Wet behoud cultuur `werkt'

Een wet tegen de uitvoer van belangrijk cultuurbezit uit Nederland blijft nodig. De huidige Wet behoud cultuurbezit (WBC) werkt over het algemeen redelijk, maar hij kan worden uitgebreid. Dit concludeert de Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit onder voorzitterschap van prof. I. van der Vlies, die in 1997 werd opgericht op verzoek van de Tweede Kamer.

De Wet behoud cultuurbezit bepaalt dat wanneer particulieren voorwerpen willen verkopen die van groot cultureel belang worden geacht, de staat als eerste een bod mag uitbrengen. De staat deed enkele jaren geleden bijvoorbeeld een beroep op de wet toen een schilderij van Cézanne, dat als bruikleen in Museum Boijmans Van Beuningen hing, het land dreigde te verlaten

De huidige termijn van acht maanden waarbinnen de Staat en eigenaar het eens moeten worden over de koop door de Staat, kan echter worden ingekort tot tien weken, vindt de commissie. Verder acht de adviescommissie het noodzakelijk dat historische transportmiddelen en het roerend industrieel erfgoed ook voor bescherming in het kader van de wet in aanmerking komen.