Landmijnen taboe in deel van de wereld

Nooit eerder trad een ontwapeningsverdrag zo snel in werking als dat tegen het gebruik van landmijnen. Maar de drie grootste producenten van landmijnen doen niet mee.

Antipersoonslandmijnen zijn sinds gisteren in een aanzienlijk deel van de wereld in strijd met de internationale wet. Het Verdrag van Ottawa, dat het gebruik, de productie en de verhandeling van landmijnen verbiedt, is van kracht geworden in de 67 landen die het akkoord hebben geratificeerd sinds het vijftien maanden geleden in de Canadese hoofdstad werd gesloten.

Het Verdrag van Ottawa, dat door 133 landen is ondertekend, is daarmee sneller ingegaan dan welk ontwapeningsverdrag uit de geschiedenis ook. Landen die het akkoord hebben bekrachtigd, waaronder Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, België, Japan en een groot aantal Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen, zijn nu verplicht hun voorraden landmijnen binnen vier jaar te vernietigen. Tevens dienen ze binnen tien jaar alle mijnen op hun grondgebied te ruimen, en mee te betalen aan de ruiming in armere landen.

De inwerkingtreding van het akkoord werd gisteren op tal van plaatsen in de wereld gevierd met het luiden van vredesklokken. Ook werden de belangrijkste producenten van landmijnen – vooral de Verenigde Staten, Rusland en China – opgeroepen zich alsnog bij het verdrag aan te sluiten. Het ontbreken van deze landen is de achilleshiel van het `Ottawa-proces', waarbij landmijnen in een hoog tempo zijn toegevoegd aan een taboelijst van wapens als gifgas en verblindende lasers.

,,Dit moment kon door weinigen worden voorzien,'' zei secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties in New York. ,,De strijd die voor ons ligt is dit verdrag effectief te maken, niet alleen in de wet maar ook in implementatie. We zullen doorgaan met het verwijderen van landmijnen. We laten ze niet liggen, zodat ze onschuldige vrouwen en kinderen verminken en doden, lang nadat conflicten zijn beëindigd.''

Doel van het antimijnenverdrag is de wereld te ontdoen van een wapen dat door zijn aard een enorm aantal burgerslachtoffers maakt. Per maand worden wereldwijd ongeveer tweeduizend mensen gedood of verminkt doordat ze op een landmijn stappen.

Naar schatting meer dan 100 miljoen landmijnen liggen verspreid in meer dan zestig landen, waaronder Angola, Cambodja, Afghanistan, Mozambique, Irak, Bosnië en Kroatië.

Het mijnenprobleem werd onder de internationale aandacht gebracht door wijlen prinses Diana, die bezoeken bracht aan slachtoffers in Angola en Bosnië, en door de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede in 1997 aan de Amerikaanse Jody Williams en haar Internationale Campagne voor het Verbod van Landmijnen. Een lid van die actiegroep, Susan Walker, beschuldigde gisteren Angola, ondertekenaar van het verdrag, van ,,een flagrante schending van internationale verplichtingen'' wegens hernieuwd gebruik van mijnen in de oplaaiende burgeroorlog.

Walker had ook kritiek op de grote producenten van landmijnen die het Verdrag van Ottawa vooralsnog niet hebben ondertekend. ,,Beschaafde naties leggen zich er niet bij neer dat onschuldige levens tientallen jaren nadat gewapende conflicten ten einde komen nog steeds verloren gaan'', zei ze. Het Amerikaanse Pentagon is tegen het verdrag omdat het landmijnen nodig zegt te hebben in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea. China acht landmijnen nog onmisbaar voor defensie; Rusland heeft behalve strategische ook financiële bedenkingen bij het akkoord.

Lloyd Axworthy, de Canadese minister van Buitenlandse Zaken en initiatiefnemer van het Verdrag van Ottawa, zei gisteren dat onder invloed van het akkoord 14 miljoen mijnen zijn geruimd, en dat 98 ruimingsoperaties zijn gesponsord in 25 landen. ,,Dit is een goede dag voor de good guys,'' aldus Axworthy.

Op 11 februari heeft de Tweede Kamer het verdrag goedgekeurd. In de Eerste Kamer zal het op 23 maart worden behandeld. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken is de ratificatie daarmee tijdig voltooid om Nederland de gelegenheid te geven aanwezig te zijn op de eerste conferentie van de verdragslanden, begin mei in de Mozambikaanse hoofdstad Maputo.

Nederland was een van de eerste landen die landmijnen voorafgaand aan het Verdrag van Ottawa eenzijdig in de ban deden. Exporten van de wapens werden jaren geleden gestaakt, en van een voormalig Nederlands arsenaal van 250.000 mijnen werd het overgrote deel al voor `Ottawa' vernietigd. Ten tijde van de ondertekening waren ongeveer 25.000 mijnen over.

Van Mierlo voorspelde destijds in Ottawa dat de Nederlandse overheid binnen vijf jaar 100 miljoen dollar zou uitgeven aan de bestrijding van landmijnen. Dat geld wordt deels besteed aan een programma voor de opleiding van tachtig mijnenruimers en een onderzoeksproject ter ontwikkeling van betere technieken voor het opsporen van de verborgen wapens.