Verkiezing in Nigeria

EX-PRESIDENT JIMMY CARTER kwam naar Nigeria en zag dat het goed was. Ex-generaal Olusegun Obasanjo heeft Carters zegen en is de nieuwe president van Nigeria. Tegenwoordig worden verkiezingen in opkomende landen door internationale waarnemers zorgvuldig tegen het licht gehouden. Het is als met het keurmerk van de Keuringsdienst van waren: als dat eenmaal is verleend, wordt kritiek moeilijk. Zoals tal van middenstanders voor hen hebben de leiders in de opkomende landen het belang ontdekt van geloofwaardige verificateurs van hun product. Zolang het gerommel met stembussen binnen bepaalde perken blijft, intimidatie en omkoping niet al te zeer in het oog springen, wordt het waarmerk verleend. Als dat dan ook nog gebeurt door een gezaghebbend man als Carter, heeft de oppositie weinig meer te vertellen. De klacht van oppositieleider en tegenkandidaat chief Olu Falae dat de presidentsverkiezingen van gisteren een farce waren, verwaait dan ook in het algemene enthousiasme over Obasanjo's overwinning.

En natuurlijk moet het feit dat voor het eerst sinds vijftien jaar de macht op democratische wijze wordt overgedragen in een land dat tot vorig jaar geteisterd werd door een wrede militaire dictatuur, worden toegejuicht. En ook al komt het nieuwe staatshoofd voort uit de strijdkrachten en ook al leidde hij in de jaren zeventig een junta, hij was ook de man die destijds een burgerregering mogelijk maakte. Evenals zijn onmiddellijke voorganger nu, generaal Abdulsalami Abubakar.

TOCH IS ER reden voor terughoudendheid. Nigeria's politieke partijen bestaan bij de gratie van cliëntelisme, nepotisme, tribalisme en regionalisme, vier -ismen die in tal van landen een gezonde ontplooiing van werkelijke democratie, geworteld in verantwoording door en verantwoordelijkheid van de politieke klasse aan en voor het volk, in de weg staan. Het land is tijdens de opeenvolging van militaire machthebbers ernstig verwaarloosd geraakt en is afgedaald tot het niveau van failed states waarvan Afrika de nodige voorbeelden kent. In zekere zin was het een gotspe dat uitgerekend Nigeriaanse strijdkrachten zijn geroepen om in het door anarchie geteisterde Liberia en Sierra Leone orde op zaken te komen stellen.

Als staat met een grote economische potentie draagt Nigeria een belangrijke verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn onmiddellijke omgeving. Maar zijn mogelijkheden heeft het zowel regionaal als binnnenlands jarenlang ongebruikt gelaten. Daarvoor was de politieke elite die na de dekolonisatie begin jaren zestig haar kansen liet liggen evenzeer verantwoordelijk als de generaals die er een potje van hebben gemaakt. In Obasanjo heeft Nigeria nu een leider in wiens persoon de twee hoofdbestanddelen, het militaire en het civiele, van 's lands politieke geschiedenis samenkomen. De vernieuwing zal dus uit het oude moeten voortkomen.