CDA in een Spel zonder Grenzen

Het CDA maakt zich op voor een goede uitslag bij de Statenverkiezingen van aanstaande woensdag. En dat blijkt voor deze partij heel goed te kunnen zonder een inhoudelijk debat.

Het CDA heeft een nieuwe voorzitter die klinkt als Lennart Booij en Erik van Bruggen, het PvdA-duo dat een week eerder zijn Waterloo beleefde op het PvdA-congres. Uiterlijk heeft hij, mr. Marnix van Rij (38), fiscalist te Wassenaar, niets weg van de gestrande Niet-Nixers. Maar zijn boodschap is dezelfde. Hij belooft het CDA dat er in de partij `meer actie' komt, dat er `meer netwerken' worden gebouwd, dat de leden meer worden betrokken bij `projecten', dat het landelijk partijbureau `meer service' gaat bieden aan de CDA-afdelingen, dat er meer zal worden geïnvesteerd in `menselijk kapitaal' en dat er `meer inhoudelijk debat' komt.

Van dat laatste was nog niets te merken, afgelopen zaterdag op het partijcongres in het Utrechtse sportcomplex De Vechtse Banen. Debat ontbrak volledig. Het was nadrukkelijk niet de bedoeling te discussiëren. ,,Het CDA is springlevend'', riep politiek leider Jaap de Hoop Scheffer bij herhaling. And the band played on – letterlijk, The Young Stage Band, viertien muzikanten, knetterend versterkt.

,,Nederland, kijk in deze zaal, let op deze mensen'', riep scheidend partijvoorzitter Hans Helgers in zijn afscheidsrede. Wat zou Nederland zien? Bijna 1.400 CDA'ers hadden zich – naar Beiers model – gezet aan CDA-groen gedekte tafels op goudgerande partystoelen. Twee aan elkaar grenzende sporthallen vol. Om vijf uur verstrekte de partij een gratis avondmaal. Om zes uur begon het congres, met een wervelende presentatie van de twaalf provinciale campagnes. Presentator Lucas Bolsius werkte zich in het zweet, in een sfeer die deed denken aan het ooit populaire tv-programma Spel zonder Grenzen (ook NCRV): ,,Groningen, waar is Groningen?, dames en heren, applaus voor Groningen, hoe gaat het in Groningen?'' Het gaat geweldig in Groningen, het Nieuwsblad van het Noorden voorspelt drie zetels winst voor het CDA, probeert een vrouw uit te roepen boven de band die op de achtergrond luid doorpingelt. De zaal juicht.

Er was een formele agenda op dit CDA-congres. De kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen werd vastgesteld. Veertig procent van de CDA-afdelingen in het land had niet de moeite genomen mee te werken aan de totstandkoming van de kandidatenlijst, zo zei de voorzitter van de stemcommissie teleurgesteld. Maar het goede nieuws was natuurlijk dat 60 procent dat wel had gedaan. Aldus de voorzitter. Euro-lijsttrekker Hanja Maij-Weggen sprak de verwachting uit dat het CDA met zoveel motivatie ,,een fantastische uitslag gaat maken'' bij de Europese verkiezingen in juni.

Hannie van Leeuwen presenteerde zich als aanvoerder voor de CDA-senaatslijst. Dankbaar is zij (73) voor haar gezondheid, waardoor zij ,,dag en nacht mag sjouwen voor de partij''. CDA-fractieleider in de Eerste Kamer wil zij overigens niet worden. Daarover wordt later nog beslist.

Politiek leider De Hoop Scheffer hield een behendig opgebouwd betoog over ,,een betrokken samenleving en een betrouwbare overheid'', waarvoor hij rijkelijk kon putten uit de actualiteit: de verwachting uitend dat het kabinet beloftes zou gaan breken over lastenverlichting, schimpend over het asielbeleid, een lans brekend voor de mensen met een middeninkomen, het CDA profilerend als de partij van het hele land en niet alleen van de Randstad.

Marnix van Rij, de nieuwe partijvoorzitter, pakte het in zijn eerste grote congresrede iets rustiger aan. Hij citeerde de Tsjechische president Václav Havel, die schreef: ,,Een goed politicus moet kunnen uitleggen zonder dat hij poogt te overreden; hij moet nederig speuren naar de waarheid van deze wereld zonder er als deskundige het eigendomsrecht van op te eisen.'' Het klonk even ernstig als de jezuïtische pater in het meditatieve moment, waarvoor de sporthallen moeilijk stil te krijgen waren.