Dochter Parnib stuwt winst van NIB omhoog

De Nationale Investeringsbank (NIB) heeft in 1998 de nettowinst opgevoerd met 19 procent tot 264 miljoen gulden. Vooral participatiebedrijf Parnib droeg sterk bij aan de winstgroei. De baten van de dochter namen met 44 procent toe tot 173 miljoen gulden.

Een deel van de stijgende resultaten bij Parnib heeft de NIB aangewend om de financiële onrust in het Verre Oosten het hoofd te bieden. Vorig jaar zette de Haagse bank, begeerd door de grootste Nederlandse pensioenfondsen ABP en PGGM, in totaal 124 miljoen gulden aan extra voorzieningen opzij.

NIB haalt krap 5 procent van zijn omzet uit het Verre Oosten. In deze regio houdt het zich voornamelijk bezig met kredietverlening en objectfinanciering, waarbij schepen en vliegtuigen als onderpand dienen.

Bij het financieren van projecten beperkt de staatsbank zich tot samenwerking met ,,vooraanstaande regionale en internationale partners''. In Rusland en Zuid-Amerika loopt NIB naar eigen zeggen nauwelijks risico.

De top rekent voor 1999 op een verdere stijging van de nettowinst. Over de overname door ABP en PGGM is NIB ook kort: ,,Voor 31 maart worden nadere mededelingen gedaan.'' De pensioenfondsen hebben 4 miljard gulden over voor de bank, die voor ongeveer de helft bezit is van de overheid. (ANP)