Bacil

Vroeger stormde het op dit soort reizen. In Puttgarden werden de treinwagons puffend één voor één op de veerpont naar R⊘dbyhavn geschoven, ze werden met kettingen vastgesjord, een schrille stoomfluit, roet uit de pijpen en daar ging het, krakend en slingerend. Ik moet denken aan Lenin, die in april 1917 langs dit soort wegen vanuit het dissidentenhol Zürich via Duitsland en Zweden terugkeerde. Rusland was in rep en roer, hele legeronderdelen waren aan het muiten geslagen, de tsaar was afgetreden. De communistische legende maakte later van Lenin een tijger die trappelde om uit zijn kooi te ontsnappen. Maar uit de Duitse archieven blijkt dat hij eindeloos talmde en pas vertrok toen de Duitse geheime dienst hem daartoe ongeveer dwong: nu of nooit. De Duitsers was er alles aan gelegen om deze revolutionaire bacil naar de Russische vijand te exporteren, ze staken miljoenen marken in het bolsjewistische project, ze lieten Lenin en zijn gevolg in een speciale verzegelde wagon door Duitsland rijden, maar hij mocht met niemand praten. Revolutie was veel te besmettelijk.

Nu glijdt de trein wit en glanzend een soort hal binnen, in een schip zo groot als een flatgebouw, een drijvend pretpaleis annex parkeergarage. Dan is er het glooiende land van Scandinavië, de witte huisjes, ossen rond een poel, een blond meisje op een fiets voor een overweg, helder namiddaglicht. Later rijd ik over een kleine zee, de lucht is heel lichtblauw geworden, aan de horizon hangt boven het water al een grote witte maan te wachten. Daarna wordt de wereld langzaam leger.