Een kudde regenwurmen

In navolging van mijn vader heb ik altijd op klompen getuinierd. Dankzij de overvloedige regens die onze gewesten hebben geteisterd, gutste het water echter bij elk tuintochtje over de randen ervan. Daarom heb ik onlangs laarzen aangeschaft. Daarop ga ik nu mijn doornatte klei te lijf. Toch heb ik, hoewel ik nu kan waden zonder dat mijn sokken nat worden, nog maar de helft van mijn moestuin gespit. Net toen ik daarover in ernstige gewetensnood begon te raken, viel mij een boekje in handen van Marie-Luise Kreuter: Tuinieren in de biotuin. Daarin vond ik een hoofdstukje: Spitten ? Nee, dank u. Marie-Luise Kreuter zegt daarin: `De late herfst is in tal van tuinen de tijd van spitten en spit. Dat is van oudsher traditie.' Fout, vindt zij. Een biotuinier moet liever een uurtje op de bank gaan zitten. `Terwijl de laatste stralen van de herfstzon zijn uitgeruste rug verwarmen, denkt hij na.'

Wat levert dat nadenken op? `Dat het onlogisch is om de grond die je een heel jaar lang bewerkt hebt, bruut om te keren met een scherp stuk ijzer.' Want wat gebeurt er dan? `De zuurstofminnende micro-organismen van de bovenlaag belanden daarbij in de benauwde diepte. De organismen van de onderste laag bevinden zich plotseling onder de blote hemel.' En wat is daarvan het gevolg? Dat de miljarden `groene tuinkabouters' veel tijd nodig hebben eer zij hun plekje weer gevonden hebben.

Het klinkt allemaal reuze plausibel. Bovendien wil je het graag geloven, al was het alleen maar vanwege die gewetensnood omdat je nog maar de helft gespit hebt. Mevrouw Kreuter betoogt verderop dat je de regenwormen het werk moet laten doen. Een ondergrondse kudde arbeidt voor je en elk lid daarvan zet in één jaar zeventig maal zijn eigen lichaamsgewicht om in humus. O, wat klinkt dat bemoedigend en geruststellend!

Ook in alternatieve tuinbladen wordt vaak de banvloek uitgesproken over spitten. Een van de biotuiniers die bij mij een stukje grond in bruikleen had, werkte met een eigenaardige vork van Neptunus. Het was een drietand. Met heen en weer gaande bewegingen wrikte hij de klei los. Toen hij ophield met tuinieren, heeft hij mij de drietand geschonken. Is de grond al aardig rul, dan blijkt het prachtig apparaat. Een soort handfrees.

John Seymour komt in zijn boek Gezond eten van eigen tuin aanzetten met de niet-spitten-methode.' Hij zegt: `Deze methode is erop gebaseerd dat er altijd een dikke laag van minstens 5 cm goed verteerde compost op de aarde ligt, die elk jaar vernieuwd wordt. U zaait en plant alles in deze laag.' Waar haal je echter die dikke laag goed verteerde compost vandaan? Seymour vertelt: `Alle niet-spitters moeten grote hoeveelheden organisch materiaal van elders aanvoeren, ongeacht welke gewassen zij telen. Een van de niet-spitters die ik ken krijgt tonnen bijeengeveegde bladeren van de plaatselijke plantsoenendienst.'

Helaas kiepert niemand bladeren in mijn tuin. Wel wordt, niet eens zo heel ver bij mijn huis vandaan, al het blad dat van de bomen valt in de lanen van een katholiek bejaardentehuis op een hoop geworpen. Dat blad mag ik weghalen. Dat lijkt prachtig, maar steeds als ik mijn John Deere-karretje vollaad met half verteerd paaps blad, vraag ik mij ongerust af hoeveel zware metalen daarop zijn neergeslagen.

Bij mijn buren, een paardenpension, kan ik ongelimiteerde hoeveelheden paardenmest weghalen. Maar in die mest schuilt zoveel strozaad dat er vlas, tarwe, rogge en allerlei andere granen weelderig opschieten als je dat over je land uitstrooit.

Er zal, vrees ik, toch niet veel anders opzitten dan de graaf ter hand te nemen. `Laat de regenwormen het werk doen', zegt mevrouw Kreuter. Ach, wat zou 't heerlijk zijn als die kudde inderdaad mooie rulle, losse aarde voor je zou produceren, maar de barre werkelijkheid is helaas totaal anders. De tuin is één groot moeras. Overal weerspiegelen waterplassen de hemel waarlangs alweer nieuwe regenwolken naderbij drijven. Wel zijn de regenwormen uit de diepte omhoog gekomen. Je kunt het zien aan de meeuwen. Geweldige aantallen daarvan bevolken de weilanden rondom mijn huis. Ze staan de hele dag te trappelen. Waarna ze zich vervolgens te goed doen aan de regenwormen die ze aldus naar de oppervlakte getrappeld hebben. Daar gaat nu de kudde die voor mij al het werk had moeten doen!