VUURSPINNENDODER HEEFT ZICH MOGELIJK TEN ONZENT GEVESTIGD

Op de Veluwe is een spinnendoder gevangen van een soort die nog nooit in Nederland is gezien: Eoferreola rhombica. Spinnendoders (Pompilidae) behoren tot de angeldragende wespen. Ivo Raemakers ontdekte de spinnendoder in een keverval in een wegberm op de Veluwe. Raemakers doet aan de Landbouwuniversiteit Wageningen promotie-onderzoek naar dierenleven in wegbermen. ``Ik vang wel vaker spinnendoders'', zegt hij, ``maar had er nog nooit een met een rode borst gezien. Daarom heb ik hem meegenomen ter determinatie.'' Als ontdekker mag Raemakers zijn vondst een Nederlandse naam geven: ``vuurspinnendoder, want deze wesp parasiteert uitsluitend op de voorjaarsvuurspin'' (Eresus sandaliatus).

Vuurspinvrouwtjes grijpen hun prooi uit een ondergrondse hinderlaag. De vuurspinnendoder, een diertje van anderhalve centimeter lang, dringt het hol binnen en valt de veel grotere en dikkere spin aan. Hij steekt de spin, die daarna nog weken versuft blijft liggen. De vuurspinnendoder legt een ei op de spin, die een langzame dood sterft als ze wordt opgevreten door de larve die uit het ei kruipt.

De vuurspinnendoder komt voor in Oostenrijk, Italië en Zuid-Frankrijk. Het insect is met een noordwaartse opmars bezig door het Rhônedal, maar is nog nooit ten noorden van de Elzas gesignaleerd. Mogelijk is het gevonden exemplaar meegelift met een auto, maar dan is het wel erg toevallig dat hij precies in het gebied is beland waar de voorjaarsvuurspin in ons land voorkomt: de Zuid-Veluwe. De spin leeft op de grens van droge, warme heidevelden en zandverstuivingen, het liefst op glooiingen die op het zuiden gericht zijn en in de zon baden. Zulke plekjes zijn er buiten de Veluwe nauwelijks. De vondst van een vuurspinnendoder in dit gebied zou er dus op kunnen wijzen dat er een populatie van de soort is gevestigd.

(Koos Dijksterhuis)