In opspraak

Wat is de overeenkomst tussen Bill Clinton en Arthur Koestler? Dat ze de afgelopen maanden op identieke wijze in opspraak kwamen als mateloze rokkenjagers, ja zelfs – vorige week – als verkrachters.

Bij het Amerikaanse tv-station NBC meldde zich een vrouw, Juanita Broaddrick, die Clinton van verkrachting beschuldigde. Het zou in 1978 gebeurd zijn, toen Clinton nog minister van Justitie in Arkansas was. Clinton zou de vrouw op haar hotelkamer hebben verkracht en daarbij haar lip hebben stukgebeten. Een vriendin getuigde dat ze Juanita destijds ontdaan en met kapotte lip op haar kamer had aangetroffen.

Broaddrick vertelde dat ze niet eerder ruchtbaarheid aan haar ervaring had gegeven, omdat ze ervan uitging toch niet te zullen worden geloofd.

Arthur Koestler, de in 1983 overleden beroemde schrijver, werd vorig jaar als verkrachter ontmaskerd in de biografie The Homeless Mind van David Cesarani. Cesarani noemde hem zelfs een serieverkrachter, maar dat toonde hij niet met voorbeelden aan. Wèl beschreef hij één concreet geval van verkrachting in 1951 dat vernietigend genoeg was voor Koestlers postume reputatie.

Het ging om Jill Craigie, de vrouw van de linkse Engelse politicus Michael Foot. Koestler, Hongaar van geboorte, was bevriend met het echtpaar en Jill liet hem op zijn verzoek iets van de Engelse pubs zien. Na afloop vroeg Koestler of hij bij haar thuis – Foot was uitstedig – iets mocht eten. Na de afwas viel hij haar plotseling aan. Ze bevrijdde zich en bleef een poos versuft buiten zitten.

Toen ze haar huis weer binnenging, viel Koestler haar opnieuw aan. Ditmaal was ze te moe en verzwakt om zich te kunnen verweren en werd ze overweldigd. The Guardian zocht Jill vorige week op om opnieuw met haar over deze zaak te praten. De krant vond dat nodig omdat de schrijver Frederic Raphael het onlangs voor Koestler heeft opgenomen. ,,Misbruik van vrouwen was (en is dat misschien nog steeds) een certificaat van viriliteit bij veel grote mannen'', schreef Raphael, die bovendien vindt dat je schrijvers en denkers niet op hun gedrag, maar op hun gedachtegoed moet beoordelen. (Ja, dat zouden we allemaal wel willen!)

The Guardian vroeg Jill waarom ze pas na bijna vijftig jaar haar verhaal had verteld. Ze gaf hetzelfde antwoord als Juanita Broaddrick: geen enkele vrouw zou destijds met zo'n aanklacht geloofd zijn.

Wat doen we verder met die stelling van Raphael? Opsturen naar Clinton, lijkt me. Misschien kan hij er Hillary mee imponeren, al geef ik hem weinig kans.