Israel zal hard toeslaan in Libanon

De Israelische premier, Benjamin Netanyahu, heeft gisteren een ,,nieuwe politiek'' tegen Hezbollah in Libanon aangekondigd. Israel zal zich in het geval van nieuwe raketaanvallen op het noorden van het land geen beperkingen meer opleggen.

De luchtaanvallen van twee dagen geleden op doelen van de moslim-fundamentalistische beweging Hezbollah, die tot dusverre buiten schot werden gehouden omdat ze in of bij Libanese steden en dorpen liggen, zijn volgens Netanyahu een indicatie van de nieuwe politiek.

In afwachting van de verdere ontwikkelingen besloot de regering gisteren de strijd tegen Hezbollah in Libanon niet op te voeren. De Amerikaanse diplomatie heeft tijdens zeer intensieve contacten Jeruzalem, Damascus en Beiroet tot kalmte gemaand.

Tijdens de regeringszitting gisteren bleken de ministers van mening te verschillen over de kwestie van eenzijdig terugtrekken uit Libanon en het verband tussen de Libanese kwestie en de Syrische problematiek. Enkele ministers stelden versmalling van de `veiligheidszone' tot twee à drie kilometer voor. Anderen bepleitten volledige ontruiming van Zuid-Libanon indien de regering niet kan besluiten tot het bombarderen van de economische infrastructuur van Libanon in reactie op Hezbollah-aanvallen op Noord-Israel.

Minister van Defensie Ariel Sharon neemt een tussenpositie in. Hij is voor het geleidelijk terughalen van het Israelische leger uit Zuid-Libanon in combinatie met een `politiek van de harde hand' indien de Hezbollah-aanvallen over de grens aanhouden. Deze stellingname van Sharon heeft gewicht omdat hij als minister van Defensie in 1982 de architect was van de grote Israelische invasie van Libanon tegen de PLO. Vooraanstaande politici in Likud en de Arbeidspartij zijn het met elkaar eens dat deze nieuwe politieke conceptie de basis kan zijn voor de vorming van een regering van nationale eenheid na de verkiezingen op 17 mei. Premier Netanyahu en de socialistische partijleider Ehud Barak hebben gisteren een termijn van een jaar genoemd waarbinnen de terugtrekking van het Israelische leger uit Zuid-Libanon zich kan voltrekken.

Ondertussen is gebleken dat de Israelische luchtmacht twee dagen geleden op grond van een hoogstwaarschijnlijk onjuiste beoordeling de doelen van Hezbollah in Libanon heeft aangevallen. Minister van Defensie Moshe Arens zei dat Hezbollah raketten op het westelijke deel van Noord-Israel had afgeschoten. Volgens hem was dat een schending van het akkoord dat in 1996 tussen Israel, Libanon en Syrië over de status-quo in Zuid-Libanon werd bereikt. Israelische militaire kringen menen nu echter dat Hezbollah deze raketten niet heeft afgevuurd. Een Palestijnse organisatie zou dat gedaan kunnen hebben. Hezbollah ontkende meteen verantwoordelijk te zijn voor deze raketaanval. Een en ander betekent dat in het huidige gespannen klimaat een Palestijnse splinterorganisatie in Libanon een grote Israelische militaire actie in Libanon kan uitlokken. Volgens het akkoord van 1996 worden aanvallen van Hezbollah op Israelische militairen in Zuid-Libanon niet als schendingen ervan opgevat. De vraag is echter of Israel na de jongste zware verliezen zich aan het akkoord zal houden indien opnieuw militairen in Libanon sneuvelen.