Borssele

De kerncentrale in Borssele is geen baksteen, want de kosten voor ontmanteling zijn al ingecalculeerd, betoogt mevrouw Van Heek (NRC Handelsblad, 22 februari). Ook stelt zij dat de kerncentrale kan helpen bij de realisering van de Nederlandse CO2-reductiedoelstelling van 6 procent in 2010. Beide redeneringen zijn echter wishful thinking. Borssele is namelijk de grootste baksteen van de elektriciteitsproducenten.

Van Heek heeft gelijk als ze stelt dat Borssele zich voor de toekomstige ontwikkelingskosten en de voorlopige afslag van kernafval heeft ingedekt met een reservepotje, maar ontmanteling is slechts voor het allereerste deel van de nucleaire erfenis van een kerncentrale. Maar Borssele heeft geen geld gereserveerd voor de eindopslag van het kernafval. Voor deze opslag zijn nog geen uitgewerkte plannen, maar kosteloos zal ze niet zijn; een vergelijking met buitenlandse berekeningen toont aan dat het om enkele miljarden guldens gaat. Als je die kosten meerekent in de elektriciteitsprijs - wat zou moeten - dan is Borssele veel te duur voor de elektriciteitsproducenten die zich opmaken voor concurrentie op de vrije markt.

Het is begrijpelijk dat de voorstanders van het openhouden van Borssele op de proppen komen met de afspraken om minder broeikasgassen uit te stoten. Maar vergeten wordt dat het openhouden van een oude kerncentrale niet louter een kwestie is van politieke wil, maar ook van technische grenzen en vooral van veiligheid. Borssele is in 2010 hoe dan ook gesloten en draagt dan dus niet meer bij aan de realisering van onze CO2-afspraken, terwijl die zijn gemaakt voor de periode 2010 en verder. Ook de optie van de bouw van een nieuwe kerncentrale behoort, afgezien van het totale gebrek aan maatschappelijk draagvlak, tot de minder kosteneffectieve maatregelen om CO2-uitstoot terug te dringen.