De wereld van dichter Arthur Rimbaud als inspiratiebron

De letter A is zwart, de E is wit, de I is rood, de U is groen en de O is blauw op de tekstlitho's van Richard Bouwman. Het is precies zoals de Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891) het in zijn beroemde gedicht Voyelles heeft opgeschreven.In dit raadselachtige gedicht uit 1872, dat nu eens klanktheoretisch dan weer erotisch werd uitgelegd, koppelde Rimbaud iedere klinker aan een element uit zijn belevingswereld: het zwart verbond hij met stank en harige vliegen, het wit met damp en onschuld, het paars met opgehoest bloed, maar ook met de lach van mooie lippen.

Het oorspronkelijke manuscript van Voyelles – doorgaans te bewonderen in het Musée Rimbaud in Charleville-Mézières, de Noord-Franse geboorteplaats van de dichter – is een van de unieke `rimbaldiaanse' voorwerpen, die deze maand in het Maison Descartes in Amsterdam te zien zijn op de expositie Arthur Rimbaud ou la chasse spirituelle.

Ook hangen er litho's, gouaches, tekeningen en schilderijen van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Richard Bouwman (1947), die zo'n twintig jaar geleden in de ban raakte van de Franse dichter. Hij werd gefascineerd door de klankrijkdom van Rimbaud's poëzie, de ambiguïteit van zijn vocabulaire en de gedrevenheid waarmee de jonge dichter vorm wist te geven aan zijn zoektocht naar het absolute in de kunst.

De tekstlitho's van Bouwman, prachtig vormgegeven fragmenten uit het gedicht Une saison en enfer, in het Nederlands vertaald door dichter Rien Vroegindeweij, roepen associaties op met fel gekleurde miniaturen uit middeleeuwse handschriften, heldere `illuminations', zoals de overkoepelende titel luidt van een veertigtal van Rimbaud's prozagedichten.

Eerst beperkte Bouwman zich tot het `naar de letter' nabootsen van de hallucinatoire, beeldende poëzie van Rimbaud. Later liet hij zich vrijer inspireren door diens verbeeldingswereld. `Ik noteerde het onzegbare. Ik legde duizelingen vast', schreef Rimbaud in zijn gedicht Alchimie du verbe, waarin hij als het ware terugblikt op zijn dichterschap alvorens er definitief mee op te houden. Het zijn woorden en zinnen die ook op de wit-zwart-paarse doeken van Bouwman terug te vinden zijn. Net als bij sommige, door het surrealisme geïnspireerde kunstenaars (Fernand Léger, Paul Eluard) zijn ze er neergezet in wat kinderlijke letters die zich in allerlei bochten wringen. Purperen ogen, de afdaling naar de hel, rode papavers als symbool van de droom van de kunstenaar – het zijn evenzoveel literaire thema's uit Rimbaud's oeuvre.

Opvallend eenvoudig is het portret dat Bouwman van de dichter zelf maakte. In een ingetogen, in bruin uitgevoerde krijttekening, gaf hij hem de open, frisse blik van een tiener, die zich nog onbewust lijkt van zijn toekomstige, turbulente leven en zijn eeuwige, postume roem – een schril contrast met de overbekende jeugdfoto van Rimbaud, waarin zijn starende, bijna lege ogen al een andere wereld lijken te zien. Ook het getekende portret dat Paul Verlaine tijdens zijn hartstochtelijke verhouding met Rimbaud, in juni 1872, van zijn vriend maakte, wordt in het Maison Descartes tentoongesteld; evenals een aantal (reproducties van) foto's, die Rimbaud van zichzelf, en van de stad Harar, maakte tijdens zijn verblijf in Afrika. Onder de brieven en manuscripten bevindt zich ook een facsimile van de Lettre du voyant, de `zienersbrief' die Rimbaud op zeventienjarige leeftijd schreef aan zijn vriend Paul Demeny en die vorig jaar voor 3 miljoen Franse francs door de Bibliothèque Nationale werd aangekocht. `Je est un autre', schreef hij in die brief, `de dichter wordt ziener door een ontregeling van alle zinnen'. Rimbaud zelf besloot enkele jaren daarna definitief een ander te worden: `l'homme-aux-semelles-du-vent', de man met de wind als schoenzolen, koopman in Afrika. De koffer waarmee hij vertrok getuigt ervan.

Vrijdag 5 maart, 20 u, organiseert het Maison Descartes een literaire avond over Arthur Rimbaud. Film, lezing en discussie met Alain Borer, Rimbaud-specialist. Res. (020) 6224936.