De Provinciale Staten

DEMOCRATIE VAN ONDEROP...

Zoek de twaalf verschillen in de twaalf provincies. Wie 's lands tweede bestuurslaag van bovenaf beziet, neemt spinnende tevredenheid waar. Belangenstrijd? Polarisatie? Niets van te merken. De oude Republiek van Verenigde Provinciën – van consensus, van samen-staan-we-sterk – is nimmer afgeschaft. Want zie, de twaalf provinciale colleges van Gedeputeerde Staten worden zonder uitzondering gevormd door CDA, PvdA en VVD, waarbij in twee provincies (Drenthe en Gelderland) ook D66 nog mag aanzitten aan de collegetafel. Groen, rood en blauw – dat zijn de primaire kleuren van de provinciale politiek. En de mengkleur derhalve: bruin. Stem dus overmorgen op lijst-bruin, of op een andere kleur die er verder niet zoveel toe doet.

Maar nu de provincies van onderaf bezien. Daar is het beeld iets kleurrijker, iets bonter, iets pluriformer. Aan de komende Statenverkiezingen doen dit keer 22 provinciale lijsten mee. Dat is meer dan ooit. Ze noemen zichzelf `onafhankelijken'. Het betekent dat ze niet gebonden zijn aan landelijk georganiseerde politieke partijen. Sterker nog, ze hebben een broertje dood aan die Haagse politici die op hun geboortegrond komen toeteren over asielzoekers, lastenverlichtingen en andere koninkrijkszaken. De onafhankelijke lijsten hebben leuzen als `Drenthe voor de Drenten' en `Terug naar de mensen in Limburg'. Ze willen politiek bedrijven `aan de basis', ze willen `democratie van onderop'.

Er is een lijn te trekken van lokale politieke partijen naar provinciale. De lijn is nog dun. Maar er broeit iets en er groeit iets in de provincie, dat is zeker.

Lokale partijen waren de grote winnaars van de gemeenteraadsverkiezingen in 1994. Met grote verrassingen als Leefbaar Hilversum voorop nestelden ze zich stevig in de raadszalen. Consolidatie volgde in 1998, met hier en daar een nieuwe `aardverschuiving', zoals Leefbaar Utrecht, de horzelpartij van tribuun Henk Westbroek. Vertegenwoordigers van lokale lijsten bezetten nu een vijfde deel van de ruim 10.000 gemeenteraadszetels in Nederland.

...EEN EIGEN IDENTITEIT...

Hoe anders is het beeld nog in de provincies, waar de `onafhankelijken' in 1995 slechts een zetel of vijftien wisten te verwerven. (Exacte telling is moeilijk: sommige eenmansfracties schurken in de praktijk dicht aan tegen fracties van landelijke partijen.) Vijftien van de 760 Statenzetels: een procent of twee – nog niet om over naar huis te schrijven. Relatief het sterkst zijn de provinciale partijen vertegenwoordigd in de landstreken met een goed ontwikkelde eigen identiteit. Dat zijn Friesland, Limburg en Zeeland.

De Partij Nieuw Limburg is de grootste provinciale partij van Nederland, met vijf van de 63 zetels in de Staten. De partij is voor vele andere provinciale partijen inmiddels een modelpartij: een heldere vereniging van politieke groeperingen, die in 1987 met vier zetels binnenkwam in de Staten en in 1991 met een vijfde.

Friesland kent sinds 1962 zijn Fryske Nationale Partij (FNP). Het is een gemoedelijke, soms verbeten groep Friezen (drie zetels), die haar toekomst zoekt in een federaal Europa van volkeren en regio's. De Staat der Nederlanden mag, wat de FNP betreft, morgen worden opgedoekt.

In de kringen van de onafhankelijken vormen de FNP'ers een buitenbeentje. Ze zien zichzelf niet als een verlengstuk op provinciaal niveau van de lokale partijen. Daarvoor werpt zich eerder de Federatie Gemeentebelangen Friesland op (één zetel sinds 1995).

Zeeland, drie zetels voor de provincialen, is verdeeld over twee partijen. De Zeeuws-Vlaamse Volkspartij (ZVV) is de grotere (twee zetels). De partij is ontstaan uit onvrede onder Zeeuws-Vlamingen die zich stiefmoederlijk behandeld voelen door de Zeeuwse eilanders en door de nationale politiek.

Inmiddels lijkt het Zeeuws-Vlaamse blok iets positiever te denken over Middelburg en Den Haag: bij de komende verkiezingen komen ze uit als de Partij voor Zeeland. Daarmee doen ze de andere Zeeuwse partij – Delta Anders (één zetel) – geduchte concurrentie aan. Delta Anders bestaat sinds 1990, als Zeeuwse nazaat van de vroegere PPR, opgericht door vier `radikalen' die niet wilden opgaan in GroenLinks. De vrede is inmiddels getekend: GroenLinks en Delta Anders opereren in Zeeland met een lijstverbinding.

...EEN KWESTIE VAN TIJD...

Limburg, Friesland en Zeeland: 5 + 4 + 3 = 12 zetels. Daarmee is bijna alles gezegd over de provinciale lijsten in de huidige Staten. Twee zetels zijn er nog in Drenthe (een federatie van lokale groepen) en één zetel in Gelderland die in 1995 is binnengehaald door varkensboerenleider Wien van den Brink, die zijn zetel een jaar later wegens andere drukte al weer opgaf.

Maar spreek met Eerste-Kamerlid drs. Marten Bierman en hoor dat `de onafhankelijken' de toekomst hebben. Bierman is lid van de Groenen, maar hij dankt zijn zetel vooral aan de vertegenwoordigers van provinciale lijsten die in 1995 hadden afgesproken de Groenen-kandidaat te steunen. Senator Bierman neemt onder het electoraat groeiende afkeer waar van de gevestigde politieke partijen. De onvrede kanaliseert zich in twee beddingen: niet gaan stemmen, of de politiek dichter bij huis zoeken, in plaatselijke en regionale groeperingen.Het staat voor Bierman vast dat de doorbraak van provinciale partijen nog slechts een kwestie van tijd is.

Wie weet. Of vallen Biermans woorden te relativeren? Ook dat. De Meppeler wethouder H. Jansen, voorzitter van een vereniging (VPPG) die belangen behartigt voor 180 plaatselijke partijen, ziet hier en daar wel wat zetels winst in het verschiet liggen. Probleem is echter dat provinciale politiek zelden verstrikt raakt in issues waarvoor burgers te hoop lopen. In provincies als Friesland en Limburg kan worden geappelleerd aan eigen identiteit en streekgebonden belangen. Partijen in de noordelijke provincies bijvoorbeeld roepen om het hardst dat ze meer baten willen terugzien van het aardgas. In provincies als Overijssel en Zuid-Holland ligt dat moeilijker. Daar zullen provinciale partijen vooral `harde politiek' moeten bedrijven, fulminerend tegen staand beleid. Gemeentelijke herindeling is zo'n onderwerp, dat de Brabantse Onafhankelijke Fracties (één zetel) aan winst kan helpen: de Brabantse gemeentegrenzen zijn recentelijk flink overhoop gehaald.

Twintig procent van de raadszetels voor lokale partijen, twee procent van de Statenzetels voor de provinciale. Het gat zal iets kleiner worden komende woensdag. Maar een gat blijft het, vooralsnog.

Redactie: Gijsbert van Es.