Hepcat richt zich op luchtige tralala

De ska-revival: was dat geen fenomeen uit de late jaren zeventig, toen Engelse groepen als The Specials en Madness furore maakten met muziek die uit Jamaica was komen overwaaien? Jazeker, maar Amerika knoopt daar twintig jaar later nog eens een eigen ska-revival aan vast. De hakketakkerige oervorm van de Jamaicaanse reggaemuziek is nu doorgedrongen tot het repertoire van popgroepen als No Doubt en Rancid. Daarnaast zijn er ook puristen als The Pietasters en Hepcat, die dichter bij het origineel van The Skatalites en The Maytals zijn gebleven en die daarmee een niet onaanzienlijk underground-publiek bedienen.

De Amsterdamse Melkweg organiseert regelmatig drukbezochte ska-avonden, die een opvallend jong publiek trekken en die door de aanwezigheid van cd- en T-shirtverkopers veel weg hebben van fanclubavonden . De groep Hepcat (`hippe vogel') uit Los Angeles is een topper in het opgepoetste genre, door het vakmanschap van muzikanten die hun sporen hoorbaar in de jazz hebben verdiend. Hepcats mengeling van ska en jazz herinnert aan de oorsprong van de Jamaicaanse popmuziek, die net als bij Bob Marley & The Wailers ontstond door de tropische draai die de muzikanten aan hun Amerikaanse voorbeelden gaven.

Anders dan The Specials en The Beat, die een pleidooi voor raciale integratie hielden en hun politieke denkbeelden in hun songteksten lieten doorschemeren, richt Hepcat zich op tamelijk vrijblijvende tralalamuziek. Waar The Special AKA met Fee Nelson Mandela een mogelijk doorslaggevende draai aan de internationale publieke opinie gaf, profileert Hepcat zich met het luchtige I Can't Wait als de muziekleverancier van een Amerikaanse Heinekencommercial.

Met zijn donkere bril en conservatieve terlenka broek is zanger Gregg Lee een merkwaardige kruising tussen komiek Lenny Henry en Muhammed Ali, wiens swingende bokstersdans hij op het podium imiteert. Zijn uitbundige verschijning kon niet verhullen dat het optreden op den duur wat al te braaf en gewoontjes werd. De essentie van ska is dat het aanstekelijke hakketakritme alsmaar doorgaat, en dat blazers en toetsenman daar hun schelle accenten aan toevoegen.

Discipline won het van inspiratie en slechts op één moment klonk de feestmuziek van Hepcat werkelijk verrassend. `Goodnight' leidde Lee het laatste nummer in en na een even kort als daverend crescendo uit alle instrumenten was het optreden abrupt voorbij. Er volgde nog een toegift die, net als de rest van het concert, te lang duurde en te voorspelbaar klonk.

Concert: Hepcat. Gehoord: 27/2 Melkweg Max, Amsterdam.