Lobbyen

In het artikel over lobbyen (NRC Handelsblad, 24 februari) is de Amsterdamse burgemeester Schelto Patijn behoorlijk openhartig over zijn lobbystijl toen hij commissaris van de koningin in Zuid-Holland was. Toch komt hij uit het stuk tevoorschijn als niet meer dan een gewiekste regelaar. Zijn oud-collega's Henk Vonhoff en Jan Terlouw ontpoppen zich dan ook als gedreven lobbyisten. ,,Maar'', zegt Terlouw, ,,je moet laten zien hoe de ander beter kan worden van jouw bod.''

Het is de vraag of dit soort ontboezemingen bij iedereen goed vallen. Want wie wel eens te maken heeft gehad met inspraakprocedures over bijvoorbeeld bouwprojecten ziet hier zijn sterke vermoedens bewaarheid. Op het moment dat het inspraakproces van start gaat, zijn over de hoofden en achter de ruggen van de bezwaar aantekenende burgers de zaakjes allang via de lobby van de voor-wat-hoort-wat-techniek achter gesloten deuren bekokstoofd. De arme inspreker heeft niet meer te bieden dan zijn beargumenteerde bezwaar. En als we Jan Terlouw volgen, dan wordt de andere partij daar geen haar beter van. Die inspreker staat met lege handen en maakt geen schijn van kans.

Het is naar mijn overtuiging nog ontmoedigender. In deze dagen worden we door politici weer gewezen op ons `democratisch recht' om te stemmen. Inderdaad wij mogen zo af en toe stemmen. Maar daarna moeten we wel onze mond houden. Burgers die bezwaar aantekenen tegen plannen van de overheid, worden als lastig ervaren.