Vietnamese gevangenis heeft gezeten, is een internationalist. Gisteren zei hij dat hij graag de strijd aangaat met de economische isolatiepolitiek van Pat Buchanan.

McCain zoekt het politieke midden op, net als Lamar Alexander, een vermogende oud-gouverneur van Tennessee die al zes jaar vrijwel ononderbroken campagne voert voor het presidentschap, en John Kasich, lid van het Huis van Afgevaardigden en voorzitter van de begrotingscommissie. Elizabeth Dole ten slotte, voormalig minister van Transport en voorzitter van het Amerikaanse Rode Kruis, lijkt nog te aarzelen of ze zich in de strijd werpt. Haar man, Bob Dole, werd vorig jaar (na twee vergeefse pogingen) door de Republikeinen genomineerd voor de presidentsverkiezingen, maar daarna door Clinton verslagen.

Hoewel de voorverkiezingen pas begin volgend jaar worden gehouden, hebben de kandidaten niet veel tijd meer. Wie een serieuze kans wil maken, moet enorme bedragen inzamelen voor de steeds duurdere campagnes. De meesten denken dat ze alleen dit jaar al vijftien tot twintig miljoen bijeen moeten brengen. Omdat de voorverkiezingen volgend jaar heel dicht op elkaar zijn gepland, zal de strijd naar verwachting ongewoon kort en hevig zijn.