De soldaat die ging

Matthew Olusegun Okikiola Aremu Obasanjo is in de loop der jaren voor werkelijk alles uitgemaakt: een dictator en een democraat, een tegenstander van militair bestuur en een handlanger van de strijdkrachten, een snel geïrriteerde, autoritaire politicus en een man die naar iedereen luistert.

In het buitenland staat hij in hoog aanzien. In 1991 was hij kandidaat voor de positie van secretaris-generaal van de Verenigde Naties. In zijn eigen Nigeria moest de gepensioneerde generaal lastige hordes nemen in de wedloop naar het presidentschap. `Soldier go, soldier go', scandeerden zijn tegenstanders. Menige Nigeriaan gelooft dat met hem als president de militairen achter de schermen aan de macht blijven.

Obasanjo werd op 5 maart 1937 geboren in Ibogun in het zuidwesten, waar de Yoruba wonen. Na zijn schoolopleiding ging hij in 1958 in het leger. Zijn populariteit in de strijdkrachten groeide toen regeringstroepen in 1969 onder zijn leiding een cruciale veldslag wonnen in de Biafra-oorlog, waarna een einde kwam aan de pogingen van opstandige Igbo's om een onafhankelijke staat te stichten. Zijn eerste politieke benoeming volgde in 1975 onder het militaire bestuur van president Yakubu Gowon; hij werd toen minister van Arbeid en Huisvesting.

Na de staatsgreep, in datzelfde jaar, van Murtala Mohamed tegen Gowon kreeg hij de post van opperbevelhebber van het leger en daarmee werd hij de op één na machtigste man van het land.

Zes maanden later werd de populaire president Murtala vermoord en Obasanjo nam, naar eigen zeggen met tegenzin, diens positie over.

Zijn regeerperiode steekt gunstig af bij de regimes die zouden volgen. Obasanjo's bewind viel samen met de laatste jaren van de olieboom. Hij spendeerde grote sommen gelds aan mammoetprojecten, voerde met behulp van Nigeria's rijkdommen een radicale buitenlandse politiek en wist de corruptie te beperken. Nigeria genoot in die dagen nog aanzien in de wereld.

Obasanjo kwam zijn belofte na en overhandigde in 1979 de macht aan de dat jaar gekozen burgerpresident Shehu Shagari. De generaal liet zich pensioneren en trok zich terug op zijn kippenboerderij bij Ota, even buiten Lagos.

Obasanjo concentreerde zijn politieke ambities vervolgens op het buitenland. Hij richtte ondermeer het African Leadership Forum of, hij zat in het bestuur van de anti-corruptie organisatie Transparancy International en trad voor het voetlicht als lid van de Gemenebestgroep die poogde te bemiddelen in de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Obasanjo kan door zijn hoge internationale profiel onder zijn vrienden vele prominenten rekenen, zoals Jimmy Carter, Julius Nyerere en Nelson Mandela.

`Een man die te vertrouwen is', luidde de campagneleuze van Obasanjo. Onder zijn landgenoten moet hij nog een harde strijd voeren om de heersende argwaan weg te nemen. Het wantrouwen dat hij de kandidaat van het leger was, is niet geheel ongegrond. ,,De generaals gaven de afgelopen maanden duidelijk signalen af dat als Obasanjo niet zou worden gekozen, het burgerregime in Nigeria geen lang leven beschoren zou zijn'', zegt een goed ingelichte buitenlandse diplomaat met contacten in de strijdkrachten. Maar niet alle soldaten staan achter hem. De vorig jaar overleden militaire president Sani Abacha liet Obasanjo in 1995 tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordelen onder het voorwendsel dat hij een coup had beraamd. Enkele hoge militairen achter dit complot om Obasanjo uit te schakelen zijn nog steeds in actieve dienst. Ook onder Obasanjo is Nigeria niet verzekerd van een coupvrije toekomst.

,,Obasanjo is de enige die in deze natie weer wat gezond verstand kan brengen'', zo luidt het oordeel van de invloedrijke politicus Liman Chiroma.

,,Hij was de enige niet-tribale kandidaat; Obasanjo is een ware nationalist'', stelt de academicus Yusufu Bala Usman. ,,Obasanjo heeft een onvoorspelbaar karakter'', waarschuwt de econoom Pat Utomi. ,,Het zou me niets verbazen als hij zich afkeert van zijn vrienden in het leger.'' De generaal-die-democraat-werd kan na zijn aantreden nog voor verrassingen zorgen.