Het geluk

Voor wie wilde weten wat het begrip `geluk' inhoudt, hield dr. A. Kerkhof, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, onlangs een openbaar college. Het gebeurde in een gebouw van de Universiteit van Amsterdam en iedereen die drie gulden wilde betalen, was welkom. De collegezaal liep die middag behoorlijk vol met vooral jonge, vrouwelijke studenten en vijf mensen van middelbare leeftijd, die het Grote Geheim op de valreep des levens alsnog wilden doorschouwen.

Lukte dat? Ach, laat ik zeggen dat Kerkhofs woorden vooral een enigszins geruststellende werking hadden. Geluksgevoelens kunnen alleen kortstondig bestaan, hield hij ons voor, en ze staan altijd naast gevoelens van ongeluk.

,,Mocht u geluk nastreven als iets dat u op elk moment van de dag zou moeten ervaren, dan wordt u vast niet gelukkkig'', zei hij. ,,Geluksbeleving valt u alleen ten deel als u ook vervelende dingen meemaakt en accepteert dat er tegelijk met geluk ook gevoelens van depressie of verdriet aanwezig kunnen zijn. U zult steeds slechts over gedeelten van uw leven tevreden of gelukkig kunnen zijn.''

We kregen een lijstje met `geluksbronnen' waarvan we de voor ons belangrijkste vijf moeste aanstrepen. We kozen bijna allemaal in de eerste plaats voor `gezondheid', daarna volgden zaken als `liefde', `zelfvertrouwen' en `vrienden'. Die consensus is een universeel verschijnsel. ,,Er komt altijd hetzelfde uit'', constateerde Kerkhof zichtbaar tevreden.

Ook plegen de meeste mensen nogal positief te antwoorden op de vraag of ze gelukkig zijn. Wij, in die collegezaal, deden dat ook. ,,Zo gaat het zelfs in landen waar de toestand slecht is'', vertelde Kerkhof. ,,Men vergelijkt zich kennelijk met bepaalde referentiegroepen – dat kunnen ook de buren zijn – en denkt: wij hebben het zo slecht nog niet.''

Eind goed al goed? Toch niet helemáál, want op zeker moment stelde Kerkhof vast hoe geluk het best kan gedijen: ,,In een ietwat saai, burgerlijk leventje.''

Maar misschien is dat nu juist wat we, diep in ons hart, verfoeien en daarmee een verscheurdheid veroorzaakt die ons bij psychologen en psychiaters doet belanden. Die wachtkamers van de Riagg stromen niet zomaar vol.

Een patiënte in Kerkhofs praktijk van klinisch psycholoog klaagde laatst dat ze `vandaag geen 100-procentsdag' had. ,,Maar 65 procent is toch ook al mooi'', had Kerkhof gereageerd. Dat is wel waar, maar het is tegelijk een beetje `een saai, burgerlijk' antwoord dat zo'n mevrouw wel zelf had kunnen bedenken. Zij wil groots en meeslepend leven en ze heeft de pech dat ze mij niet kent – en ik haar niet.