Hockeyzigeuner uit Armenië strijkt neer in Limburg

Hockeyclub Venlo verkeert in degradatienood. Daarom riep de nummer voorlaatst de hulp in van de voormalige aanvoerder van de Sovjet-Unie, de 39-jarige Sos Airapetian.

De loopbaan van Peter Kloimstein liep tegen het einde toen hij oog in oog stond met de gedrongen spelverdeler van Alma Ata. Het was 1982, in Parijs om precies te zijn, en de geboren Oost-Duitser speelde met Gladbacher THC in het toernooi om de Europa Cup voor landskampioenen. Tegenover zich vond hij ,,ein sehr dynamischer Spieler'', zo herinnert de trainer-coach van Venlo zich. ,,Met een goed spelinzicht en een strakke pass.''

Het is zeventien jaar later en veel is bij het oude gebleven, grijnst Kloimstein (52). Dat wil zeggen: zelf staat hij tegenwoordig met een sigaret langs de zijlijn en meldt hij zich na afloop aan de bar van het clubhuis. Maar zijn tegenstander van weleer? Die dartelt nog altijd over het kunstgras. ,,Sos is een biologisch wonder. Hij leeft voor het hockey.'' Sos staat voor Sos Airapetian, de voormalige aanvoerder van de Sovjet-Unie die gisteren voor het eerst bij een thuisclub van Venlo mocht opdraven.

Een week na zijn debuut in de Nederlandse competitie gaf de 39-jarige Armeniër tegen HCKZ opnieuw leiding aan de defensie van de nummer voorlaatst uit hoofdklasse. Maar anders dan in Wassenaar, waar Venlo met 5-1 ten onder ging tegen HGC, kon de routinier ditmaal met opgeheven hoofd van het veld. De 3-2 overwinning betekent weliswaar pas de tweede zege van het seizoen voor de Limburgers, maar een opsteker in de strijd tegen degradatie. Met nog acht duels voor de boeg bedraagt het verschil met HCKZ nog slechts drie punten.

Kloimstein mag hopen dat Airapetian de komende weken in betere vorm steekt. Tegen HCKZ leed de Armeniër opvallend veel balverlies, tot ontzetting van zijn ploeggenoten die meer dan eens hun beklag deden over het lichtzinnige optreden van hun nieuwe collega. Halverwege de eerste helft leidde Airapetian met een slippertje het openingsdoelpunt van de bezoekers in. Een excuus was snel gevonden voor de matige vertoning. Sinds medio oktober, het einde van de veldcompetitie in Duitsland, speelde Araptian geen wedstrijd meer, biecht hij na afloop op. Zijn conditie hield hij slechts op peil door af en toe een balletje te slaan op het tennispark in Hamburg, dat hij samen met landgenoot en profbokser Arthur Grigorian beheert.

Het had weinig gescheeld of Venlo had geen beroep kunnen doen op Airapetian. Als speler van UHC Hamburg is hij gebonden aan de regelgeving van de Duitse hockeybond. Die bepaalde medio vorig jaar dat spelers die tussentijds naar het buitenland vertrekken bij thuiskomst een schorsing van zestig dagen tegemoet kunnen zien. Pas vorige week zaterdag, een dag voor de hervatting van de competitie, kreeg Venlo per fax van de DHB te horen dat zowel de Duitse international Christoph Bechmann als Airapetian tot nader order dispensatie heeft gekregen.

Daarmee ging voor Airapetian een droom in vervulling. Al sinds zijn eerste bezoek aan Nederland, in 1981 bij het Europa-Cuptoernooi in Den Haag, wilde de voormalige schoenenverkoper uit Jerevan eens in de hoofdklasse spelen. ,,Omdat het de sterkste clubcompetitie ter wereld is'', verklaart hij. ,,En omdat jullie Hollanders zulke vriendelijke en gastvrije mensen zijn.'' Die liefde is wederzijds, zo blijkt bij nadere bestudering van programmablad Tip In. Onder het kopje `Mag ik u even voorstellen' somt de redactie de wapenfeiten op van de voormalige officier uit het Rode Leger: driehonderd interlands voor de Sovjet Unie, vier Olympische Spelen en WK's, in 1981 en '82 met Alma Ata winnaar van de Europa Cup voor landskampioenen, in 1991 uitgeroepen tot beste speler bij het toernooi om de Champions Trophy. ,,Hopelijk kan deze nog steeds gedreven speler er met al zijn routine toe bijdragen dat Venlo in de hoofdklasse zal blijven'', besluit de redactie.

Dat komt wel goed, verzekert Airapetian. Hoewel hij de veertig nadert, voelt de hockeyzigeuner zich nog allerminst versleten. ,,Nog zeker drie of vier jaar'' verwacht hij op het allerhoogste niveau te spelen. Ten teken dat zijn woorden serieus dienen te worden genomen, wijst hij op het Europees kampioenschap, begin september in Italië. ,,Daar zal ik namens Rusland meedoen'', vertelt hij.

Twijfelen doet ook Kloimstein niet. Met de ingevingen van de uitgekookte spits Bechmann, tegen HCKZ goed voor twee assists, en de ervaring van laatste man Airapetian denkt de coach de wapens gevonden te hebben waarmee degradatie kan worden afgewend. Steun krijgt Kloimstein, in Venlo en omstreken getooid met de bijnaam Asterix, binnenkort wellicht van een derde routinier, Dirk Brinkmann (34). Als de Duitse oud-international van HTC Uhlenhorst tijdig herstelt van zijn knieblessure, komt het aantal buitenlanders in de selectie op zeven.

Vijf daarvan hebben de Duitse nationaliteit en feitelijk kan ook Airapetian als een Duitser aangemerkt worden sinds hij in 1991 neerstreek in Hamburg. Dat jaar was een breekpunt in de carrière van de gedreven Armeniër. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie betekende de doodsteek voor het hockey, toch al geen grote sport in het communistische rijk. ,,Vanuit Moskou kwam geen geld meer en plotseling lag alles overal aan duigen'', vertelt Airapetian.

Op zoek naar een betere toekomst (,,Vooral voor mijn kinderen'') ging hij in op een uitnodiging van Hamburg. Het betekende een onverwacht vervolg van een loopbaan die in 1977 begon bij de legerploeg SKA 17. En van een speler die in Nederland door oud-international Marc Delissen herinnerd wordt als ,,een prestatiegerichte gozer die mij vroeger altijd wodka en kaviaar wilde verkopen''.