De digitale pioniers en hun schijntaal

`Hier gaat het over in de cultuur, de komende jaren' is de titel van een reeks van vijf publieke debatten. Nieuw cultuurbeleid wordt voorbereid door denken en spreken over grote thema's. In de vierde aflevering ging het om de relatie tussen kunst en computer.

Pas tegen het einde van de bijeenkomst in de Balie benoemde musicus Michel Waisvisz datgene wat het publiek al eerder was opgevallen. Hij relativeerde de verdiensten van de computer door te wijzen op de verarming van de taal die dagelijkse omgang met dat `universele instrument' met zich meebrengt. Daar hadden we al een paar sterke staaltjes van mogen meemaken, bijvoorbeeld toen de spreker woorden gebruikte als `faciliteren' en `interacteren'. Afgezien van de vele Engelse termen hanteren de digitale pioniers een schijntaal van anglicismen en lelijk Nederlands.

Ook om andere redenen was het een minder geslaagde avond in de reeks `Hier gaat het over'. Wellicht omdat de ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe media - de onbevredigende aanduiding voor Internet, cd-rom en computerspellen werd onbekommerd gebruikt - nog zo pril zijn, zijn er maar weinigen die zich wagen aan visie en stellingname. Spreker Jos de Mul, filosoof te Rotterdam, koos voor een inventarisatie in plaats van een betoog. Nieuwe kunstvormen dienen zich aan, kunst waarvan esthetica en grammatica door de computer zijn bepaald. De Mul onderscheidt drie kenmerken van digitale kunst. Multimedialiteit verwijst naar de gelijkwaardigheid van woord, beeld, geluid en beweging; ze worden allemaal aangestuurd door dezelfde digitale code, namelijk het binaire systeem van enen en nullen. Interactiviteit als aanprijzing wordt veel misbruikt, maar bestaat wel degelijk op Internet en in simulatiespellen als Sim City. Bij dergelijke spellen is de kunstenaar de schepper van een universum, een set van regels, waarin de gebruiker zijn eigen weg zoekt. Virtualiteit, het derde kenmerk, geeft een nieuwe dimensie aan de vertrouwde relaties tussen zijn en schijn, tussen origineel en kopie. Elk kenmerk werd door De Mul voorzien van aanbevelingen voor het kunstbeleid, als een geste naar de aanwezige staatssecretaris Van der Ploeg en diens topambtenaar Maarten Asscher. Grenzen moeten worden geslecht, `facilitaire netwerken' opgezet. Aardiger was het enige persoonlijke element in het verhaal, de veronderstelling dat de huidige ontwikkelingen in de computergestuurde kunst kunnen worden beschouwd als voortzetting van eerdere avant-garde-stromingen. Futuristen en dadaïsten legden de grondslag voor herhaling, interactiviteit werd al geïntroduceerd met de nouveau roman van Robbe-Grillet.

Het begrip avant-garde was aan de drie co-referenten niet besteed. Een heldere tegenstelling ontstond tussen de filosofisch-esthetische benadering van De Mul en de politieke benadering van Marleen Stikker, directeur van de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media. Stikker ervaart veel digitale scheppingen als onaangenaam en is vooral geïnteresseerd in de werking van commercie en macht. Wie beheerst Internet en wie wordt er weggedrukt? Iedereen kan produceren, maar de distributiekanalen worden in hoog tempo opgekocht door slechts enkele partijen. Kleinschalige initiatieven worden in de marge gedrukt. Zoals `interactieve designer' Yariv Alter Fin het verwoordde: als een obscure Japanse kunstenaar iets leuks op z'n website zet, is het de volgende dag ingepikt door Sony Play Station.