Taart

`Het is voorbij', schreef de jeugdige Engelse diplomaat Harold Nicolson op de avond van de 28ste juni 1919 aan zijn vrouw Vita. `Ik heb mijn oude zwarte hoed maar meegenomen, want die heeft zoveel van de Vredesconferentie gezien dat hij ook maar het einde moest meemaken.' Nicolson was een van de topadviseurs van de grote drie. Maar het verdrag beschouwde hij als een prutsdocument. Zijn zoon, Nigel Nicolson, vertelde me dat hij al direct de grootst mogelijke ellende voorzag: de eindonderhandelingen waren veel te snel gegaan, en de Duitsers waren uiteraard helemaal niet geraadpleegd. ,,Op een keer schreef hij aan mijn moeder: `Hier zit ik dus, een kind in al deze zaken, drie oude mannen te adviseren: Lloyd George, Clemenceau en president Wilson. En die drie zijn bezig Europa op te delen alsof het een taart is. Ze weten er niets van, en voor de feiten zijn ze totaal afhankelijk van mij.'

De Spiegelzaal van Versailles, waar het verdrag getekend werd, is onveranderd gebleven. Er lopen Japanse toeristen, en de tapijten en meubels verspreiden een lichte, hoogbejaarde pislucht. De sfeer was, schreef Nicolson, als die van een huwelijk: `Geen applaus, maar ook niet een plechtige stilte.' Alleen toen de Duitsers binnenkwamen kon je een speld horen vallen. Ze keken strak omhoog, maar ook daar vonden hun ogen slechts vernedering: ik zie dat het hele plafond bedekt is met Franse overwinningstaferelen, Hollanders en Pruisen die van de kaart geveegd worden, trotse Franse koningen, hun vijanden zich wentelend in het stof. De Duitse nachtmerrie was compleet.