Ook Den Haag eert de zonderling Ensor

Niet alleen Oostende, maar ook Den Haag eert de zonderling James Ensor (1860-1949). De drie etages van Het Paleis geven vooral een indruk van de ijver waarmee de ereburger van Oostende met name in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw onstuimig schetste, schilderde en etste. Het carnaval, de bijbel, de straat, zijn zuster, het atelier, het hoekje van de schouw – Ensor oefende zijn hand op wat bijna toevallig zijn ooghoek binnenkwam, zo lijkt het.

Meteen bij binnenkomst kijkt een parmantig besnord zelfportret met bloemenhoed en veren (1883) de bezoeker aan: `Ziezo, dat ben ik, bijna Rubens, en ik mag er wezen'. Inderdaad, de kleine, zeer sfeervolle gezichten op een kale duinrand en op de Van Iseghemlaan in Oostende, die er naast hangen, doen daar niets aan af. Ze zijn impressionistisch en prachtig. Tegen een iets oplichtende horizon – want daar ligt de zee alweer – doemt aan het eind van die ene laan een boot op. Verder slapen de huizen, met baksteen-rood aangezet, een winterslaap die naarmate we verder van het doekje aflopen steeds donziger lijkt te worden.

Dat Ensor tweemaal Nederland heeft aangedaan en er een kerktoren, wat schuiten, een volle veerpont vastlegde, mag hier natuurlijk niet ontbreken. Maar het blijven curiositeiten, snelle potlood-aanzetjes, die in tegenstelling tot de grote en klassieke figuurstudies in sombere verftinten van een jongetje en een oude man erg weinig om het lijf hebben.

Nee, Ensor keek veel liever uit op Oostende dan op Tholen. Dat blijkt wel uit de twee hoger gelegen verdiepingen. We zien puntige bovenaanzichten van de straat waar hij woonde, vol passanten en paardenkarren. Als zijn moeder slaapt, zet hij dat vlezige, ontspannen gezicht even neer tussen krabbels van figuren die een paar minuten later onder het raam passeerden. Met de stipjes van de fijnste burijn weet hij een tintelend havengezicht te etsen. En diezelfde grafische detaillering bereikt een hoogtepunt op een blad ter grootte van een pocketboek, waarop een reusachtige mensenmassa zich verzameld heeft rondom een overweldigende, gothische kathedraal.

De tentoonstelling is thematisch opgebouwd. Een klein kabinet met zelfportretten, een kamer met familiefoto's, een wandje bont strandleven in Oostende en een aparte zaal over het pantomime-ballet La Gamme d'Amour, waarvoor Ensor de muziek componeerde en de kledingontwerpen in kleurpotlood uitwerkte. Zelfs de kostuums, eigenhandig geometrisch beschilderd, staan er opgesteld. Eindelijk kunnen we in dit verband dan ook een paar van de bizarre schilderijen zien waar het ons bij Ensor toch eigenlijk allemaal om te doen is: de carnavaleske, soms macabere figuranten met hoeden en petten, valse neuzen en grimassen, die hij zo vrij als een kind, zonder enige academische remming, op het linnen kon laten dollen.

Jammergenoeg is er geen moeite genomen even bij de ingang de bezoeker met een biografie of een kort overzicht van de tentoonstelling voor te lichten. Later gebeurt dat evenmin. En waarom moeten er in die toch al rijkelijk geornamenteerde paleiszalen grote, akelig blauwe tekstbordjes worden opgehangen, waarop jaartallen en gegevens over toegepaste techniek om onduidelijke redenen soms ontbreken? De tentoonstelling, samengesteld door het Stedelijk Museum in Oostende, had bij een kleinere opzet veel aan zeggingskracht gewonnen. Natuurlijk wil je de Zeven Hoofdzonden graag zien, die Ensor als knappe, kolderieke tafereeltjes een alledaags aanzicht gaf, maar om nu elk willekeurig schetsboekblad, zelfs nauwelijks nog zichtbaar, in een lijst te vatten, nee, daar bewijst men geen enkele kunstenaar een dienst mee.

Dat neemt niet weg dat het realistische, uitgemergelde doodsportret van zijn moeder menigeen zal bijblijven. Een batterij medicijnen staat als een soort bewijslast op de voorgrond opgesteld. We wisten het natuurlijk al, maar de dood is een stamgast in Ensors werk, alsof hij een leven lang aan dat wachtende spook met de zeis moest wennen. `Ensor en de dood' zou een spannend geheel hebben opgeleverd. Geen feestje in Oostende of een geraamte maakte er wel uitgelaten zijn opwachting.

Tentoonstelling: James Ensor, t/m 9/5. Het Paleis, Lange Voorhout 74, Den Haag. Open: di t/m zo 11-17 uur. Catalogus: ƒ59,50.