Alles beter dan langs de deuren gaan

De ene politieke partij gaat langs de deuren als verkiezingen aanstaande zijn. De andere belegt de een na de andere verkiezingsavond en de derde plakt en foldert dat het een aard heeft. Maar bij dergelijke activiteiten voelt een D66'er zich niet helemaal op het gemak. Liever gaan de sociaal-liberalen op werkbezoek. ,,Inhoudelijk hè'', zegt het Tweede-Kamerlid Pieter ter Veer, ,,daarin onderscheidt de campagne van D66 zich van de campagnes van andere partijen.''

Ter Veer was gisteren aan de beurt om zich over te geven aan zo'n werkbezoek. Samen met Europarlementariër Doeke Eisma en een gezelschap provinciale en gemeentelijke D66'ers bezocht hij het Waterschap Veluwe te Apeldoorn, voor een praatje en een plaatje over water, bos en milieu. Verder was D66 uitgenodigd in Elst, tussen Arnhem en Nijmegen, waar de Democraten getrakteerd werden op de lichtbeelden en wederwaardigheden van een lobbyclub die het gebied rond de twee Gelderse steden als niet minder zien dan de infrastructurele en – dus economische – navel van West-Europa.

Inhoud, daar gaat het bij een D66-campagne dus om. Niet het overtuigen van kiezers heeft prioriteit, maar het zich laten informeren over de stand van het land. ,,Alsof we al een meerderheid hebben'', verzucht de voorzitter van de D66-afdeling Apeldoorn, Frits Prakke. Alsof, inderdaad, die hinderlijke onderbreking die verkiezingen heet, alweer achter de rug is. ,,Ik vind het natuurlijk ook allemaal hoogst interessant wat hier wordt verteld'', zegt Prakke, ,,maar efficiënt is het niet. Zo bereiken we geen kiezers.'' Inderdaad komen de D66'ers bij hun werkbezoek geen kiezer tegen, maar lieten ze zich in een bus door de regen langs eindeloze ondergelopen rivierbeddingen voeren en voorlichten over `anders omgaan met water'. Dat willen de Democraten ook. En wel in de vorm van een tweede waterleidingnet. Eén voor het dure, gezuiverde drinkwater uit de kraan en één voor het toilet. Dit idee slaat aan, zo blijkt uit kiezersonderzoek, maar dat weten D66'ers dan weer niet.

In de bus vertelt Eisma wat een Europarlementariër als hij te zoeken heeft bij een campagneactiviteit rond de Statenverkiezingen. Hij ziet de lijnen vanuit Brussel steeds meer rechtstreeks naar de provincie lopen, of beter gezegd, naar regio's. Soms naar regio's die provincie- en landgrensoverschrijdend zijn. Daarbij wordt `Den Haag' steeds vaker gepasseerd, weet Eisma. Met andere woorden: de door steeds meer politici verguisde bestuurslaag `provincie' zal aan belang winnen naarmate Europa dat doet.

Eisma wordt onderbroken als het hoogtepunt van de busreis door de microfoon wordt geroepen: ,,Het landgoed van Jan, jongens.'' Achter een bomenrij ligt De Dijkhof, een enorme lap grond, met vijver en villa en sinds kort het bezit van Jan Terlouw, de oud-commissaris van de koningin voor Gelderland en D66-lijsttrekker voor de Eerste Kamer. ,,Mooi om fractieweekends te houden'', mompelt Eisma, die op de zevende plaats staat voor de Senaat.

Uit opiniepeilingen blijkt dat Eisma die Senaatszetel kan vergeten. En een werkbezoek helpt niet erg om dat tij te keren. Maar alles is in de ogen van de sociaal-liberalen beter dan in de regen langs de deuren gaan of folders in de handen drukken van ongeïnteresseerden. Een beproeving, weet het Gelderse Statenlid en nummer zes op de lijst, Quirine Lensvelt-Ruys. Ze stond op de markt van Apeldoorn. ,,Joh, na twee uur folders uitdelen was ik doodop. Met die regen ben ik maar in de kraam gaan staan. Als mensen écht iets willen weten, komen ze wel naar je toe.''

Laatste aflevering van een serie over partijbijeenkomsten voor de Statenverkiezingen van 3 maart. Eerdere afleveringen stonden op 20, 23, 25 en 27 februari in de krant.