Lotus en lelie als uiting van tijdgeest

Op de tentoonstelling Bloeiende symbolen hangt een zachtgekleurde tekening van Jan Toorop getiteld 'Marguerite'. Wat we zien is de helft van een bleekrose vrouwengezicht met daarboven een aanduiding van rossigblonde haren. Eén blauwgroen oog is zichtbaar en het grootste deel van haar iets aangezette roze mond. De rest van het gelaat is verscholen achter lichtgolvende stengels vol vaagwitte grillige bloemen met een enkel zachtgroen blad. Een van de bloemen heeft dezelfde welving als Marguerites mond. Volgens de samenstellers gaat het hier om een cyclaam, `een vanuit het Middellandse-Zeegebied afkomstige variant van de sleutelbloem'. In de populaire bloementaal, zo melden zij, betekent de cyclaam onder meer: 'Mijn toeneiging naar u is puur en ik respecteer u boven alles'.

Wie precies kijkend en lezend door het Noordbrabants Museum wandelt, zal genieten. Het is alsof je de kunst met een vergrootglas - of door een lichtgroene of lichtblauwe bril - bekijkt. Ongeveer 150 schilderijen, aquarellen, tekeningen, beelden, schalen, boekbanden en meubels met daarop bloemen in een of andere vorm roepen tesamen een schuchtere esthetiek op. Je ziet de mooiste bloemen: verscholen, decoratief, gestileerd, exotisch, vaag, afgestorven, weelderig, wulps en soms vermomd als vrouw. Maar allemaal zijn ze op de een of andere manier onder de noemer van het symbolisme gebracht.

Le langage des fleurs, de taal van de bloemen, die al in de 17de eeuw zoniet veel eerder bestond, kreeg in de loop van de 19de eeuw in het Franse taalgebied een nieuwe impuls. Dat gebeurde bijvoorbeeld door handboeken waarin de betekenissen van bloemsoorten min of meer stereotiep werden vastgelegd. Parallel daaraan ontstond in West-Europa een grote passie voor tuinieren en het kweken van bloemen. Men kweekte niet alleen inheemse soorten, maar ook exotische en gekunstelde orchideeën, of bijzondere rozen- en chrysantensoorten. Exotische bloemen en hun geuren speelden een rol in de periode van decadentie rond de eeuwwisseling. In die tijd kwamen ook allerlei esotherische richtingen op die zich vooral richtten op het oosten en middenoosten waar bloemen als de lotus en de chrysant van oudsher een symbolische functie hadden.

In Nederland, waar de tentoonstelling hoofdzakelijk over gaat, speelden in de late jaren `80 en `90 van de vorige eeuw vooral pseudo-godsdiensten als theosofie, de Rozekruizers, het Swedenborgianisme en de vrijmetselarij een rol en de bijbehorende ingewikkelde symboliek drong door in de beeldende kunst. In kunst- en kunstnijverheid bijvoorbeeld verschijnt opeens overal de lotus . Op de tentoonstelling hangt het omslag van het tijdschrift Theosophia van 1 mei 1896, een houtsnede in goud op zwart, door Matthieu Lauweriks. Je ziet daarop het ingewikkelde symbool van de Theosofische Vereniging in een zonodig nog ingewikkelder decoratief kader waarvan een grote lotusbloem het centrum vormt. Zelfs voor wie zich niet in allerlei theorieën wil storten vormt dit blad natuurlijk het beste bewijs van de dwingende fin-de-siècle-symboliek. Minder decoratief en aanzienlijk artistieker is een schaal van Rozenburgkeramiek uit 1893 met lotussen, irissen en een opgaande zon, waarin de bloemen tot enkele vegen gereduceerd zijn.

Bloeiende symbolen is eigenlijk een dappere tentoonstelling. De symboliek van de roos, de lelie, de lotus en waterlelie, de chrysant of de papaver is in het Noordbrabants Museum goed in beeld gebracht, al ligt de diepere betekenis niet overal voor het opscheppen. Minder voor de hand liggend is echter dat de tentoonstelling en passant via de bloemensymboliek een heel tijdsbeeld van de periode van 1880 tot 1915 pretendeert op te roepen. Klaarblijkelijk wil men laten zien dat bijna alle kunstenaars door de (symbolistische) tijdgeest zijn aangeraakt en dat bijna alle bloemen die toen geschilderd zijn symbolisch geïnterpreteerd kunnen of zelfs moeten worden. Dat geldt zelfs voor impressionistische boeketten van Breitner, uit blokjes opgebouwde rozen van Bart van der Leck of Jacobus van Looys papaverveld. Dat gaat hier en daar wel erg ver, al is het de vraag of dat wat geeft bij zo'n brede selectie van bekende en, vooral onbekende, interpreteerbare maar ook raadselachtige bloemen. Bedoelde en onbedoelde symboliek, je legt er soms moeilijk de hand op. De tentoonstelling laat in elk geval een visie zien op een tijd waarmee we ons nu weer verwant voelen.

Tentoonstelling: Bloeiende symbolen. Bloemen in de kunst van het fin de siècle. Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's-Hertogenbosch. T/m 9 mei. Open: di-vr 10-17u; za, zo en feestdagen 12-17u. Cat. ƒ49,50.