Een dichter die woorden koopt

Als je de winnaars van de Gouden Palm in Cannes beschouwt als een pantheon van de grootste actieve filmregisseurs, dan was de bekroning van Theo Angelopoulos vorig jaar volkomen terecht. De elfde lange speelfilm van de Griekse grootmeester, Mia eoniotita kai mia mera (vanwege de lancering in Cannes internationaal bekend onder de Franse titel L'éternité et un jour), is misschien niet zijn allerbeste, maar goed genoeg voor de allerhoogste filmonderscheiding. Angelopoulos (Athene, 1935) is door de jaren heen trouw gebleven aan zijn thema's en zijn specifieke stijl, onveranderlijk in elke film goed voor een paar scènes die je nooit meer vergeet. Misschien is deze film over een stervende dichter, die zich realiseert dat het leven aan hem voorbij is gegaan, wel Angelopoulos' meest persoonlijke en autobiografische werk tot nu toe.

Het gaat bij Angelopoulos altijd over de tijd. Zijn eindeloze plans séquence, minutenlang ononderbroken camerainstellingen waarin verschillende historische periodes door elkaar lopen, duren iets minder lang dan in O thiassos/De komedianten (1975) of O Megalexandros (1980), maar het zijn nog steeds theatrale kunststukjes, waarbij je op het puntje van je stoel zit te kijken, totdat de laatste auto achter in het beeld tergend langzaam uit het gezicht verdwenen is. Volstrekt natuurlijk accepteer je het wonder dat personen uit verschillende levensfasen van de hoofdpersoon of zelfs uit een heel andere eeuw het kader in en uit lopen.

De laatste dag die de dichter Alexander (Bruno Ganz, Grieks nagesynchroniseerd door de regisseur) in vrijheid doorbrengt, voordat hij in het ziekenhuis wordt opgenomen om te sterven, duurt een eeuwigheid. Hij ziet zichzelf weer als kind in een huis aan het strand en als jonge vader in de herfst van 1966, vlak voordat de kolonels de macht zullen grijpen. Hij neemt afscheid van zijn huishoudster, van zijn dochter en van zijn hond, en van de onzichtbare overbuurman, die altijd dezelfde muziek opzet als hij. Hij bezoekt ook op een minder realistisch niveau zijn moeder en zijn vermoedelijk overleden echtgenote. En hij constateert, zonder overdreven veel spijt, dat hij nooit in staat is geweest om deel uit te maken van het leven van anderen, omdat hij woonde in de innere Emigration van zijn werk.

Knap verweeft Angelopoulos met zijn vaste scenarist Tonino Guerra, die ook schreef voor Antonioni, twee ideeën voor andere films met dit verhaal. Alexander ontmoet namelijk twee letterlijke ballingen, een illegaal Albanees jongetje en de in Italië opgegroeide, negentiende-eeuwse dichter Solomos, de auteur van het Griekse volkslied. Omdat Solomos als romantisch nationalist deel uit wilde maken van de Griekse onafhankelijkheidsstrijd en in het Grieks wilde schrijven, maar de taal niet meester was, betaalde hij, volgens Angelopoulos, voor elk nieuw woord dat hij van passanten leerde. Ook Alexander koopt drie woorden, die hij aan het slot van de film over de zee uitschreeuwt. Het belangrijkste is wellicht xenitis, dat balling of buitenstaander betekent.

Zoals in alle recente films van Angelopoulos komen steeds weer grenzen in beeld, en rivieren waarvan de overkant onbereikbaar lijkt. Meer dan ooit zijn die grenzen metaforen van een psychische onmacht, bijvoorbeeld om woorden gratis in ontvangst te nemen. Ganz geeft schitterend gestalte aan de eenzaamheid van een man die alleen maar als kunstenaar met zichzelf kan samenvallen. Angelopoulos dwingt bewondering af door zijn geobsedeerde filmkunst, die ons wel bereikt. Er zijn maar weinig filmers die zo precies het leven in theater om kunnen zetten, en zo geraffineerd van alledaagse geluiden muziek weten te maken. Dat L'éternité et un jour naar het einde toe iets te nadrukkelijk in retorische herhalingen vervalt, is maar een schoonheidsvlekje op een droom van een film.

L'éternité et un jour (Mia eoniotita kai mia mera). Regie: Theo Angelopoulos. Met: Bruno Ganz, Isabelle Renauld, Fabrizio Bentivoglio, Achileas Skevis, Despina Bebedeli. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht.