DE GLORIFICATIE VAN DE GEHAKTBAL

Het idee om vleesresten te versnijden of te malen tot gehakt is natuurlijk niet alleen opgekomen in de hoofden van Hollandse boeren en slagers.

Raya Lichansky en Ton de Zeeuw lieten dat onlangs nog eens zien in het boek Woensdag, gehaktdag (1998). Zij geven een verklaring voor die slogan. Maandag ging de slager aan de slag. Het slachtvlees moest een dag besterven, dus het duurde tot woensdag tot er weer verse gehaktballen waren. Maar waarom juist de gehaktbal en niet ander vlees werd gekoppeld aan de woensdag, blijft een raadsel. De stadse dames en hun huishoudsters begonnen een paar eeuwen geleden gehakt aan te maken met zout, peper, geweekt brood en een ei. Later kwamen daar paneermeel, knoflook en allerlei specerijen bij en tegenwoordig zijn gehaktballen zelfs in bonte kleuren te koop: rood (paprika), geel (kerrie), groen (peterselie en dergelijke). De gehaktbal emancipeerde van restproduct tot symbool van de gezinskeuken. De gehaktmolen voor thuisgebruik werd vervangen door fabrieksmachines. De bal werd zelfs voorwerp van overheidszorg toen de Keuringsdienst van Waren zich – terecht – ging bemoeien met vetpercentage (maximaal 35) en andere hoedanigheden. De gehaktbal heeft alle vernieuwingen overleefd. Meng het gehakt in een kom met het ei, de paneermeel, zout, peper en nootmuskaat. Draai er balletjes van pingpong-formaat van. Pel en snipper de sjalotten. Verhit de boter in een braadpan. Bak daarin de balletjes bruin. Bak de snippers sjalot twee tot drie minuten mee. Blussen met de rode wijn. Doe er anderhalve deciliter warm water en het bouillontablet bij. Laat de balletjes in ongeveer tien minuten gaar worden. Verwarm de pruimen twee minuten mee. Roer in een kopje de maïzena met twee eetlepels water glad en bind hiermee al roerend de jus. Proef of er zout of peper bij moet. Strooi er desgewenst peterselie over. Lekker met rode kool en kruimige aardappels.