Adès soleert in zijn eigen pianoconcert

,,Ik ben brandende hartstocht. Ik ben grenzeloze passie. Ik ben het licht. Teder. Verblindend. Verzengend.'' Zulke krabbels van Alexander Skrjabin zijn nog niet eens zó overdreven. Veel ervan is van toepassing op Vers la flamme, door pianist Thomas Adès in de Matinee met hartstocht vertolkt, zij het niet zozeer teder, want daarvoor waren de dynamische verhoudingen te grof uitgewerkt.

Skrjabin werkt op in één groot crescendo vanuit een nevelig begin naar helderder schaduwen toe, lekkende vlammen voeren naar het verlossende vuur. In Flammes sombres ging hij weer een stap verder, in eigen woorden: ,,In deze perverse orgiastische dans bevinden we ons op de rand van de zwarte magie... een dans over lijken.''

In Vers la flamme wordt afgerekend met de piano als een droog klinkend slagwerkinstrument, continue trillende en sidderende figuren in zwevende harmonieën herinneren eerder aan een extatisch zangkoor. Klaas de Vries voegde er nauw aansluitend zijn in 1992 gecomponeerd Eclips aan toe, met als ondertitel `Hommage à Alexandre Skrjabin' al is het net als in Ligeti's `Zelfportret met Reich, Glass en Chopin' ook nog eens een eerbeto on aan Debussy, Boulez, Berg en anderen.

Typerende instrumenten zijn de twee piano's, celesta, cymbaal, marimba en xylofoon. Gloeiende glinsteringen roepen beelden op als splinters op het netvlies zoals die ontstaan wanneer je te lang in de zon kijkt. Maar het is niet alleen verblindend, Eclips is ook verblindend mooie muziek, waarbij de luisterrijke poëtische details gevat zijn in wilskrachtig opzwiepende grote lijnen. En wat werd het prachtig uitgevoerd! Los en luchtig, broos maar allerminst verbrokkeld, verfijnd en coherent.

Na de pauze was Adès de solist in zijn eigen Concerto conciso, opus 18 uit 1997 met een solopartij die de solist in staat stelt als een 20ste eeuwse `maestro al cembalo' het ensemble van achter de vleugel te leiden. Het eerste deel is nog het beste te omschrijven als een uit de hand gelopen Création du Monde van Darius Milhaud, waarvan de partijen in elkaar geschoven zijn. Een goed gecomponeerde heksenketel met grommende bassen en gillende klarinet. Er is dan ook alle reden om te spreken van een dubbelconcert voor piano en klarinet, waar de instrumenten geheel aan elkaar gewaagd zijn.

Helaas begint het tweede deel en dat is even slikken alsof de pianist de draad kwijt is en maar wat improviseert, alsof hij zich tevergeefs de akkoorden uit Rachmaninovs Tweede pianoconcert voor de geest tracht te halen. Als hij het opgeeft zet het orkestje in met een zevental variaties die de kale drieklanken meer kleur en diepte geven. Gelukkig is het slot weer even amusant en brutaal als het begin.

Adès' concert is spannender dan zijn Asyla voor groot symfonieorkest. Maar ook nu moet een originele instrumentatie een betoog van wisselende kwaliteit camoufleren. Adès is een veelzijdig fenomeen en zijn on-Engels temperament neemt voor hem in. Maar vooralsnog mist hij de concentratie om met Skrjabin te kunnen spreken: ,,Ik ben het licht.''

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Gehoord: 27/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4 3/3 20 uur.