ZORG VOOR DEMENTE PARTNER VERMINDERT AFWEER TEGEN GRIEP

Artsen, gerontologen en psychologen van de universiteit van Bristol hebben de vaccinatie tegen influenza (griep) aangegrepen om te onderzoeken of chronische stress bij bejaarden de afweer tegen infectieziekten verzwakt. De bedoeling van vaccinatie is dat het lichaam erop reageert met de productie van afweerstoffen. Het influenzavaccin bevat brokstukken van (in dit geval) drie verschillende griepvirussen. De afweerstoffen die tegen het vaccin worden gemaakt beschermen, als het juiste griepvirus langskomt, ook tegen het echte griepvirus. Daardoor krijgen gevaccineerde mensen minder snel, of een lichtere vorm van influenza.

Niet iedereen maakt evenveel afweerstoffen. De hoeveelheid is een maat voor de weerstand tegen infecties en is te meten als bloed wordt afgenomen en onderzocht. Dat hebben de onderzoekers gedaan bij 50 mensen (in leeftijd variërend van 66 tot 77 jaar) die al gemiddeld 3,5 jaar hun demente partner thuis verzorgen. Met tussenpozen van een week werd na een griepvaccinatie viermaal bloed geprikt om tegen influenza gerichte IgG-antilichamen te meten. Ook werd regelmatig speeksel afgenomen om de cortisolconcentratie te meten. Die geeft een indruk van de reactie van de `hormonale verbinding' tussen hersenen en lichaam die via hypothalamus, hypofyse en bijnierschors verloopt. Een verhoogde cortisolconcentratie in het speeksel is een redelijke maat voor ondervonden stress.

De uitkomsten bij de verzorgende bejaarden werden vergeleken met 67 even oude controlepersonen met dezelfde opleiding en inkomenspositie. Zij werden wel gevaccineerd, maar hadden niet de zorg voor een demente partner. Bij alle proefpersonen werd (met de Savage Aged Personality Screening Scale en de Global Measure of Perceived Stress Scale) vastgesteld of zij leden aan depressie, angsten en chronische stress. (The Lancet, 20 febr.)

De verzorgers hadden beduidend hogere cortisolconcentraties in hun speeksel dan de bejaarden die deze last niet droegen. Beide groepen reageerden gemiddeld even sterk op de bestanddelen van twee van de drie griepvirussen (Harbin en Johannesburg) in het vaccin, maar de verzorgers reageerden gemiddeld slechter op het Nanchang-virus. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat Harbin en Johannesburg ook het jaar daarvoor in het vaccin waren verwerkt en ook in het wild voorkwamen, zodat de meeste mensen recent al in contact waren geweest met die virussen, waardoor ze geholpen werden door het geheugen van hun afweersysteem. Het percentage responders (mensen die op de vaccinatie reageerden met een viervoudige verhoging van de anti-griep-antilichamen) was in de verzorgersgroep echter veel lager (16%) dan in de controlegroep (39%). De mensen met de hoge cortisolconcentraties reageerden het slechtst op de vaccinatie.

De belangrijkste vraag was natuurlijk of in het dagelijks leven de gestresste verzorgers eerder of ernstiger griep krijgen dan hun minder belaste leeftijdgenoten. Dat is niet onderzocht, maar het zou heel goed kunnen, schrijven de onderzoekers, want een griepvaccin komt pas tot zijn recht als de antilichaamconcentraties er minimaal een factor door stijgen. (Wim Köhler)