Puinruimen devies in Nigeria

Nigeria koos gisteren een ex-generaal tot burgerpresident. Zijn regime zal Nigeria in veel opzichten vanaf de grond weer moeten opbouwen en zowel de politiek als de economie moeten hervormen.

De nieuwe burgerregering van Nigeria wacht een uitdaging zonder precedent in Afrika: ze moet tegelijkertijd een grondige politieke én economische ingreep doorvoeren. De economische herstructurering raakt het fundament van het politieke patronagesysteem, waaronder de heersende generaals en burgerpolitici zich sinds de olieboom van de jaren zeventig schaamteloos hebben verrijkt.

Nigeria kent een puissant rijke elite maar nauwelijks ontwikkeling, het heeft een uiterst mondige bevolking maar geen traditie van behoorlijk democratisch bestuur.

De overgang vindt plaats onder een ongunstig gesternte. Onder het laatste burgergezag begin jaren tachtig bracht één vat olie 40 dollar op, het land verdiende jaarlijks 25 miljard dollar aan olieexport en de wisselkoers van één naira was 2 dollar. Een vat olie is nu 10 dollar waard, vorig jaar bedroeg de export van olie 9 miljard dollar en één dollar is nu 90 naira. Tweederde van de Nigerianen leeft in grote armoede. De Nigerianen hunkeren naar verbetering van hun sociale omstandigheden, maar de financiën daarvoor zijn schaars.

Nigeria heeft geen politici in de Westerse zin van het woord. Geld, veel geld, blijkt een voorwaarde om politicus te worden. Dus begint de aspirant-politicus in de ambtenarij of het leger, vergaart daar een kapitaal door corruptie en gaat in zaken. Vervolgens kan hij dan de politiek in om zich met zijn fortuin een weg te banen naar de top. Door omkoperij op plaatselijk niveau van traditionele en andere leiders, die de kiezers ,,adviseren'', bouwt hij zijn achterban op.

Voor deelname van de gewone man aan het besluitvormingsproces blijft zo nauwelijks ruimte. Dat verklaart waarom ook bij deze verkiezingen de meeste Nigerianen zich fatalistisch en sceptisch opstelden. De dominantie van het politieke toneel door corrupte generaals en de opportunistische politieke klasse kan volgens Nigeriaanse waarnemers alleen maar worden doorbroken door heropbouw van een onafhankelijke rechtspraak, echte democratische politieke partijen en sterke civiele organisaties als vakbonden en andere ,,waakhonden'' die toezien op schending van de mensenrechten en corruptie.

Het grootste gevaar loert in de kazernes. Vele generaals gingen met tegenzin akkoord met de hervormingen van president Abdulsalam Abubakar. Er bestaat angst in de hogere rangen van het leger voor een heksenjacht door het nieuwe gezag om de verdonkeremaande miljarden terug te vorderen. De bevolking zal dit toejuichen maar de politieke stabiliteit loopt erdoor een risico.

De staatssector dient ingrijpend te worden hervormd en deels geprivatiseerd. De Centrale Bank en het staatsoliebedrijf, de meest lucratieve bronnen voor corruptie, moeten worden schoongeveegd in het belang van een transparant financieel beleid. De voedingsbodem van de militaire en politieke elite komt daardoor in gevaar. De hopeloos inefficiënte ambtenarij verdient eveneens een grote schoonmaaktbeurt, opdat de burger de overheid weer gaat ervaren als hulpverlener en niet als uitbuiter.

Zestig procent van de bevolking is afhankelijk van een inkomen uit de landbouw, een ernstig veronachtzaamde sector van de economie sinds de olieboom. Het is in Nigeria nu goedkoper voedsel te importeren dan te produceren. De economie is structureel scheefgegroeid door de afhankelijkheid van olie. Elke regering die zich tot doel stelt Nigeria te ontwikkelen in plaats van oliegelden louter te consumeren, zal de landbouw tot prioriteit moeten verklaren.

Het meest nijpende probleem betreft de Niger Delta, waar radicale jongeren het opnemen tegen de oliemaatschappijen uit onvrede over de verwaarlozing van hun gebied. Vrijwel dagelijks worden oliewerknemers gegijzeld en pijpleidingen gesaboteerd. Door sabotage werden er vorig jaar 200.000 vaten per dag minder geproduceerd. De pogingen van oliebedrijven om met ontwikkelingshulp de woede weg te nemen, worden steeds meer overschaduwd door de acties van radicale jongeren.

De politieke noodzaak om tot een meer acceptabele verdeelsleutel te komen van de nationale inkomsten over alle regio's van het land, betekent herstructurering van de Nigeriaanse federatie. Deze controverse leidde tijdens de Biafra-oorlog eind jaren zestig en na de annulering van de verkiezingsoverwinning van Moshood Abiola in 1993 bijna tot de desintegratie van het land.

Al deze tijdbommen tikken onder Nigeria als straks op 29 mei president Abubakar de macht overdraagt.