CDA-leider kreeg weinig krediet

Drs. E. Heerma, oud-staatssecretaris en oud-fractieleider van het CDA, is gisteren op 54-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Heerma was al sinds het najaar van 1997 ernstig ziek, hoewel hij met tussenpozen tekenen vertoonde van enig lichamelijk herstel. In die herstelperioden verbleef hij thuis bij zijn vrouw en drie kinderen, en deed licht bestuurlijk werk zoals de uitoefening van enkele adviseurschappen.

Heerma werd het meest bekend als fractievoorzitter van het CDA tussen 1994 en 1997. Hij moest tijdens een uiterst moeilijke fase in het bestaan van zijn partij leiding geven aan een fractie waarin diepe wonden waren geslagen als gevolg van onder meer de grote verkiezingsnederlaag van mei 1994. Bovendien waren de persoonlijke verhoudingen binnen de partij sterk verstoord. Fractiegenoten namen het Heerma kwalijk dat hij als staatssecretaris de ,,frivole'' stijl van de toenmalige fractieleider Brinkman had bekritiseerd. Ook had Heerma na augustus 1994 de ondankbare taak vorm en inhoud te geven aan een politiek metier dat het CDA niet kende: oppositievoeren.

De fractievoorzitter volgde twee sporen door de `woestijn' zoals hij de situatie betitelde waarin de partij zich na 1994 bevond. Hij investeerde veel in overleg en contacten met de partij om het geschonden vertrouwen te herstellen. En om de politieke uitgangspunten van zijn beweging meer reliëf te geven, organiseerde hij elke week `fractiespecials' over een bepaald onderwerp, waarbij hij ook deskundigen van buiten uitnodigde.

Hiervoor kreeg hij weinig krediet. Mede door zijn moeizame relatie met de televisiecamera, en zijn voorzichtige, wat bestuurlijk getinte wijze van oppositievoeren bij Kamerdebatten, voerde kritiek op zijn parlementaire optredens de boventoon. Die kritiek kwam van fractiegenoten, de partij en CDA-bestuurders uit het land. Geregeld lekte deze kritiek uit naar de media. Een in de woorden van oud-minister Maij-Weggen ,,vernielings''-techniek, die Heerma zich zeer aantrok. Ook Hannie van Leeuwen, de huidige nummer 1 van het CDA op de lijst van senatoren bij de Statenverkiezingen, beschuldigde fractiegenoten van Heerma van politieke moord op hun voorzitter. December 1995 dreigde Heerma met aftreden na een nieuwe, anonieme, lekgolf.

Enkele maanden eerder, augustus 1995, maakte de toenmalige partijvoorzitter Helgers duidelijk aan Heerma dat hij bij de volgende Tweede-Kamerverkiezingen geen lijsttrekker zou kunnen worden. Daarvoor ontbrak het hem te veel aan moderne communicatieve vaardigheden en gezag binnen de partij. Bij gebrek aan een alternatief op dat moment ondernam het partijbestuur echter geen pogingen hem te vervangen als fractievoorzitter. Deze gang van zaken plaatste Heerma opnieuw in een ondankbare rol totdat het partijbestuur bijna twee jaar later, maart 1997, niet hem maar De Hoop Scheffer aanwees als lijsttrekker. In zijn rol van achtereenvolgens raadslid, wethouder en loco-burgemeester in Amsterdam (1971-1986) en als staatssecretaris voor volkshuisvesting (1986-1994) had Heerma aanzienlijk meer gezag. Als voorzitter van de CDA-fractie in de gemeenteraad speelde hij een sleutelrol bij de val van het linkse meerderheidscollege over de omstreden aanleg van de metrolijn onder de Nieuwmarkt. Als wethouder van economische zaken was hij betrokken bij bestuurlijk gevoelige discussies rond Schiphol en de Amsterdamse haven. In deze functies gold hij als krachtig bestuurder.

Ook als staatssecretaris voor volkshuisvesting oogstte Heerma veel waardering. Hij volgde in 1986 zijn partijgenoot Brokx op. Die trad af nadat hij het vertrouwen van de toenmalige CDA-fractievoorzitter De Vries had verloren na de parlementaire enquête over het misbruik van woninbgbouwsubsidies.

Heerma's belangrijkste wapenfeit was een decentralisatie-operatie binnen de woningbouw, waarmee miljarden waren gemoeid. Woningbouwcorporaties kregen van hem grotere financiële en administratieve armslag om een eigen beleid te voeren. Daarmee kreeg Heerma de naam als een der weinige CDA-bestuurders het christen-democratisch gedachtengoed van gespreide verantwoordelijkheid in de praktijk te hebben gebracht. Mede door zijn sociale denkbeelden – Heerma gold als beschermer van de individuele huursubsidie temidden van allerlei bezuininigsgolven – lag hij ook bij de PvdA goed.

Enneüs Heerma (Friese roepnaam Inne) werd op 23 december 1944 in Rijperkerk, gemeente Tietjerksteradeel geboren. Hij studeerde van 1963 tot 1970 politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij liet zich politiek vooral inspireren door antirevolutionaire voorlieden als Abraham Kuyper. Daarna was hij enige tijd organisatie-adviseur. Nadat zijn politieke loopbaan maart 1997 ten einde was gekomen solliciteerde Heerma naar het vacante burgemeesterschap van Hilversum. Juist toen hij bovenaan de lijst van de vertrouwenscommissie was geëindigd, openbaarde zich bij hem zijn ziekte.