Israel krijgt de Palestijnen die het verdient

Het Midden-Oosten lijkt zijn adem in te houden in afwachting van de Israelische verkiezingen in mei. Wie durft zich aan een voorspelling te wagen? Ondanks zeer negatieve opiniepeilingen en hoewel hij zich in eigen gelederen impopulair heeft gemaakt en de steun van zelfs zijn trouwste vrienden en bondgenoten is kwijtgeraakt, wil niemand Benjamin Netanyahu afschrijven. Hij heeft zijn vechtlust en overlevingsinstinct immers al diverse keren bewezen.

De demografische ontwikkeling van Israel versterkt de sociologische basis van het conservatisme en dat zou in zijn voordeel kunnen werken. De Israeliërs van oosterse en Russische herkomst en de orthodoxen zijn talrijker dan ooit, al lijkt de economische, culturele en fysieke uitstraling van Israel die opkomst te weerspreken. Zelfs op de sabbat doet de vroomste stad van Israel, Jeruzalem, denken aan Californië, maar dan eleganter en uitbundiger. Het Filmmuseum van de conservatieve gemeente Jeruzalem is op vrijdagavond open. Niet ver van de ultra-orthodoxe wijk Mea Sjearim zijn de laatste tijd homobars geopend. Bij een bezoek aan het moderne Israel Museum in Jeruzalem, dwalend door de zalen gewijd aan modern industrieel ontwerp, waant men zich ver van het Midden-Oosten.

Gerekend naar hun lichaamstaal, hun uitgavenpatroon (al zou rijkdom een groot woord zijn) of hun smaak (zij het niet hun dagelijkse doen) horen de Israeliërs van vandaag meer dan ooit tot de Global Village – en niet alleen door hun belangrijke rol in de hightech-industrie. De meest orthodoxe delen van de bevolking leveren een achterhoedegevecht, geholpen door een kiesstelsel dat hun invloed versterkt. De meeste Israeliërs zijn nog steeds vóór vrede, een realiteit die Ehud Barak, de leider van de Arbeiderspartij, in de kaart kan gaan spelen: zijn kansen zijn de afgelopen weken toegenomen, ten dele ook doordat de `derde man', voormalig legerstaflid generaal Shahar, met zijn campagne een valse start heeft gemaakt en in feite al kansloos is.

Als vrede in het Midden-Oosten een `mediterranisering' van de Arabische landen en een `levantinisering' van Israel inhoudt, dan geldt dat de afgelopen jaren juist het tegenovergestelde is gebeurd: Israel, hoe diep en serieus zijn identiteitscrisis ook is, is Westerser dan ooit. De Israeliërs mogen dan de wezenlijke complexiteit van hun jood-zijn hebben herontdekt, ze doen dat in een context waar mondialisering de boventoon voert.

Intussen is binnen de Arabische wereld weliswaar het machtsevenwicht verschoven, het zwaartepunt ligt nog steeds, en meer dan ooit, in het `Midden-Oosten'. Het einde van de Koude Oorlog, de Golfoorlog, de drastische daling van de olieprijzen – al deze factoren tezamen hebben een nieuw regionaal evenwicht gebracht. Drie landen zijn uit het moeras komen bovendrijven: Egypte, waar het met de economie een stuk beter gaat en waar het leger in een door de Amerikaanse belastingbetaler gefinancierde `koude vrede' met Israel is verwikkeld; Iran, dat zich langzaam herstelt van zijn islamitische revolutie en zijn centrale positie versterkt ziet door de zelf-marginalisering van Irak en de obsessie van de Saoedi's voor hun eigen veiligheid en stabiliteit nu het financieel slechter gaat; en niet in de laatste plaats Turkije, dat ondanks zijn chronische binnenlandse instabiliteit bezig is een ongeëvenaarde regionale invloed te heroveren, dankzij zijn herontdekking van het eigen glorieuze Ottomaanse verleden, en ook wegens zijn teleurstelling in Europa. De overige landen spelen geen rol. Syrië heeft vooral een negatieve waarde als het land dat nee zegt tegen het vredesproces. Jordanië is kwetsbaarder dan ooit na de dood van koning Hussein. Het pan-Arabisme is niet meer. Het pan-islamisme brengt nauwelijks meer teweeg dan een vaag gevoel van saamhorigheid. De Israeliërs zijn eerder gepreoccupeerd met zichzelf dan geïnteresseerd in de ontwikkeling van de wereld om hen heen, en proberen slechts zoveel mogelijk snel profijt te trekken van deze ontwikkelingen. Tussen enerzijds een wereldwijde blik, mogelijk gemaakt door de mondialisering en anderzijds de terugtrekking in een zelfgeschapen getto wekken de Israeliërs soms de indruk dat ze de Arabieren in het algemeen en de Palestijnen in het bijzonder niet willen zien. Een riskante tendens, vooral wat betreft hun toekomstige relaties met de miljoen Palestijnen die Israelisch staatsburger zijn. De Israeliërs kunnen hen niet simpelweg beschouwen als een veiligheidsprobleem dat moet worden aangepakt volgens de principes van het aloude Europese `mandaat'. Op de lange termijn hangt de toekomst van Israel zeker zozeer af van de vreedzame, harmonische integratie van de hele regio als van het antwoord op de vraag `Wie is jood?'. Israel kan kiezen: het kan ofwel een `wereldgetto' worden ofwel een `regionale brug'. De Palestijnen, en meer in het algemeen de overige Arabieren, zullen ongetwijfeld door hun optreden de keuze die de Israeliërs doen beïnvloeden, te beginnen bij de komende verkiezingen. Willen zij de Arbeiderspartij werkelijk weer aan de macht hebben of vinden ze de verschillen tussen beide kampen verwaarloosbaar klein als het erop aankomt? De grootste verantwoordelijkheid ligt echter bij de meest zelfverzekerde partij, dat wil zeggen Israel. Op den duur krijgen de Israeliërs de Palestijnen die ze verdienen, al naar gelang de merites van hun benaderingswijze. Onverschilligheid in dezen is een zonde die wel eens even schadelijk kan blijken als de overheersing die nu bestaat.

Dominique Moïsi is adjunct-directeur van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen IFRI en hoofdredacteur van Politique Etrangère.