Onbehagen na verhoor in enquête

Leden van Amsterdamse diensten die door de enquêtecommissie Bijlmerramp zijn gehoord, voelen zich als verdachten in een beklaagdenbank behandeld. Het gaat om de brandweercommandanten H. Ernst en C. te Boekhorst, gemeenteambtenaar M. Sarucco, politiecommissaris B. Welten en medewerker E.I. Iwema Bakker van de GG en GD.

Tijdens een bijeenkomst vorige week op het Amsterdamse stadhuis kwam dit naar voren. Voormalig korpschef E. Nordholt en oud-burgemeester Van Thijn waren ook uitgenodigd om de handelwijze van de enquêtecommissie te bespreken, maar zij waren verhinderd.

Burgemeester Patijn heeft naar aanleiding van deze bijeenkomst een brief geschreven aan de enquêtecommissie waarin hij kritiek uit op haar werkwijze. De openbaar afgenomen verhoren richten zich volgens de brief alleen op onderdelen die niet goed zijn gegaan, waardoor het beeld ontstaat dat de totale rampbestrijding ondeugdelijk was.

,,Dit leidt tot gevoelens van verdriet en diep onbehagen onder hulpverleners die bij het verlenen van hulp vaak tot het uiterste zijn gegaan. Zij verdienen het dat het vele werk rond de rampbestrijding niet onderbelicht blijft'', schrijft Patijn. Volgens Patijn is in het algemeen ,,goed werk verricht onder loodzware omstandigheden''. De hulpverleners van het eerste uur vinden daarvan volgens de burgemeester niets terug in het beeld dat tot nu toe naar buiten is gekomen.