Woorden hebben hun betekenis

Een leerling vroeg aan Confucius: ,,Als U kon regeren, wat zou U dan allereerst doen?'' De meester antwoordde: ,,Mijn eerste taak zou zijn om de woorden weer hun juiste betekenis te geven.'' De leerling was verbaasd: ,,De taal correct gebruiken? En als eerste prioriteit? Is dat serieus?'' (Chesterton of Orwell, daarentegen, zouden de boodschap direct begrepen hebben). Confucius legde uit: ,,Als woorden niet overeenstemmen met de werkelijkheid, slaat de taal nergens meer op. Dan is actie onmogelijk – en dus valt de samenleving uit elkaar en wordt politiek bedrijven zinloos. Daarom moet een echte staatsman eerst zorgen dat verkeerd woordgebruik wordt rechtgezet.''

Citaat uit de inleiding van het nieuwe boek van Simon Leys over de Chinese wijsgeer. Confucius leefde van 551 tot 479 voor Christus in een tijd van chaos en politiek normverval. Bewonderaars van Confucius (en zijn grote leerling Mencius) zullen de vertaling van Leys – met een prachtige inleiding en een heel persoonlijk notenapparaat – naast die van James Legge willen zetten. De inleiding van Legge (uit 1893) betoogt hoe zelfs Victoriaanse christenen nog veel kunnen leren van de agnosticus Confucius. Ook Simon Leys introduceert Confucius door middel van de vergelijking met Jezus: de Analecta verhouden zich tot Confucius als de Evangeliën tot Jezus. Hij citeert Elias Canetti: ,,De Analecta van Confucius zijn het oudste complete intellectuele en geestelijke portret van een mens. Het komt op ons over als een modern boek.''

Hier volgen drie kort geschetste voorbeelden uit de actualiteit van woorden die hun normale betekenis dreigen te verliezen. Daarna twee langere, meer gecompliceerde illustraties uit de meest recente belangrijke daad van dit kabinet, de `Startnota' van minister Pronk. In totaal vijf gevallen waarin wijs beleid niet eenvoudig is, maar nog minder binnen handbereik komt wanneer er geen vertrouwen meer kan zijn in wat woorden nog betekenen.

Een Boeing 747 stort neer in Amsterdam. Binnen een paar dagen weten de officials dat het toestel als ballast uranium bevatte. Minister Jorritsma houdt echter vier jaar lang vol dat er `misschien' radioactief materiaal aan boord was. Wat betekent `misschien'?

Een scholier in Gorinchem wordt doodgeschoten. Minister-president Kok pleit op 16 januari na afloop van de ministerraad voor `meer bevoegdheden voor de politie, bijvoorbeeld om mensen te fouilleren of in kofferbakken van auto's te kijken.' Anderhalve maand later blijkt nog niet dat minister Korthals van Justitie een wet heeft ingediend om de politie die bevoegdheden te geven. Afgelopen woensdag hielden PvdA-coryfeeën Kok, Melkert en Stekelenburg toespraken over de criminaliteit, maar volgens de krant noemt geen van hen extra bevoegdheden voor de politie. Wat betekent dan nog een pleidooi van de minister-president?

De vorige minister van VROM is al weer bijna vergeten. Maar wie op de A12 in de file stil staat bij Woerden zal zich nog haar gevleugelde woord herinneren: ,,Het groene hart gaat op slot.'' Hoe zijn dan al die grove gebouwen vlak bij de snelweg verschenen? Toen mevrouw De Boer aantrad als minister was het uitzicht nog vrij; nu is de noordzijde van de A12 definitief bedorven. Eigenmachtige actie van Woerden? Goedgekeurd door de provincie Utrecht? Opgemerkt door het Rijk? Intussen heeft de opvolger van mevrouw De Boer, minister Pronk, in NRC Handelsblad bekend dat per jaar wel twaalfduizend gemeentelijke beslissingen op het terrein van de ruimtelijke ordening zonder goedkeuring door hogere overheden worden genomen. Moet de oppositie in het parlement maar twaalfduizend Kamervragen stellen? Mijn ervaring met discussies over het groene hart is dat vooral wantrouwen bij mensen over de voortsluipende aantasting van het vrije uitzicht een redelijk beleid in de weg staat. Plannen om een paar niet-zo-mooie delen te ontwikkelen voor woningbouw of als bedrijfsterrein halen het niet omdat zo veel mensen – helaas terecht – wantrouwig zijn over de overheid. Het klonk zo stoer ,,het groene hart gaat op slot'', maar de sleutel is al lang verloren, zonder dat de overheid zich verplicht voelt om daar verantwoording over af te leggen.

Minister Pronk van VROM publiceert een `Startnota' over de indeling van Nederland en de woningbouw in de volgende eeuw. Belangrijkste term is `geplande corridors'. `Corridor' betekent volgens de dikke Van Dale: `smalle strook grond tussen twee territoria'. Politiek belangrijk in de nota is dat minister Pronk onder druk akkoord gaat met geplande corridorvorming. Hij wil bedrijfsterreinen en andere bouw direct langs de snelwegen. Zo staat het ook in het door hem gevolgde advies van de VROM-raad: ,,De Raad definieert een corridor als een verstedelijkingsas.'' Lintbebouwing dus, in Van Dale gedefinieerd als ,,vrijwel aaneengesloten bebouwing langs hoofdwegen, terwijl de achtergelegen gronden openblijven.'' Maar op een persconferentie verklaart de minister soepel dat hij tegen lintbebouwing is. Zo overleeft de politicus, maar waarom zouden burgers vertrouwen hebben in die ontkenning wanneer we weten dat in de voorlaatste (niet openbare) versie van de nota al concreet stond aangegeven langs welke wegen de minister lintbebouwing wilde toestaan. Wel verstedelijking in smalle stroken grond langs de hoofdwegen, maar geen lintbebouwing? Hoe rekbaar is het rubber van de politieke taal!

Pronks nota wijdt ook woorden aan de huisvesting van mensen met een laag inkomen. Er is een regeling voor individuele huursubsidie, maar de nieuwe minister is daar heel bagatelliserend over: ,,Het betaalbaarheidsvraagstuk wordt daarmee als het ware gekanteld. Als statement zou men kunnen hanteren: harde kern perspectieflozen blijft aandacht volkshuisvesting vragen: betaalbaarheid wonen verdwijnt als generiek vraagstuk.'' Wat dit wil zeggen is niet begrijpelijk. In de Miljoenennota van afgelopen prinsjesdag schrijft minister Zalm in het hoofdstuk over de mee- en tegenvallers dat de uitgaven aan huursubsidie oplopen met een extra 300 miljoen gulden. Het totaal gaat naar de 2 miljard gulden per jaar. Hoezo `kantelen' en `verdwijnen'?

Frits Bolkestein schreef in 1992 een boek met als titel Woorden hebben hun betekenis. Hij benadrukte toen vooral dat politici niet meer moeten voorspiegelen dan zij kunnen waarmaken. Dat geldt voor de minister-president die een pleidooi houdt, en dat vijf weken later weer lijkt vergeten, en voor de minister die stoer spreekt over het Groene Hart, maar de zaken laat lopen. Woorden zonder consequenties. Nu komen er voorbeelden bij van woorden zonder inhoud zoals de meester zei: ,,Als woorden niet overeenstemmen met de werkelijkheid wordt politiek bedrijven zinloos.''