Macbeth kan tenenkrommend en vervelend zijn

Shakespeare schreef een verbijsterend korte en doeltreffende tragedie over ambitie, macht en bloed: Macbeth. Zijn tekst uit 1606 is een Schotse ballade met heksen, een wandelend woud, de roep van de uil, dolken, duisternis. Heiner Müller maakte er zijn Duitse versie van. De heksen veranderden in drie Walkuren, Germaanse godinnen die gesneuvelden op het slagveld naar het walhalla begeleiden.

Vertaler en vooral bewerker Marcel Otten schaart zich naast Müller: de van oorsprong Noorse Walkuren kregen gezelschap van de oud-Noorse godin Odin. De dolkstootachtige kracht van Macbeth verandert door al deze ingrepen bij De Appel in een langdradig geheel. Ineens klinkt daar Hamlets befaamde claus `Te zijn of niet te zijn,' treedt plots `de Weerman, de Moede Reiziger' uit de Edda op en meer uit de literaire koektrommel. Het lijkt of regisseur Aus Greidanus de kale, Shakespeareaanse Macbeth heeft willen ontwijken, dat hij bang was voor `the Scottish play', en zijn toevlucht heeft gezocht tot wissewasjes en tierelantijnen. Helaas ook tot coupures: de heksen met hun profetie aan het begin dat veldheer Macbeth koning zal worden, zijn geschrapt. Otten heeft nooit in die verschijningen geloofd, noemt hen in het programmaboek `tenenkrommend'. Maar zonder die duistere, altijd intrigerende wezens op de hei was het gif van de staatsdrang nooit in Macbeth gezaaid. Ik wil de heksen terug.

In de visie van Greidanus gaat de voorstelling over machthebbers, en dat is fout gezien; Macbeth is een drama over het brandende, irrationele verlangen naar macht. Dus over de met bloed en doden geplaveide weg naar de troon, niet het macabere spel als de troon eenmaal veroverd is.

De acteurs spelen op een voetbaltribune, waar de kuipstoeltjes in blauw en wit zo zijn geplaatst, dat we de Schotse vlag erin herkennen. Een nieuw personage, de poortwachter (Carol Linssen) komt op, vindt een helm met daarin een meertje bloed. Even verrukt als angstig smeert hij het uit over zijn gezicht. Een symbolisch begin. De tribune of stadion staat voor de plek waar massa's mensen een leider, wereldster of voetbalheld vereren. Het decor keert zich tegen de spelers: elke voetstap klost en dwingt tot omslachtigheid. De witte treden oogden hinderlijk frivool, terwijl zwart toch meer de geëigende kleur zou zijn.

De geheimenis van de tekst heeft het moeten afleggen tegen de eigenwijsheid van de regisseur. Er was maar één acteur die iets duisters, iets geheimzinnigs in spel en aanwezigheid had: Hubert Fermin in de rol van Macduff. Naast hem vertolkte Carol Linssen als poortwachter en nar fraai de tragiek van de kleine man, die altijd van alle kanten de slagen krijgt. Onthutsend onhandig waren de opkomsten en afgangen, de steekpartijen, eigenlijk de hele mise-en-scène. Marcell Ott in de titelrol ontbeert elke stembeheersing om Shakespeares (ik blijf de auteur Shakespeare noemen) grimmige verzen tot leven te brengen. Zonder heksen geen Macbeth, en een Macbeth zonder geweten is gedoemd ongeloofwaardig te zijn als een plastic dolk. Bij Ott was alles buitenkant, uit het hoofd geleerde maar niet in het hart beleefde tekst. Mirjam Stolwijk als de slaapwandelende Lady Macbeth was wel erg met bloed besmeurd; niet alleen haar handen, ook bloed hoog op haar benen onder de openvallende, rode jurk. Ik miste stilering.

Het slotbeeld, waarin sneeuw valt over de vermoorde Macbeth, kwam veel te laat. Ondertussen was de tribune een rommeltje geworden van omgevallen stoelen, waarin Macbeth eigenlijk onzichtbaar was. Hij kreeg geen focus, hij was een afwezige hoofdrolspeler. Macbeth moet angsten krijgen voor de gepleegde moorden, de eerste op koning Duncan. De verschijningsscènes waren tergend bloedeloos.

Deze Macbeth lijdt aan overtuigage: al die nadrukkelijke, maar ook puberale symbolen. Een teleurstellende ervaring: nooit gedacht dat een Macbeth ook intens vervelend kan zijn. Dat gebeurt, als ziel, noodzaak en overtuigingskracht van zo ongeveer het hele ensemble ontbreken.

Voorstelling: Macbeth van Shakespeaere/ Müller/ Otten door Toneelgroep De Appel. Vertaling: Marcel Otten; decor: André Joosten; kostuums: Ber van Hirtum; regie: Aus Greidanus; spelers: Marcell Ott, Mirjam Stolwijk, Hubert Fermin e.a. Gezien 28/2 Appeltheater, Scheveningen. Aldaar t/m 1/5. Inl. (070) 350 2200.