Philips koopt met VLSI kennis in chips

VLSI Technology zou een mooie aanwinst zijn voor Philips' chipdivisie. In tegenstelling tot de Eindhovense bulkproducent levert het Amerikaanse concern zijn producten vooral op bestelling van grote klanten.

Philips doet voorlopig geen mega-overnames, maar zoekt bescheiden acquisitiemogelijkheden die een aanvulling betekenen voor bestaande divisies. Dat uitgangspunt bracht financieel bestuurder J. Hommen afgelopen zomer naar voren, toen duidelijk was geworden dat de verkoop van het muziek- en filmbedrijf Polygram vele miljarden in de kas zou doen stromen.

De overname van ATL Ultrasound in de medische sector, afgelopen zomer, was al in lijn met dit uitgangspunt. Het vrijdag aangekondigde bod van omgerekend ruim 1,5 miljard gulden op de Amerikaanse chipmaker VLSI Technology past ook in deze strategie. ,,Met de aankoop van VLSI betreedt Philips Semiconductors nieuw terrein in de telecommunicatie'', zegt analist J. Tully van marktonderzoeker Dataquest.

Daarmee is niet bedoeld dat Philips op dit gebied niet al actief was. Volgens cijfers van Dataquest is Philips mondiaal zelfs de grootste producent van chips die worden gebruikt in en rond de antennes van draadloze telefoontjes. Met een omzet van 463 miljoen dollar had Philips in 1997 in dit marktsegment een aandeel van 10 procent. VLSI speelt op dit terrein geen rol van betekenis.

In het hart van de zaktelefoon, waar chips gesprekssignalen verwerken en corrigeren, ligt dat anders. Philips en VLSI Technology zijn hier zelfs directe concurrenten. Markant is bovendien dat VLSI een aardige partij meeblaast in de ontwikkeling van chips voor de zogeheten CDMA-technologie, een Amerikaans alternatief voor de in Europa dominante GSM-standaard. Philips heeft na het staken van de gezamenlijke zaktelefoonproductie met voormalig AT&T-dochter Lucent aangekondigd die Amerikaanse standaard voorlopig links te laten liggen, maar haalt met de aankoop van VLSI op dit terrein wel nieuwe expertise in huis.

VLSI is volgens Tully ook sterk in het onderbrengen van steeds meer functies van een apparaat op één chip. Wie in de afgelopen jaren een zaktelefoon openschroefde kwam in nieuwe modellen steeds minder chips tegen. Samenvoeging van de ingewikkelde schakelingen op één schijfje silicium maakt besparingen mogelijk in kosten en energieverbruik. Met de Amerikaanse partner zou Philips een nieuwe stap kunnen zetten op weg naar het samenpakken op één chip van alle functies die een cd-speler, televisie of zaktelefoon moet uitvoeren.

Als de overname slaagt zou Philips Semiconductors met de ruim vijfhonderd miljoen dollar omzet die VLSI genereert oprukken van de achtste naar de zesde plaats op de ranglijst van 's werelds grootste chipmakers. Behalve chips voor zaktelefoons maakt VLSI ook halfgeleiders voor onder meer DVD-spelers (de door Philips gesteunde opvolger van de compact disc), computers (geen geheugenchips) en modems.

Ook Philips is in deze marktsegmenten actief, maar beide ondernemingen verschillen sterk in de manier waarop ze de markt benaderen. Tully typeert Philips als een bulkproducent en VLSI als een specialist die vooral op bestelling produceert. ,,Philips ontwerpt een chip en duwt die dan in grote aantallen naar een massamarkt'', zegt hij. ,,VLSI maakt veel chips die zijn toegesneden op één klant. Op het terrein van chipontwerp haalt Philips een zeer sterke partner in huis.'' Hoewel Philips VLSI met zijn bod zwaar onder druk zet kan volgens Tully een overname door Philips ook voor dat bedrijf interessant zijn. Net als andere kleine producenten loopt VLSI op tegen de miljardeninvesteringen die nodig zijn voor de bouw van een eigen chipfabriek. ,,Het loont om ontwerp en productie van chips allebei in huis te hebben'', zegt Tully. ,,Om betrouwbare chips te produceren moeten beide activiteiten zeer nauw op elkaar zijn afgestemd. Maar het is onwaarschijnlijk dat VLSI zich nog erg lang een eigen fabriek kan veroorloven.''

Na ontvangst van de brief waarin Philips-president Boonstra eind vorige week zijn bod aankondigde, heeft VLSI zich stilgehouden. Het bod van Philips (17 dollar, 58 procent boven de beurskoers van 10,75 dollar van dat moment) lijkt genereus, maar daarbij moet worden aangetekend dat het aandeel VLSI al enige tijd onder druk staat. Iets meer dan een jaar geleden noteerde de Amerikaanse chipmaker nog een koers van meer dan 25 dollar. Kort daarna rapporteerde VLSI tegenvallende resultaten, mede als gevolg van de financiële crisis in Azië. Terwijl Philips' chipdivisie in de eerste kwartalen van 1998 recordwinsten realiseerde, kwam het aandeel VLSI terecht in een neerwaartse spiraal die afgelopen najaar leidde tot een dieptepunt van omstreeks 7 dollar op de Amerikaanse elektronische beurs Nasdaq.

Volgens Tully is het voor buitenstaanders moeilijk een afgewogen oordeel te geven over het bod van Philips. ,,Het kan best zijn dat VLSI een aantal belangrijke design wins (opdrachten om halfgeleiders te ontwerpen) heeft binnengehaald. Die worden niet publiek gemaakt en resulteren pas twee jaar later in omzet.'' Deze nog onzichtbare, maar cruciale opdrachten zouden voor VLSI een belangrijke troefkaart kunnen zijn in de onderhandelingen met Philips.