Alleen maar een gebaar

Over de liefde heersen vaak wonderlijke opvattingen, vreemd genoeg ook nogal eens in de kunst, of gevoed door de kunst. Dezer dagen wordt er veel geschreven over Shakespeare, zijn Hamlet wordt gespeeld, zijn Macbeth, in de bioscopen draait Shakespeare in love waarin zijn Romeo en Julia een belangrijk aandeel heeft. Shakespeare zou, volgens de Amerikaanse literaire criticus Harold Bloom, de menselijkheid hebben uitgevonden (The invention of the human heet zijn boek). Dat dat een weinig overdreven is, schreef David Rijser afgelopen vrijdag in zijn bespreking van diverse Shakespeare-studies en van het script van Shakespeare in love. Menselijkheid was al eerder zichtbaar in de literatuur: ,,In Homerus kun je haar al vinden, in al haar ongelikte rijkdom.''

Menselijkheid is niet door Shakespeare uitgevonden, maar hij heeft haar wel in allerlei facetten laten zien en daarbij dieper gepeild dan menig grote schrijver en haar met elegantere taal versierd en verrijkt dan wie ook voor hem en volgens sommigen ook na hem – maar zulke oordelen veronderstellen een overzicht dat ik niet heb.

Een aspect dat Shakespeare echter niet in enigerlei interessante vorm heeft behandeld is de liefde, al denken de makers van de film Shakespeare in love daar anders over. In die film beweert koningin Elisabeth I, als liefhebster van het theater, dat er één ding is dat nooit overtuigend op het toneel wordt gebracht en dat is de liefde: ,,They make it pretty, they make it comical, or they make it lust. They cannot make it true'', zegt ze. Er ontstaat een weddenschap die uiteindelijk door Shakespeare wordt gewonnen: zijn Romeo en Julia zou wel de liefde tonen zoals zij werkelijk is. Wat een misverstand.

Romeo en Julia gaat over een zeer prille, uiterst kortstondige verliefdheid. De held is wispelturiger en onstandvastiger in de liefde dan wie ook. Net was hij nog verliefd op Rosalina en praatte en kloeg hij uitsluitend over haar, nu is hij verliefd op Julia en praat en klaagt uitsluitend over zijn nieuwe liefde. Wat zijn vuur verhoogt, is dat Julia, anders dan Rosalina, ingaat op zijn kersverse hartstocht en al een uur of twaalf nadat zij hem ontmoet heeft met hem trouwt. De twee krijgen gelukkig de tijd niet om weer van gedachten te veranderen want ruim twee dagen later zijn ze beiden dood.

Dat is gepassioneerd en dramatisch, maar met liefde heeft het niets te maken. Shakespeare vindt schitterende bewoordingen voor de vrijwel ononderbroken hevige aandoeningen van de twee kinderen, zoals hij ook in zijn sonnetten woorden vond die verliefden tot vandaag de dag herkennen, maar vrijwel al die woorden gaan over de meest oppervlakkige indruk die mensen maar van elkaar kunnen hebben. De geliefde is mooi en lief, daar komt het zo'n beetje op neer, en jong natuurlijk, wat maar een geluk is, want oud zou hij/zij niet meer mooi zijn en dus niet meer beminnelijk. Dat is natuurlijk geen verwijt aan Shakespeare, dat zou onzin zijn, hij schreef naar de literaire conventies van zijn tijd, en vernieuwde die conventies tegelijkertijd. Een tijdloos man kon hij niet zijn, dat kan niemand.

De verliefdheid waaraan Shakespeare en Viola de Lesseps ten prooi zijn in Shakespeare in love is van dezelfde soort – zij is verliefd op zijn woorden, hij op haar uiterlijk. De onmogelijkheid van hun avontuur geeft extra glans en extra hevigheid aan hun plotseling ontvlamde gevoelens. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het voor geen seconde ontroerend of aangrijpend vond en dat ik koningin Elisabeth geen gelijk kan geven als zij oordeelt dat zij ware liefde op het toneel heeft gezien – waarmee zij zowel een oordeel uitspreekt over het toneelstuk als over de liefde tussen de twee hoofdrolspelers, Will Shakespeare en Viola de Lesseps.

Verliefdheid is geen liefde. Liefde is iets van duur en trouw, van waarheid en intimiteit. Liefde is niet dat wat bezongen wordt in het Hooglied, al is dat schitterende verliefdheidspoëzie, maar de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs – ,,Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.'' Martinus Nijhoff heeft in een paar eenvoudige regeltjes iets `waarders' over liefde geschreven dan Shakespeare in heel zijn taalpaleis van Romeo en Julia:

Voor mij is liefde een geur door het huis

een stem, een stap, iemand komt thuis

men hoort hem op 't binnenplein

neuriënd met iets bezig zijn.

De vrouw die dit zegt (in Een idylle) sleurt haar man niet meteen het bed in als hij binnenkomt, ze heeft het niet over hartstocht, ze heeft het over bij elkaar horen en zich in elkaar verheugen, ze heeft het over een band van jaren, niet over een knap gezicht en charmante woorden.

Misschien is echte intimiteit, langjarige liefde wel veel moeilijker te verbeelden dan de hevige passie van verliefden die de wereld in een ander licht zet, die alles nieuw en bezield maakt. Liefde is veel saaier. Die kreunt niet als Romeo: ,,Ach, was ik maar een handschoen aan die hand – Ik kon die wang aanraken''. Dat is typisch de verliefdheid. Het is de verliefdheid die de klok ontregelt en haar dan weer snel, dan weer langzaam laat gaan, afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van de geliefde. Na jaren worden de wijzers weer betrouwbaarder.

Wie heel prachtig over de liefde, de echte, de trouwe, de beproefde, heeft geschreven is Vladimir Nabokov. Er is weinig ontroerender dan de herinneringen die zijn hoofdpersoon Adam Krug uit Bend sinister aan zijn pas gestorven vrouw heeft, of dan alles wat hij van Nabokov niet te zeggen of te denken krijgt, dan zijn stugge verdriet, zijn verweer, zijn ellendige dromen. Allerlei vegen en vleugen en juist veel van het ongezegde maken duidelijk hoezeer Krug van zijn vrouw heeft gehouden. Zoals ook A. Alberts, onze zwijgzaamste schrijver, bijna zonder woorden over echte liefde kon schrijven. Bijvoorbeeld in De honden jagen niet meer, over een huwelijk waarin veel afwezigheid heerst en waarin nooit ook maar één woord over gevoelens gesproken wordt. Maar het eindigt zo hartverscheurend liefdevol. Ook alweer zonder woorden, met alleen maar een gebaar, een tasten. Misschien wordt liefde vooral zichtbaar daar waar erover gezwegen wordt, of waar men het over iets anders heeft dan over de liefde zelf. Liefde zou daarmee een heel on-shakespeariaans iets worden, want in Shakespeare bestaat alles uit woorden en taal.

In de alles behalve diepgravende film When Harry met Sally komt wat dit betreft een werkelijk goed beeld voor. Je ziet verschillende oude echtparen die gefotografeerd worden. De man van een van die bejaarde stelletjes kijkt verrukt naar zijn gerimpelde vrouw en zegt: ,,Ze is niets veranderd.'' Hij ziet geen verwelkte schoonheid, hij ziet de vrouw van wie hij houdt. Liefde is niet iets van wild zoenende zestienjarigen. De waarste liefde is van oude mensen.