All that Jazz

VOOR DE TWEEDE keer is een oordeel van de Raad voor Cultuur door de rechter afgewezen. Vorig jaar gold het een subsidie-aanvrage van het Haagse dansgezelschap Djazzex. Nu bepaalde de rechter dat de Raad onverantwoordelijk onheldere argumenten heeft aangevoerd voor zijn advies om de subsidie-aanvrage van het Dutch Jazz Orchestra uit Venlo niet te honoreren. In beide gevallen gebeurde er iets dat op zijn minst gênant kan worden genoemd: de Raad gaf voor zich te hebben geïnformeerd over de kwaliteit van de subsidie-aanvrager, maar kon niet aantonen dat ook daadwerkelijk te hebben gedaan. Dit keer beriep men zich zelfs op niet bestaande televisieregistraties.

Zulk gedrag is schadelijk, voor de autoriteit van de Raad, voor het aanzien van het ministerie van OCW. Liegen mag niet, dat is duidelijk.

De werkelijkheid is ingewikkelder. De Raad voor Cultuur is sinds de Cultuurnota voor de periode 1997-2000 dermate bekrompen bemand, dat het werk van de leden en hun adviseurs in feite ondoenlijk is geworden. Cultuuradviseur Benno Premsela waarschuwde eind 1997 in een vraaggesprek in deze krant al dat er veel te veel gezien, beluisterd en/of bekeken zou moeten worden door een te kleine groep mensen. Het serieuze Raads- of adviescommissielid zal immers niet alleen het werk moeten volgen van de groepen en kunstenaars die subsidie aanvragen, maar ook van hen die dat nog niet doen. Alleen zo kan een oordeel bezonken zijn.

ZOALS HET er nu voor staat hebben de raadsleden en hun adviseurs op het gebied van muziek of podiumkunsten geen avond of weekend meer vrij. En dan nog: willen ze werkelijk op de hoogte blijven dan moeten er meer voorstellingen per avond bezocht worden.

,,Ik ben bang dat de Raad in de toekomst vrijwel geen deskundigen meer aan zich zal weten te binden'', voorspelde wijlen Premsela destijds. Het is te hopen dat hij geen gelijk krijgt. In het belang van de kunst moet de Raad ophouden met zich in te dekken met leugens. Hij moet de opdracht teruggeven als hij door onderbemanning niet in staat is zijn oordeel te baseren op degelijke waarnemingen.