Militaire avonturen Mugabe wekken wrevel

De Zimbabweaanse president Mugabe bood gisteren Angola militaire hulp aan tegen de rebellen. In eigen huis krijgt hij al zware kritiek wegens zijn betrokkenheid bij de oorlog in Democratisch Congo.

Pas na zijn zoveelste halve liter fles Zambezi-bier in de boemeltrein van Harare naar Bulawayo begint Titus te praten, over Congo, ,,zinloos doden' en ,,een oorlog die niet gewonnen kan worden''. Titus* is al negen jaar militair, maar hij heeft er nu genoeg van en vraagt of er in Zuid-Afrika, het beloofde land voor veel Zimbabweanen, geen werk voor hem is. Ondanks zijn benevelde toestand blijft hij op zijn hoede. ,,Je kunt niemand vertrouwen, zelfs je eigen vrienden niet'', zegt hij. ,,Ik ben heel erg bang dat ik weer naar `daar' moet en dat ik dan niet meer thuis kom.'' Titus maakte in de Democratische Republiek Congo deel uit van de Zimbabweaanse troepenmacht, van 6.000 à 9.000 man, die sinds augustus de door rebellen belaagde Congolese president Laurent Kabila assisteren.

Titus is gelegerd in de zuidelijke stad Bulawayo. ,,We werden met een bataljon stoottroepen afgezet bij Kabalo, in het midden van Congo, om een brug te verdedigen. We kenden het terrein niet en werden verder aan ons lot overgelaten. De gevechten waren verschrikkelijk. Maar we konden de brug niet houden. Ik zag de kameraden links en rechts van mij sneuvelen. We wisten soms ook niet tegen wie we vochten. Tussen de vijanden zaten ook blanken en dus niet-Congolezen. Op één moment wisten we een blanke te isoleren. Hij vocht als een tijger. We wilden hem graag levend in handen krijgen om te weten te komen waar hij vandaan kwam, maar toen we hem eenmaal te pakken hadden, stierf hij voor onze ogen. Het was een man met lang haar en allemaal ringen, het leek wel een Indiaan.''

Titus kwam na twee weken vechten weer op door Zimbabweanen gecontroleerd gebied. Maar hij is zeer bitter over zijn eigen leger en pessimistisch over de kansen op een overwinning in Congo. ,,Het is mijn werk, dus als ik terug moet heb ik geen keus. Ik onderhoud niet alleen mijn gezin, maar ook de rest van mijn familie, zes broers en zusters. Niemand anders heeft werk. Toen ik er de eerste keer was, meldde het tv-journaal dat er militairen aan onze kant waren gesneuveld. Mijn vrouw hoorde wekenlang niets van mij en dacht dat ik dood was. Ik hoop dat ik niet terug hoef.'' Dan komt een militaire politieman in vol ornaat bij ons zitten en gaat het gesprek verder over voetbal.

De Zimbabweanen vormen nu veruit het grootste contingent buitenlandse troepen aan Kabila's zijde. Ook Angola, Namibië en Tsjaad steunen het bewind in Kinshasa, maar de Namibische en Tsjadische legers zijn klein, terwijl de Angolezen zich eind vorig jaar schielijk op eigen bodem moesten terugtrekken toen de burgeroorlog met UNITA weer oplaaide.

De 75-jarige president Mugabe zelf is er heilig van overtuigd dat hij niet alleen de juiste zijde heeft gekozen, maar ook dat de zege zeker is. In het regeringsdagblad The Herald wordt `kameraad Mugabe' wel aangeduid als de `Churchill van Zimbabwe'. Ondanks Mugabes onverholen afkeer van de `koloniale Britten' laat hij zich graag plaatsen in een rijtje historische wereldleiders. Zoals Churchill Europa pacificeerde, zo zal Mugabe in centraal en zuidelijk Afrika de vrede met geweld afdwingen, redeneren hij en zijn getrouwen. Zijn volgende gebaar naar `vrienden' deed Mugabe gisteren in Kinshasa, toen hij zijn Angolese ambtgenoot Dos Santos hulp aanbood bij bestrijding van UNITA-rebellen.

Het hoofdkwartier van de `geallieerden' aan Kabila's zijde is gevestigd in Harare en valt samen met de militaire missie van de veertien leden tellende Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC). Hoewel binnen de SADC de tegenstanders van de betrokkenheid bij de oorlog in Congo in de meerderheid zijn, met Zuid-Afrika als belangrijkste criticus, heeft Mugabe van zijn positie als voorzitter van de militaire missie van de SADC handig gebruik gemaakt om de militaire operatie onder de bredere noemer van de gemeenschap te laten plaatshebben. Een woordvoerder op het hoofdkwartier zei vorige week in The Herald dat de rebellen in Congo, die steun krijgen uit Oeganda en Rwanda, ,,de onoverkomelijke taak hebben door de linies van de geallieerden heen te breken om het achterland van Congo te penetreren.'' Maar hij gaf toe dat de rebellen een nieuw offensief hebben gelanceerd op alle fronten. De rebellen zouden vredesbesprekingen gebruiken als alibi. ,,De indringers hebben sinds het begin van het conflict vredesoverleg benut om militaire winst te boeken. Ze geven voor te praten, terwijl ze in werkelijkheid de oorlog opvoeren'', aldus de woordvoerder.

Onder de bevolking van Zimbabwe bestaat grote onzekerheid en onvrede over de militaire avonturen van Mugabe. Of het nu de bananenverkoper op de hoek van de straat is of een hoogleraar aan de universiteit, vrijwel iedereen is gekant tegen Zimbabwes rol in Congo. Over de werkelijke situatie op het slagveld wordt men in het onzekere gelaten. Het aantal gesneuvelden aan Zimbabweaanse zijde staat nu officieel op ongeveer 30, maar in de hoofdstad fluistert men dat het werkelijk dodental al boven de 200 ligt. De Zimbabweanen vrezen ook dat de hevige economische crisis waarin het land zich bevindt door de oorlog zal verergeren. Maar Mugabes regering zegt dat de oorlogsinspanningen geen extra kosten met zich meebrengen. Soldij moet immers toch worden betaald en de militairen krijgen niets extra. Volgens diplomaten in Harare kosten de inspanningen van Zimbabwe een miljoen (Amerikaanse) dollar per dag. Dat geld heeft Mugabe niet en Kabila evenmin; in diplomatieke kring is men ervan overtuigd dat Libië een van de grote sponsors is.

De bijeenkomst van gisteren in Kinshasa, waar alle leiders van de geallieerden aanwezig waren, werd gepresenteerd als steunbewijs aan Kabila. Diplomaten in Harare en Pretoria menen echter dat de alliantie militair aan het einde van haar krachten is en snakt naar een politieke oplossing.

*Titus is een pseudoniem; militairen die met naam en toenaam kritiek leveren lopen groot gevaar. Journalisten die daar verslag van doen, kunnen worden opgepakt, en, zoals met twee Zimbabweaanse collega's in januari gebeurde, dagenlang worden gemarteld.