Für Elise

Bij het gerechtshof in Den Haag komt maandag een boeiende vraag ter tafel: kan een bedrijf de eerste negen noten van Für Elise claimen voor eigen, exclusief reclamegebruik? En is een ander bedrijf dat in zijn reclame eveneens gebruik wil maken van Beethovens twinkelende pianowerkje, dan automatisch in overtreding?

De zaak is aangespannen door het Amsterdamse merkenadviesbureau Shield Mark, dat eerder bij het Benelux Merkenbureau een notenbalk heeft gedeponeerd met het begin van Für Elise, bij wijze van herkenningsmelodietje voor de eigen reclame. Dat notenbeeld is vervolgens automatisch ingeschreven. De vraag is alleen of Shield Mark daaraan enig recht kan ontlenen nu een ander juridisch adviesbureau naar hetzelfde muziekje heeft gegrepen. Maandag vindt het verhoor plaats; de uitspraak wordt over enkele maanden verwacht, tenzij het hof de kwestie doorverwijst naar een hoger rechtscollege.

De zaak Für Elise is een proefproces, daar draait Shield Mark niet omheen. Het bureau heeft opzettelijk de negen noten gedeponeerd en het gebruik door een tegenpartij uitgelokt om een antwoord te krijgen op de vraag of een bestaand stukje muziek, waarop de auteursrechten al lang geleden zijn vervallen, door één bedrijf merkwettelijk kan worden geclaimd. Niet voor niets betalen de stichting Merkartikel en de brancheverenigingen van reclamebureaus en adverteerders aan de procesvoering mee; voor hun leden is het interessant te weten hoe ver het merkenrecht gaat.

,,De aanleiding is dat het gebruik van klanken als onderscheidingsteken van bedrijven sterk is toegenomen'', zegt merkendeskundige Bas Kist van Shield Mark. ,,Deels zijn die jingles beschermd, omdat ze nieuw geschreven zijn. Randstad is daarvan hèt grote voorbeeld; die tune is zo sterk, dat ze er zelfs op de radio mee hebben geadverteerd zonder daarbij hun naam te noemen. Maar een ander deel is nog niet beschermd, en de vraag is of dat op basis van de huidige merkenwet, waarvan de tekst uit 1971 dateert, alsnog mogelijk zou zijn.''

Ter illustratie klopt Kist drie keer op zijn houten bureau. Prompt doemt het beeld van de Oisterwijk-meubelen op. Auteursrechtelijk zijn zulke klopjes niet beschermd, maar als herkenningsbeeld werken ze feilloos – en volgens de man van Shield Mark zou dat onder de merkenwet moeten kunnen vallen, net als bijvoorbeeld de autotoetertjes van Overtoom.

Natuurlijk is het gebruik van het gouwe ouwe-repertoire uit de klassieke sector in reclamefilmpjes allang gemeengoed. Menig purist heeft zich reeds gestoord aan de Carmina Burana in wasmiddelenreclame, en zelf hoorde Kist nog niet zo lang geleden ook de klanken van Für Elise in een spotje. Maar het gaat hem niet om achtergrondmuziek; het gaat hem om de vraag of een bedrijf een eigen, onvervreemdbaar herkenningsteken kan beschermen, ook als dat gebaseerd is op een bestaand stukje muziek.

,,En dan krijg je meteen voor de voeten geworpen dat je je iets toe-eigent wat nu nog van iederéén is. Maar men vergeet dat het merkenrecht beperkt is. Als we deze zaak winnen, ga ik echt niet naar het Concertgebouw om te claimen dat Für Elise van ons is. Zo ver kan het nooit gaan. Zelfs een verzekeraar zou dan nog altijd vrijuit dezelfde muziek kunnen gebruiken. In zulke kwesties gaat het alleen om afscherming tegen een directe concurrent; in ons geval dus een ander juridisch adviesbureau.''

Overigens staat niet eens vast of Ludwig van Beethoven zijn werkje eigenlijk wel aan een echte Elise heeft opgedragen. In werkelijkheid is het volgens de Beethoven-vorser Barry Cooper waarschijnlijk geschreven voor Therese Malfatti, die een van de grote liefdes van de componist was. Maar door 's mans morsige handschrift is `Therese' per ongeluk gelezen als `Elise'.