De puritein en de piraat

In Siberië liggen aan weerszijden van de rivier de Ob twee identieke steden. Beide zijn ooit in de Sovjet-tijd gebouwd voor de oliewinning ter plaatse, en nu lijken ze onderdeel van een sociaal-economisch experiment: in de ene is het zuivere kapitalisme doorgevoerd, in de andere is niets veranderd. Vrije markt tegenover collectieve verzorging. En de bazen maken het verschil: een vrije jongen versus een norse calvinist. De vrije jongen leek eerst niet stuk te kunnen.

De steden zien er niet alleen uit als een laboratoriumopstel- ling, ze zijn het ook. Hier, in de afgelegen taiga achter de Oeral, worden proeven genomen met mensen. Het experiment: wat gebeurt er als je het wilde kapitalisme loslaat op een betonnen exponent van de Sovjet-planeconomie?

De omstandigheden voor deze proef met de maatschappelijke maakbaarheid zijn haast wetenschappelijk: er is een `controlegroep' van een kwart miljoen op de rechteroever van de rivier de Ob, naast een even grote groep proefkonijnen op de linker. De uitgangssituatie is vrijwel identiek: beide nederzettingen zijn dertig jaar geleden uit de grond gestampt ten behoeve van de oliewinning. Het stadsplan (van haaks op elkaar staande straten) en de flats (allemaal van zeven en negen hoog) zijn zo eenvormig dat wie er zou worden gedropt niet weet of hij zich in X of Y bevindt.

Wederzijdse beïnvloeding is er nauwelijks: de bouw van een autobrug is halverwege gestaakt en de buslijn (die 's zomers gebruik maakt van het pontje en 's winters van een spoor over het ijs) is opgeheven. Beide steden hebben een landingsbaan en een Toepolev-vliegtuig dat dagelijks op en neer pendelt naar Moskou. De demografische opbouw is identiek en bestaat uit een pioniersgeneratie van romantisch ingestelde Komsomolleden die ooit als vrijwilligers op de leus `Olie voor het vaderland' zijn afgekomen, en hun kinderen, die zijn opgegroeid in materiële welstand: ze genieten kortingen op zwembaden, sauna's, ijshockey- en atletiekbanen, bioscopen, theaters en vakanties aan de Zwarte Zee.

Soergoet en Neftejoegansk zijn multi-etnische kiemen van de heilstaat – met de hoogste dichtheid aan bontjassen in Rusland. Maar: in Soergoet is er vraag naar kinderwagens en bruidsjurken, in Neftejoegansk niet. ,,Ik heb goedkope en dure, en het gekke is dat mijn klanten meestal kiezen voor de dure'', zegt de verkoopster in Soergoet. Haar collega aan gene zijde van de rivier verkoopt ook kinderwagens en bruidsjurken, maar dan in een pandjeszaak. ,,We hebben deze lommerd geopend omdat er zoveel mensen wegtrekken, maar het probleem is: bijna niemand wil iets kopen.''

In de advertentiekrantjes kost een eenkamerflatje in Neftejoegansk drie maal zo veel als in Soergoet. De extreme verschillen zijn van de afgelopen twee jaar. Waar komen ze vandaan?

Welbeschouwd is er maar één variabele, en dat is het karakter van de baas van de oliemaatschappijen waar beide steden van afhankelijk zijn. Zij heersen als tsaren over hun respectieve monogorod (monostad), een Sovjet-term waarmee gezegd wordt dat er behalve olie niets is waar de gemeenschap op drijft.

Bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 was ook de olie-industrie opgedeeld in dertien semi-staatsbedrijven. Een van de scheidslijnen liep langs de rivier de Ob; de oostelijke velden vielen toe aan Soergoet en het bedrijf Soergoetneftegas (in hoeveelheid gewonnen olie de nummer drie van Ruslands ranglijst), de westelijke aan Joekos (nummer twee) met als hoofdkwartier Neftejoegansk.

In 1995 en 1996 zijn beide geprivatiseerd. De norse Siberiër Vladimir Bogdanov, president-directeur van Soergoetneftegas, schermde zijn imperium af voor buitenstaanders en liet het pensioenfonds de oliemaatschappij opkopen. Vijandelijke bieders werden letterlijk in de aankomsthal van het vliegveld opgesloten, net zolang tot de veiling voorbij was. Ze klaagden vergeefs, en Bogdanov kreeg onder westerse investeerders de bijnaam ,,rode oliebaron''. In Soergoet bleef alles verder bij het oude.

Toen Joekos eind 1996 onder de hamer kwam, was de 33-jarige Michail Chodorkovski, een omhooggevallen chemicus uit Moskou, slim genoeg om zijn bank Menatep de aandelenveiling te laten verzorgen. Chordorkovski was toen al een van de captains of industry die in ruil voor de financiering van Jeltsins herverkiezing enkele parels van het Russische staatsbezit mocht uitkiezen. Deze bebrilde, kalende jongeman – met het uiterlijk van een beta-student – was ooit in het perestrojkajaar 1988 begonnen met een computercollectief dat als eerste een vergunning verwierf om in buitenlandse valuta te handelen. De wisselkantoren van Chodorkovski en zijn vrienden heetten al gauw een bank, Bank Menatep. En die groeide uit tot een machtig conglomeraat.

In de jaren negentig kocht Menatep meer dan honderd ondernemingen op; het maakte Chodorkovski niet uit of ze in voedsel, papier, textiel, chemie of metaal deden. Hij stilde zijn honger ook met uitgeverijen en ingenieursbureaus en nam zijn intrek in een kolossaal pand met een spiegelgevel aan de Moskouse tuinring. Het lukte Chodorkovski om tachtig procent van de aandelen van Joekos (met een geschatte waarde twee miljard dollar) voor 168 miljoen dollar in handen te krijgen. Organisator Menatep riep zichzelf eenvoudig uit als winnaar van de bieding in wat wel ,,de roof van de eeuw'' is genoemd.

De echo van deze klapper was in het verre Siberië te horen. De lokale exploratie- en exploitatiemaatschappij met 60.000 werknemers werd opgenomen in de hiërarchische Joekos-structuur, wat betekende dat de belasting voortaan niet in Neftejoegansk, maar in Moskou voldaan diende te worden. In lijn met westers advies (van goeroes van de shocktherapie) is de verantwoordelijkheid voor de zwembaden, sauna's, ijsbanen – en al die dingen die het leven in Siberië draaglijk maken – afgeschoven op het stadsbestuur. Onderdeel van het experiment: ze onthielden hun monogorod het benodigde budget.

De pro-westerse Chodorkovski, gekleed in Marlboro Classic-shirts, gold onder westerse investeerders als lichtend voorbeeld van de nieuwe Russische ondernemersklasse, al liep het Amerikaanse Amoco boos weg uit een gezamenlijk project. Dat weerhield Business Week er niet van om hem uit te roepen tot de ,,Nieuwe Oliekoning'' van Rusland. Begin vorig jaar smeedde hij een gedurfde alliantie met Sibneft, van de Kremlin-godfather Boris Berezvoski, en het Franse Elf Aquitane. Gedrieën wilden ze een bod doen op het kroonjuweel van de Sovjet-olieindustrie, Rosneft, waar ook Shell (in een trojka met Gazprom en Lukoil) en British Petroleum (met Sidanko) voor in de race waren.

,,Als je wilt spelen met de grote jongens, moet je zelf zorgen dat je een grote jongen bent'', luidt Chodorkovski's filosofie. De veiling van Ros- neft mislukte, maar Yukos slaagde er wel in met hulp van een westerse bankkrediet van 500 miljoen dollar Eastern Oil te verwerven, ook een Siberische oliemaatschappij.

Pas sinds het uitbreken van de roebelcrisis in augustus vorig jaar, zeggen westerse analisten dat Chodorkovski zijn hand heeft overspeeld. Te lang zag hij de Siberische olievelden als het speelbord van RISK! en zijn agressieve strategie breekt hem nu op: Bank Menatep en Joekos blijven financieel steeds meer in gebreke. Het olieconcern alleen al heeft een schuld van 1,25 miljard dollar, terug te betalen in de komende twee jaar, en dat terwijl de prijs van een vat Noordzeeolie onder de magische grens van tien dollar per vat is geduikeld.

Natuurlijk vielen de klappen niet in Moskou, maar in Neftejoegansk. Fase twee van de menselijke proef was namelijk het ontslag van 44.500 van de 60.000 oliewerkers aldaar. Investeringen voor exploitatie en onderhoud zijn opgeschort, en dat allemaal de laatste zes maanden. Gevolg: ,,Chodorkovski is zijn leven niet zeker als hij zich hier zou vertonen'', zegt Vasili Petrovitsj van het plaatselijke krantje De Arbeider. De burgemeester die in hongerstaking was gegaan tegen de ,,anti-volkspolitiek'' van Joekos is op de stoep van zijn kantoor doodgeschoten, en de begrafenis liep uit op een protest van 70.000 mannen, vrouwen en kinderen die leuzen meevoerden als ,,Chodorkovski voor het gerecht'', en ,,Joekos Moordenaars''.

De controlegroep op de andere oever van de Ob aanschouwt de uitwerking van de vrije markt op de zusterstad met een lichte huivering. Bij hen is niets veranderd. Er zijn geen gedwongen ontslagen gevallen, de oliemaatschappij betaalt zijn belasting cash en op tijd, en onderhoudt als vanouds de zwembaden en de rest van de sociale rataplan die zo kenmerkend was voor de Sovjet-economie. Soergoet is een fossiel van de USSR, en de bevolking neemt directeur Vladimir Bogdanov op de schouders alsof hij in zijn eentje de golf van het kapitalisme bij de Ob heeft gekeerd.

Bogdanov is een van de saaist denkbare mannen. Hij rookt noch drinkt. ,,Als we hem in de gang gedag zeggen, dan blaft hij terug'', zegt Raisa Chodstjenko, zijn perssecretaris. Als ze hem nadoet (waff!), deins je van schrik terug. Bogdanov heeft de schurft aan fotosessies (,,hij is niet tevreden over zijn uiterlijk'') en kan er niet tegen wanneer journalisten schrijven dat hij een bril met getinte glazen en grijze Sovjetpakken draagt (,,daarom heeft hij Engelse maatkostuums aangeschaft''). Hij is een work- aholic die niet kan delegeren. Gaat op vakantie naar Bulgarije of Tsjechië (in plaats van Marbella of Miami), vanwaar hij dan om de haverklap belt om te vragen hoe de zaken ervoor staan.

Voor zijn 45ste verjaardag had Raisa een filmpje gemaakt, waarvoor ze op bezoek was geweest bij zijn ouders in een Siberisch dorp. Eenvoudige lieden met wat koetjes en een lapje grond, die in de vensterbank tomatenstekjes kweken. In de garage stond een ongebruikte zwarte Wolga, cadeautje van hun enigst kind Vladimir. ,,Als er een bruiloft is in het dorp dan rijden we hem naar buiten'', had vader Bogdanov verteld.

,,Ik heb een hekel aan Moskou met al die files'', zegt de oliemagnaat, die inmiddels tot de toptien van Russische zakenlieden is doorgedrongen. ,,Ik hou van Soergoet.'' Zijn filosofie: ,,Rusland houdt voor niets de broek van het kapitalisme op; hij zit vol gaten en ziet er niet uit.'' De behoudende Bogdanov is tegen het maken van schulden, dus heeft-ie nog nooit een roebel of een dollar van iemand geleend (,,dat schept maar verplichtingen'') en betaalt hij de belastingaanslagen altijd meteen (,,vroeg of laat moet je toch betalen''). Soergoetneftegas heeft in het crisisjaar 1998 een miljard dollar in de verbetering van de olievelden geïnvesteerd.

Vrijwel iedereen in de betonstad Soergoet heeft, op het nederige af, een goed woordje voor hem over. ,,Bogdanov heeft alle zegeningen van het Sovjet-systeem bewaard'', zegt directeur Vladimir Stenkin van het drukbezochte sportcomplex, dat over drie Finse sauna's beschikt, een schoonheidssalon genaamd Elite, hoogtezonnen, een aerobicszaal, twee zwembaden en een hal vol fitnesswerktuigen. ,,En we krijgen er steeds nieuwe spullen bij. Alles valt gewoon als manna uit de hemel.'' Net als al het personeel staat Stenkin op de loonlijst van het olieconcern. ,,We hadden natuurlijk ook aan commercie kunnen doen, maar dan krijg je bordelen en casino's en zo en dat willen we hier niet.''

De directeur van het culturele centrum en die van de ijsbaan: ze prijzen Bogdanov eenstemmig. In april houdt Soergoet een ijshockeytoernooi om de Soergoetneftegas Cup. Alsof er geen crisis is in Rusland nodigt de organisator de clubs Tractor uit de Oeralstad Tsjelabinsk uit, Metallurg uit Magnitogorsk en Aerodrome uit Houston (in de VS dus).

Zelfs de lokale vakbondsvoorzitster, Albina Tsikina, verdedigt Bogdanov als de schutspatroon van de stad. Alles wat zij zegt klinkt haast onwerkelijk: ,,Bogdanov investeert, hij boort, hij breidt uit. En hij komt niet aan de privileges die we in de Sovjet-tijd hadden. We hebben nog steeds koudetoeslagen en om het jaar een gratis vliegticket voor het hele gezin naar de Zwarte Zee.'' Aan de rand van de stad bouwen Joegoslaven aan een kuuroord met modderbaden voor de oliewerkers en hun gezinnen.

Vakbondsleider Tsikina zou Bogdanov wel willen aanbevelen voor het presidentschap van Rusland ,,maar we willen hem liever niet kwijt''. Ze is bitter gestemd over wat er aan gene zijde van de rivier gebeurt. ,,Daar heerst willekeur. Neftejoegansk is in handen gevallen van Chodorkovski, en die trekt zich het lot van de bevolking niet aan.'' Ontslagen boormeesters en lassers en andere specialisten steken de ijsrivier over om werk te zoeken bij Bogdanov. ,,Zo'n zeventig hebben een contract gekregen maar nu is de rek eruit'', zegt Tsikina. Namens haar vakbond stuurt ze telegrammen naar de zusterstad om solidariteit te betuigen met hun strijd tegen ,,de Moskouse bandieten''.

Houdt vijf auto's aan in Neftejoegansk, en vier van de bestuurders zullen je vertellen dat ze in november zijn ontslagen, en nu maar wat bijbeunen als taxichauffeur. ,,Ik ben gisteren in Soergoet geweest'', zegt de besnorde Basjkier Sergej. ,,Ik hoopte op werk, maar wat blijkt: ze hebben een nieuwe regel bij vacatures: pas als er geen kandidaten uit Soergoet zijn, komen wij aan de beurt. Hopeloos.'' Aan de rand van Neftejoegansk bloeit in een lange rij garages het particulier initiatief: hier verkopen tientallen pomphouders de smerigste soorten benzine, met een octaangehalte van niet meer dan tachtig. Op hun garagedeuren hebben ze niettemin de logo's nageschilderd van Shell (inclusief schelp), Mobil, BP – kortom merken die vertrouwen moeten inboezemen.

Het Joekos-hoofdkwartier in Moskou probeert de aanzwellende kritiek te pareren met PR. Voor relaties met de westerse pers heeft Chodorkovski het Amerikaanse bureau Burson Marsteller ingehuurd, terwijl er een legertje spindoctors is aangetrokken dat ,,een sociale explosie'' in Neftejoegansk moet zien te voorkomen.

,,De bottom line is: we zijn een privé-bedrijf dat in olie doet'', legt persman Aleksandr Loktjev in Moskou uit. Niet Joekos, zegt hij, maar de staat faalt om het voorzieningenpeil in een monogorod als Neftejoegansk te handhaven. ,,We zeggen niet: dat is onze zaak niet. Als we echt naar onze westerse adviseurs hadden geluisterd en de stad aan haar lot hadden overgelaten dan was het allang tot een sociale explosie gekomen.''

Joekos heeft een plan bedacht om de pijn te verzachten: de overtollige oliewerkers mogen tientallen bijna opgedroogde putten exploiteren in zogeheten ,,sociale joint ventures''. Joekos heeft voorlopig toch geen geld om die putten te onderhouden. Het is nog slechts een idee, en deze zelfstandige bedrijfjes zijn alleen rendabel als het stadsbestuur ze vrijstelling van belasting verleent. ,,Het wachten is op een nieuwe burgemeester, maar zodra die er is hopen we afspraken te maken'', zegt Loktjev.

Joekos blijft er van overtuigd dat Bogdanovs filosofie het op de lange termijn zal afleggen tegen die van Chodorkovski: ,,Bogdanov is bang om geld te lenen. Soergoetneftegas blijft provinciaal of hooguit nationaal; maar wij worden internationaal'', zegt Loktjev.

Maar de jaren van het wilde kapitalisme lijken in Rusland voorbij: het economische beleid wordt niet langer uitgestippeld door markthervormers met het voordeel van de twijfel van het IMF, maar door communisten als Joeri Masljoekov (het vroegere hoofd van het planbureau Gosplan) en Viktor Gerasjtsjenko (volgens Harvard-

econoom Jeffrey Sachs ,,de slechtste centrale-bankdirecteur aller tijden''). Onder leiding van de brommende premier Primakov zijn de oligarchen voor het eerst vogelvrij: de eerste die vorige maand werd aangepakt was Boris Berezovski. Wie zegt dat Michail Chodorkovski niet de volgende in de rij is?

Voor hem is het zorgwekkendste teken aan de wand de activiteit die het Openbaar Ministerie aan de dag legt. Behalve invallen bij Berezovski's Sibneft heeft het parket een onderzoek gelast naar ,,illegaal verlopen privatiseringen''. De manier waarop Bank Menatep eind 1996 aan Joekos is gekomen zou in die categorie kunnen vallen. In ieder geval heeft Chodorkovski nauwelijks nog vrienden in het Kremlin, de regering of de Doema.

Bogdanov daarentegen is landelijk ,,ontdekt'' als de redder van Rusland. En natuurlijk, het kon niet uitblijven, ook als nieuwe favoriet van de westerse investeerders. The Wall Street Journal noemt Bogdanov `Het Geheim van Siberië', terwijl het gedecimeerde veld van beursanalisten (de Moskouse beurs is op sterven na dood) maar één koopadvies heeft: Soergoetneftegas – ,,Russia's finest oil play''.

De Financial Times heeft het in dit verband over ,,de paradox van de recente Russische geschiedenis'', maar dat is veel te zwak uitgedrukt. Wie nu belegt in aandelen Soergoetneftegas investeert – mutatis mutandis – in het behoud van een van de laatste restjes verworvenheden van de USSR.

Zie ook de webversie op www.nrc.nl.